Treurig verjaardagsfeestje voor poldermodel

Zestig jaar na oprichting groeien de twijfels over het bestaansrecht van de SER. Het polderoverleg kan de veranderingen in Nederland niet bijbenen.

Michèle de Waard

Leeft het Nederlandse overlegmodel nog? De feestvreugde was gisteren gedempt op het congres ter ere van de zestigste verjaardag van de Sociaal-Economische Raad (SER). Want het Nederland dat de SER na de Tweede Wereldoorlog hielp opbouwen, is op drift geraakt.

Het lijkt alsof alle kenmerken van het Nederlandse poldermodel – open, egalitair, hoge participatie, consensus – een illusie zijn gebleken, zei Paul Schnabel, socioloog en directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nederlanders wilden de wereld intrekken, maar het was niet de bedoeling dat de wereld hier kwam. „Voor een steeds grotere groep blijkt de open samenleving een bedreigde samenleving te zijn”, stelde hij vast.

Schnabel hield de spelers van de overlegeconomie in de zaal – de werkgevers, de vakbonden, politici en wetenschappers – een spiegel voor. Want de SER moest toch het centrale overlegorgaan zijn in dienst van het algemeen belang? Volgens Schnabel is er een steeds grotere groep van „hard werkende Nederlanders” die het anders ziet.

De polarisatie in de samenleving laat ook sporen na in de SER. Het was geen toeval dat de belangrijkste onderhandelaar van de werkgevers Niek Jan van Kesteren, directeur van de grootste werkgeversorganisatie VNO-NCW, diezelfde ochtend in Het Financieele Dagblad kritiek uitte over de krachteloosheid van de SER. De tijd dat de SER baanbrekende adviezen uitbracht voor het kabinet over het wettelijk minimumloon, de WAO en Flexwerk is al lang voorbij. Ook in het gisteren verschenen boek ‘SER, zestig jaar denkwerk voor draagvlak’ van de Universiteit van Utrecht, zegt Van Kesteren dat de SER de laatste jaren maar weinig heeft bereikt. Het laatste belangrijke akkoord, over verhoging van de AOW-leeftijd, kwam niet eens binnen de overlegstructuur van de SER tot stand. Ook tussen sociale partners en de wetenschappelijke Kroonleden botert het niet in de SER. Soms lopen de meningsverschillen zo hoog op dat SER-studies niet worden gepubliceerd.

Hoe nu verder, vroeg menig spreker op het SER-congres. Dreigt de overlegeconomie te verworden tot een model waarbij enkel nog blanke oude mannen met elkaar praten? Het gerucht gaat dat jongeren de economie verlaten, hield trendanaliste Justien Marseille de polderaars in de zaal voor. Jongeren verliezen het geloof in grote organisaties. „Netwerken maken organisaties steeds vaker overbodig”, zei Marseille.

Te midden van zoveel zelfkritiek kwam de liberale minister van Sociale Zaken, Henk Kamp, met pragmatische suggesties om de overlegeconomie een nieuwe impuls te geven. Ook hij ziet ontwikkelingen die de overlegeconomie kunnen ondermijnen. Maar volgens Kamp is er een blijvende behoefte aan centrale overeenstemming over sociaal-economisch beleid dat alle Nederlanders raakt.

„Meer dan ooit moeten we mensen duidelijk uitleggen waarom we hier in Den Haag doen wat we doen”, zei de VVD-minister. De overlegeconomie vraagt volgens hem om uitleg en overtuigingskracht. En adviseerde sociale partners af en toe achterom te kijken om te zien of ze niet te ver voor de troepen uitlopen. Tegelijkertijd spoorde hij werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes en FNV-voorzitter Agnes Jongerius aan snel tot afspraken te komen over de oudedagsvoorziening. Gezien de dreigende toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt wil het kabinet met sociale partners afspraken maken om de problemen slagvaardig aan te pakken. Kamp aast op een breed sociaaI akkoord in het voorjaar. Het doel: meer mensen aan het werk krijgen en mensen meer uren laten werken.

Of de overlegeconomie zo gesmeerd zal lopen als minister Kamp zich wenst moet blijken. Jongerius zette gisteren de zonnebril niet op die ze van de minister had gekregen om het kabinetsbeleid wat zonniger te bekijken. Ze sloot zelfs niet uit dat Kamp de bril van haar terugkrijgt.