Ontwikkelingshulp meer in eigen belang

Bij het verstrekken van ontwikkelingshulp gaan de belangen van Nederland een grote rol spelen. Het beleid wordt meer gericht op water- en landbouwprogramma’s, waar het Nederlandse bedrijfsleven goed in is. In de hulpuitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg in de derde wereld wordt juist fors gesneden.

Dit staat in een brief van staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) die vandaag in het kabinet wordt besproken. In de brief staat op welke manier Knapen reeds volgend jaar de in het regeerakkoord afgesproken 400 miljoen euro wil besparen. In zijn totaliteit wordt de Nederlandse hulp de komende kabinetsperiode teruggebracht van 0,8 procent naar 0,7 procent van het bruto binnenland product, wat zal leiden tot een bezuiniging van 1,9 miljard euro.

De bezuinigingen in 2011 worden evenredig verdeeld over de drie bestaande uitgavencategorieën: subsidies aan particuliere hulporganisaties, donaties aan internationale organisaties en de hulpprogramma’s tussen Nederland en de zogeheten partnerlanden. Bij dit laatste gaat het om meerjarige relaties met landen in de derde wereld. Knapen wil het aantal partnerlanden (nu nog 36) terugbrengen tot onder de zestien. Komend jaar beslist hij om welke landen het gaat.

De maatregel zal volgens ingewijden gevolgen hebben voor het aantal ambassades. Veel diplomatieke posten in bijvoorbeeld Afrika hebben rechtstreeks te maken met de Nederlandse ontwikkelingsprogramma’s in die landen. Die worden gesloten of ingekrompen.

In zijn brief zegt Knapen dat hij de begrotingssteun aan ontwikkelingslanden wil verminderen. Bij deze omstreden hulpvorm gaat het om directe financiële steun onder voorwaarden aan landen die vervolgens zelf kunnen beslissen over de besteding. Dit geld wordt vaak verkeerd uitgegeven of houdt corrupte regimes in stand, luidt de kritiek. Doel van deze vorm van steun was de eigen verantwoordelijkheid van landen te vergroten.

Hulporganisaties zijn bezorgd. Directeur Farah Karimi van Oxfam Novib verwijt het kabinet te bezuinigen zonder een visie op de toekomst van de ontwikkelingshulp te hebben. „Je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt”, zegt zij.