Tekst die als kiezelsteen tussen de tanden knarst

Scène uit de voorstelling 'Freetown' van Dood Paard. Foto Sanne Peper

Het was goed dat Freek de Jonge tijdens de kunstmanifestatie Leve de beschaving óók een tegenstem liet horen. Natuurlijk is De Jonge tegen bezuinigingen. Maar tevens wierp hij acteur Gijs Scholten van Aschat als titelheld in Richard III voor de voeten dat „Shakespeare veel te lang is, en zo gedateerd”. Scholten van Aschat sprak daarop twee schitterende monologen uit. De rest was bijzaak. Richard III als drieminutenwals.

Vanouds is theater een kunstvorm waarin gebeurtenissen en uitspraken een plaats krijgen die tegen de haren instrijken. Moeder Medea bijvoorbeeld die haar kinderen vermoordt. Oedipus die slaapt met zijn moeder en zijn vader doodt. Macbeth en Richard III die in gitzwarte tragedies roekeloze moordpartijen begaan. De toeschouwer kijkt ernaar, is getuige en moet zijn houding bepalen jegens al die scènes en situaties die alle goede smaak tarten. In de klassieke dramaturgie heet dat de catharsis. Wat zou ik doen in plaats van Medea? Als ik oog in oog sta met een man als Macbeth, wat doe ik dan?

In het nieuwste stuk van Rob de Graaf, Freetown door Dood Paard, doet het personage Pam de foutste uitspraken. Met twee zonnebaadsters verblijft ze in een resort aan de westkust van Afrika. Actrice Lies Pauwels voegt haar vriendin toe: „Jij bent zo blank als het strand langs de Noordzee, en dat betekent dat je voor hen, nog zonder dat je iets doet of iets zegt of iets aan ze geeft, dat je toch al de hoofdprijs in elke match-makings-loterij bent.” Het bizarre is dat je Pauwels gelooft, daarom nog één: „Apartheid, dat begrip ken je toch wel? Is veel over te doen geweest en heeft soms ook heel verkeerd uitgewerkt, maar in de kern, los van de politiek, zit daar iets heel goeds in – namelijk dat je iedereen zijn eigen ontwikkeling moet gunnen.” Zinnen die in de dialoog meteen weersproken worden, maar Pam heeft haar harde woorden gezegd. Dankzij het sublieme spel van Pauwels, los en terloops, geloof je haar. En juist dat je met haar meegaat, veroorzaakt bij de toeschouwer iets van wrevel: je wilt haar geen gelijk geven en toch haalt ze haar gelijk.

Ook in MightySociety 8, de musical, over Geert Wilders, in de regie van Eric de Vroedt, gaat het er niet zachtzinnig aan toe. Speler en auteur Joeri Vos houdt een slotmonoloog die voor ieder weldenkend mens als een kiezelsteen tussen de tanden knarst. Vos geeft daarin een rechtvaardiging van „onderbuikgevoelens”, juist die emoties waarop een partij als de PVV het patent heeft: „Zijn niet alle gevoelens onderbuikgevoelens? Het aantal moslims is in Nederland sinds de jaren vijftig toch exponentieel gegroeid? Waarom moeten we het gevoel van onvrede dat dat soms oproept stelselmatig belachelijk maken met het woordje ‘onderbuikgevoelens’?”

De acteurs werpen in al deze stukken de toeschouwer gedachten voor de voeten die de toets van kritische analyse nauwelijks kunnen doorstaan. En toch schuilt er, zoals Pam in Freetown zegt „een kern van waarheid in”.

De erkenning van die kern staat gelijk met de catharsis: de toeschouwer moet met zichzelf in het reine komen om deze gedachten te weerspreken. Door het vaak voortreffelijke toneelspel en de verleidelijke teksten blijkt dat in de praktijk moeilijk.