Poolse pretenties voeden oud zeer

Angst voor de gezamenlijke vijand – Rusland – bracht Litouwen en Polen lange tijd dicht tot elkaar. Nu zoekt Warschau steeds meer toenadering tot Moskou, tot ergernis van Vilnius.

De Kruisheuvel in Sauliai is een belangrijke plek voor patriottische Litouwers. Foto Reuters Visitors look at ornaments on Kriziu Kalnas, or Cross Hill, near Sauliai, Lithuania January 3, 2007. The crosses have been placed by people who visit the hill, a place popular with locals. REUTERS/Ints Kalnins (LITHUANIA) REUTERS

Litouwse, Wit-Russische en vooral veel Poolse namen. Het feeërieke kerkhof van Vilnius, een zee van gehavende engeltjes en scheve kruisen in de heuvels van de Litouwse hoofdstad, is een multiculturele ratjetoe. „Maar hier wordt geen ruzie gemaakt”, zegt gids Andrzej Sinkiewicz (24) met een knipoog. „Daar kunnen de levenden nog wat van opsteken.”

Ondanks hun sterk verweven geschiedenis – of misschien juist daardoor – botert het niet meer tussen Polen en Litouwen. Oude geesten zijn uit de fles. Warschau klaagt hardop over discriminatie van de Poolse minderheid in Litouwen (7 procent van de bevolking), Vilnius over Poolse arrogantie en grootheidswaanzin. Over een ‘strategisch bondgenootschap’, lang het sleutelwoord in de Pools-Litouwse diplomatie, rept niemand meer.

Tot nu toe werd het historische zeer tussen de twee consequent terzijde geschoven – uit angst voor Rusland. Maar Warschau wil Moskou niet langer als bedreiging zien, zo bleek ook op de jongste NAVO-top in Lissabon. „Polen wil lid worden van de club grote landen”, zegt de Litouwse politicoloog Antanas Kulakauskas. „Het zoekt toenadering tot landen die vinden dat Rusland een partner moet zijn van Europa.”

Niet alleen Litouwen heeft het nakijken, ook Oekraïne en Georgië lijken lager op de Poolse agenda te staan. Polen wil, na het ongekende succes waarmee het vorig jaar de bankencrisis doorstond, een Europese leider worden – in plaats van de gebruikelijke dwarsligger. Litouwen werd juist hard geraakt door die crisis. Litouwen moet kiezen, Polen kan eisen stellen.

Radoslaw Sikorski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, doet dat. Hij drong onlangs aan op een „gezondere relatie”, niet gestoeld op Russofobie of sentimentalisme, maar op respect. De behandeling van Polen in Litouwen, die al jaren wachten op culturele erkenning, is in dat nieuwe licht „onacceptabel”. De Litouwse premier Andrius Kubilius reageerde als door een wesp gestoken. „De druk van een groot land helpt de dialoog niet.”

Sinkiewicz is zo’n Pool. Op het kerkhof toont de gids zijn verfrommelde paspoort. Daarin staat op z’n Litouws ‘Sinkevic’. De Poolse spelling is nog steeds bij wet verboden. Door Polen gedomineerde dorpen mogen geen tweetalige naambordjes dragen. Poolse scholen staan onder druk om de deuren te sluiten. En de restitutie van onder het communisme onteigende bezittingen ligt stil. „Dat laatste snap ik nog wel”, zegt Sinkiewicz. „Als alles wordt teruggegeven, gaat Litouwen failliet.”

Hij ziet zich niet als echte Pool. Dat zou potsierlijk zijn. „In Polen verstaan ze ons soms maar moeilijk”, zegt Sinkiewicz, met inderdaad een zwaar accent. „In onze gemeenschap is de Russische tv heel populair.” Maar dat Litouwers het Pools als bedreiging ervaren begrijpt hij niet. „Het wordt hier al vijfhonderd jaar gesproken.” Al sinds het Pools-Litouwse Gemenebest (1569-1795), een superstaat die reikte tot aan de Zwarte Zee. Voor de Tweede Wereldoorlog was Vilnius een Poolse stad, Litouwers waren ver in de minderheid, de meerderheid van de bevolking was Joods.

Voor de Polen is de stad een bedevaartsoord. In ‘Wilno’ staat het huis van hun nationale dichter, Adam Mickiewicz (1798-1855), die overigens ooit over „Litouwen, mijn vaderland” repte. Hier ligt het hart begraven van vader des vaderlands Józef Pilsudski (1867-1935). Voor de Polen een held, voor de Litouwers een schurk. Hoewel Vilnius na 1918 door de Volkerenbond aan Litouwen werd toegekend, nam maarschalk Pilsudski zijn geboortestad toch in, met een staaltje bedrog dat hier nog steeds doet knarsetanden: hij bekokstoofde een ‘spontane’ muiterij van Poolse soldaten.

Met de Tweede Wereldoorlog kwam een eind aan de stadsroof, maar pas zestig jaar later, na de val van het communisme, konden de Litouwers weer echt vrij beschikken over hun hoofdstad. Dat was ook het begin van de goede vrede, een in eerste instantie uit pragmatisme geboren samenwerking: het Pools-Litouwse gekissebis mocht de toetreding tot de NAVO en de Europese Unie (EU) niet hinderen. Daarna werd een nieuw bindmiddel gevonden, een gemeenschappelijk trauma: Rusland.

Dit leidde in 2006 onder meer tot de Poolse overname van de Litouwse olieraffinaderij Mazeikiu. Aan het Kremlin gelieerde investeerders hadden hier ook hun zinnen op gezet, maar de Polen, aangespoord door de toenmalige anti-Russische president Lech Kaczynski, boden meer, hoewel ze weinig met olie hadden. „Je zou de koop een geopolitieke vriendendienst kunnen noemen”, zegt Robert Mickiewicz, hoofdredacteur van Kurier Wilenski, het lijfblad van de Litouwse Polen. „Dat zal nu niet snel meer gebeuren.”

Over Mazeikiu is intussen slaande ruzie: Vilnius weigert haast te maken met de renovatie van een cruciale spoorwegverbinding naar de raffinaderij. „Ook hier heeft Litouwen toezeggingen gedaan”, aldus Sikorski, „en ook die zijn niet nagekomen.” Vilnius noemde de opmerkingen van de Poolse minister „verrassend” en „kwetsend”.

Onzin, zegt politicoloog Kulakauskas. Vroeg of laat zal Litouwen moeten inzien dat de tijden en machtsverhoudingen zijn veranderd. „Als klein en zwak land is het meer gebaat bij goede relaties dan Polen.” Maar voorlopig reageert het zijn onzekerheid nog even af, met wat Kulkauskas „dom patriottisme” noemt.