'Verbeelding doet er helaas steeds minder toe'

Het leven van de Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez is doortrokken van geweld – met dank aan de drugs- kartels in zijn geboorteland. Om die reden woont hij al 14 jaar elders. Bas Heijne sprak hem in Parijs en daarbij passeerden Milan Kundera, Philip Roth en Joseph Conrad de revue. Van deze laatste leerde Vásquez dat je als auteur duistere plekken moet zoeken – in de wereld, in jezelf. Duister ook acht hij de toekomst van de roman. ‘Steeds meer mensen zoeken een schrijver die hun het gevoel kan geven dat de wereld minder ingewikkeld is dan hij lijkt.’

Juan Gabriel Vásquez: 'We kunnen de roman als genre niet missen' Foto AP/J. Pat Carter **HOLD FOR LAURA WIDES MUNOZ STORY** Juan Gabriel Vasquez talks Tuesday, Sept. 15, 2009 in Miami about his new book, The Informers, that documents the journey of a Jewish family arriving in Colombia during World War II. (AP Photo/J Pat Carter) AP

Al meer dan veertien jaar woont Juan Gabriel Vásquez niet meer in Colombia. Hij geldt als een van de meest veelbelovende, jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers, zijn beklemmende debuutroman, De informanten, rakelde een weggemoffelde episode op uit het Colombiaanse geheugen, maar hij woont alweer jaren in Barcelona. ,,Weggaan is het beste dat ik ooit heb gedaan. Colombia laat me niet los, maar ik moest vertrekken om een schrijver te kunnen worden.’’

Ik spreek Vásquez in een hotel in Parijs. Hij formuleert bedachtzaam in perfect Engels. Zijn antwoorden, valt me op, zijn doorspekt met citaten van grote schrijvers. Die schrijvers had hij nodig als voorbeeld, benadrukt hij. ,,Er bestaat geen lange romantraditie in Zuid-Amerika. De schrijvers die in de jaren vijftig, zestig voor een explosie van grote romans zorgden, schreven die vaak in het buitenland. Voor hen was schrijven iets dat je erbij deed. Het resultaat was wat Márquez ‘romans van vermoeide mannen’ noemde, geschreven na het werk op kantoor.

,,Dat proza stelde bar weinig voor. De generatie van Márquez zag de roman als een roeping en probeerde, bij gebrek aan een eigen traditie aansluiting te vinden bij de literatuur van andere landen. Márquez ontdekte Faulkner en Hemingway, Vargas Llosa Camus en Flaubert. Ook ik had het gevoel dat ik weg moest. Mijn voorbeelden zijn Philip Roth, E.L.Doctorow en Orhan Pamuk. Die schrijvers hebben mij als het ware het gereedschap gegeven om te kijken naar het land waar ik vandaan kom. Toen ik er opgroeide, begreep ik niets van Colombia.’’

Vanwege het aanhoudende geweld?

,,Geweld loopt inderdaad als een rode draad door de geschiedenis van het land. Het verdwijnt nooit, neemt steeds weer nieuwe vormen aan. Ik ben van 1973 en in de jaren dat ik opgroeide verkeerde Colombia in de greep van de drugskartels. Overal gingen bommen af, werden aanslagen op politici gepleegd. Als er ergens een explosie was, probeerde je zo snel mogelijk bij een telefoon te komen om je ouders te laten weten dat je er nog was. Als er na een aanslag avondklok was ingesteld, wist je bij wie je zou kunnen overnachten.

,,Toen Pablo Escobar in 1993 werd doodgeschoten, had ik mijn jeugd al achter de rug. Die periode heeft een stempel gedrukt op een hele generatie, zelfs wanneer je nog nooit een gram cocaïne hebt gezien. Ik heb er jaren over gedaan om erachter te komen dat juist dat gevoel van onzichtbare dreiging, het gevoel in een onbegrijpelijke wereld te leven, een onderwerp was om over te schrijven. Ik had altijd gedacht dat je, Hemingways adagium indachtig, alleen mocht schrijven over wat je begreep. Nu besef ik dat je een roman schrijft om ergens achter te komen. Mijn nieuwe roman, die bijna af is, gaat over de beklemmende periode waarin ik ben opgegroeid. Daardoor leer ik veel over mezelf.’’

In ‘De geheime geschiedenis van Costaguano’, uw tweede roman, speelt de Pools-Britse schrijver Joseph Conrad een grote rol.

,,Ja, zijn invloed strekt zich uit over alles wat ik schrijf. Van hem heb ik geleerd wat je in een roman allemaal kan. Een romanschrijver moet de duistere plekken opzoeken, in de wereld, maar ook in de mensheid, en daar vervolgens zo nauwgezet mogelijk verslag van doen.’’

Dat houdt een moreel engagement in.

,,Wat iets anders is dan politiek engagement, of sociaal engagement. Van schrijvers, zeker van Zuid-Amerikaanse schrijvers wordt te vaak verwacht dat ze als culturele ambassadeurs optreden of de goede zaak verdedigen. Ik krijg vaak de klacht te horen dat ik altijd zo negatief over mijn land schrijf, er zijn toch ook goede dingen? Maar moreel engagement behelst nu eenmaal een andere manier van betrokkenheid.”

,,Een goede roman is altijd ambigu, in de zin dat hij denkbeelden kan bevatten die volkomen aan elkaar tegengesteld zijn. Juist omdat de roman het gebied verkent waar goed en kwaad niet helder te onderscheiden zijn, waar tegenstrijdige opvattingen hun bestaansrecht opeisen, kunnen we de roman als genre niet missen.’’

Is dat zo? Dit lijkt een tijd waarin juist steeds minder mensen met ambivalentie kunnen leven.

,,Dat is waar. Men wil dat de zaken scherp gesteld zijn. Ook in Latijns Amerika bestaat op dit moment weinig behoefte aan nuance. En elders heb je veel Bush-achtige presidenten, Sarkozy in Frankrijk, Berlusconi in Italië, die zich bedienen van een gesimplificeerde voorstelling van zaken. Ze geven mensen het gevoel dat alles simpel is, dat er geen grijze gebieden zijn. Dat is het soort populisme dat me angst aanjaagt.’’

Simplificaties vind je niet alleen in de politiek. Ook in literatuur wordt steeds meer emotionele bevestiging gezocht.

,,U doelt op zelfhulpboeken in de vorm van romans, zoals die van Paolo Coelho. Voor mij betekenen die een belediging van het genre. Volgens Milan Kundera kan de roman zijn bestaansrecht bewijzen door te doen wat alleen de roman kan. Dan moet je er geen geschiedenisboek van maken, of een therapeutische gids, daarmee ondergraaf je het genre.’’

Maar juist Kundera is somber over de toekomst van de roman. In zijn lange essay ‘Het gordijn’ vraagt hij zich af of de mens zijn gevoel voor het tragische heeft verloren. Als dat zo is, voel je er niets voor om jezelf nog langer te kwellen met morele dubbelzinnigheden.

,,De roman als serieuze kunstvorm verliest zeker terrein, dat lijkt me onmiskenbaar. Ze neemt niet langer een centrale plek in ons bewustzijn in. Volgens Carlos Fuentes is het onze verbeelding die ons in staat stelt onze ervaringen te transformeren tot kennis over onszelf. We beleven dingen, ondergaan emoties, maar we weten niet wat die betekenen, totdat we er vorm aan geven door onze verbeelding.

,,Maar het lijkt erop alsof we daar steeds minder zin in hebben, alsof we ons boos afkeren van de fictie als middel om ons leven te verbeelden. Niet voor niets vermeldt men bij zoveel films ‘based on a true story’, als predicaat van authenticiteit. Misschien heeft het te maken met de voyeur die in ons allen huist, die de reden vormt van de populariteit van realitytelevisie en roddelbladen. Er zijn zoveel manieren om in de levens van anderen te snuffelen. Waarom zou je, als je zoveel van die goedkope emoties aangereikt krijgt, je nog bezighouden met de duizenden emotionele schakeringen van een roman als Roths The Human Stain? Dat is een prachtige, complexe roman. Als je die dicht slaat, heb je het gevoel dat de wereld minder simpel in elkaar steekt dan je dacht. Steeds meer mensen grijpen naar romans om precies de tegenovergestelde reden: ze zoeken een schrijver die hun voor een paar uur het gevoel kan geven dat de wereld stukken minder ingewikkeld is dan hij lijkt. Zoals Coelho zegt: als je iets echt graag wilt, dan spannen de krachten in de wereld samen om je het te geven. Dat soort onzin.’’

De schrijver als geruststellende hulpverlener.

„Zeker, maar er is wel een verschil met de positie van de schrijver hier en in Zuid-Amerika. Schrijvers worden daar nog altijd gezien als mensen die ertoe doen. Misschien is dat lang niet altijd terecht, maar belangrijk is dat de woorden van schrijvers en intellectuelen daar nog serieus worden genomen. Ze maken mensen kwaad, men vreest ze. Vargas Llosa heeft onlangs nog Hugo Chavez uitgedaagd met hem te debatteren. Chavez ging die uitdaging niet aan. Hij durfde niet.’’

Uzelf lijkt zich terdege bewust van de kracht van woorden. In uw beide romans laat u zien hoe woorden gruwelijke gevolgen kunnen hebben.

,,In De geheime geschiedenis van Costaguano is het de schrijver Joseph Conrad die het persoonlijke verhaal van de verteller verwerkt in zijn roman Nostromo. Mijn personage voelt zich bestolen door de grote schrijver, of erger nog, uitgewist. Als schrijver besef ik als geen ander dat de geschiedenis een verhaal is, afkomstig van een vertellende instantie, die uiterst selectief te werk gaat, die weglaat wat hem niet bevalt, die de feiten kleurt met zijn overtuigingen. Wie zoals ik uit Zuid-Amerika komt, weet dat de grote instituties daar, de kerk, de staat, de politiek, geweldige verhalenvertellers zijn. Ze zijn er bedreven in, je van hun versie van de waarheid te overtuigen. ,,Wat een roman kan doen, is daar een andere versie tegenover stellen, tonen dat je ook anders naar dezelfde geschiedenis kunt kijken. Alleen het feit dat er meer versies in omloop zijn, is al belangrijk. Een geschiedenis die zichzelf als de enige ware ziet, baart dictaturen.’’

Dat schept een bijna politieke verplichting voor de schrijver. Hij kan zich niet langer bezighouden met persoonlijke besognes, zoals een verloren liefde of echtscheiding.

,,Ik ben de laatste die de schrijver een taak zou willen geven. Mijn eerste boek – een verzameling korte verhalen die ik schreef toen ik een jaar in België woonde – gaat juist over intieme menselijke relaties, moeilijke liefdes en gefnuikte huwelijken. Maar dat was niet genoeg voor me, ik raakte veel meer geïnteresseerd in grotere verhalen, zoals Conrad ze schreef, over personages in relatie tot de samenleving waaruit ze voorkomen. De roman als genre is daar uitermate voor geschikt.

,,Tegenwoordig is alles en iedereen eropuit je ergens van te overtuigen. De politiek, de godsdienst, de commercie, allemaal willen ze je ergens toe overhalen. De roman is een verademing in zo’n wereld. De roman biedt ruimte voor onderzoek, zonder dat je je gedwongen voelt een standpunt in te nemen.’’

Juan Gabriel Vásquez: De geheime geschiedenis van Costaguana. Vertaald door Brigitte Coopmans. Signatuur, 270 blz. € 18,95. Ook leverbaar: De informanten. Signatuur, 287 blz. €10,-