NXP kan zowaar winst maken

De chipfabrikant NXP beperkt zich tot kansrijke niches en dreigt voor het eerst het jaar winstgevend af te sluiten. Er was een Amerikaan voor nodig om NXP op de rails te krijgen.

„Mochten er dadelijk mensen op de grond vallen, gewoon laten liggen en mij volgen.” Het is de waarschuwing die NXP’er Domien Draaijer bezoekers op het hart drukt. „Eerst jezelf in veiligheid brengen.” Bij de productie van chips worden gevaarlijke stoffen gebruikt. En veel, want het is weer druk in de Nijmeegse cleanrooms.

De NXP-vestigingen in Nijmegen en Eindhoven hebben een zware reorganisatie van ruim twee jaar achter de rug. In Nederland verdwenen 1.300 mensen van de 5.500 arbeidsplaatsen. Komende maand is de herstructurering afgerond als een van de fabrieken in Nijmegen dicht gaat: ICN5, waar de chips op ronde platen – wafers – van 5 inch doorsnede gemaakt worden. Het afstoten van verouderde apparatuur hoort erbij, zegt René Penning De Vries, technisch directeur van het chipbedrijf. „De levensduur van een productielijn is beperkt in deze industrie.”

De wedren om de snelste chips wordt gewonnen door enorme bedrijven als Intel en Samsung. NXP, met zijn 28.000 werknemers de zeventiende chipmaker ter wereld, specialiseert zich liever in elektronica waarbij betrouwbaarheid voorop staat. Zoals technologie voor auto’s en industriële toepassingen. Maar ook die sectoren hadden te lijden onder de crisis. NXP zag de omzet eind 2008 hard terugvallen. Penning de Vries: „We hadden op het dieptepunt een bezettingsgraad van 35 procent. Nu bijna 100 procent.”

70 kilometer verderop, in het laboratorium in Eindhoven, zijn de NXP-toepassingen in praktijk te zien. Van chips voor grote umts-masten tot de kleine chips voor nearfield communication – een beveiligde draadloze verbinding voor chipkaarten of mobiele betalingen. Of de spaarlamp, waarin een chip zit om die te dimmen. NXP maakt ook chips voor dataverbindingen in auto’s, zodat remmen en airbags op tijd werken. En het bedrijf werkte mee aan rekeningrijden. Dat plan sneuvelde, maar de technologie zit in eCall, een alarmsysteem dat hulpdiensten naar de plek van een ongeluk stuurt.

Het zijn toepassingen die minder conjunctuurgevoelig zijn dan chips voor consumentenelektronica als telefoons en tv’s. Vandaar dat die NXP-divisies afgestoten werden. In de Philips-tijd kon de halfgeleiderdivisie in slechte jaren nog leunen op de andere afdelingen van het moederbedrijf. Maar de huidige private equity-eigenaren zadelden NXP op met een schuld van 4,5 miljard euro. De rentelasten en de financiële crisis werden het bedrijf bijna fataal. Met ingrijpende bezuinigingen, de verkoop van de mobiele chipdivisie en het terugkopen van schulden bleef het schip drijvende. Een beursnotering in de VS, dit jaar, bracht nog 356 miljoen euro in het laatje.

De grootste meevaller was de snelheid waarmee de vraag naar chips weer aantrok. Eigenlijk had ICN5 (NXP noemt z’n fabrieken naar de maat van de wafer) al eerder dicht moeten zijn. Er kwamen zoveel opdrachten binnen dat de werknemers een half jaar langer in dienst blijven. Ook ICN6 kreeg uitstel van executie: die fabriek moest naar China verhuizen maar dat bleek toch niet zo’n efficiënte oplossing. Voorlopig blijven die 300 medewerkers aan de slag.

NXP zag in 2010 de omzet gespecialiseerde chips explosief stijgen, met 57 procent. „Een onhoudbaar tempo”, zegt NXP-topman Rick Clemmer in zijn Eindhovense kantoor. De Texaan verving in januari 2009 Frans van Houten, die de nieuwe topman van Philips wordt. Hollandse bescheidenheid maakte plaats voor Amerikaanse daadkracht en prestatiedwang: NXP werd „leaner and meaner”, kleiner en fijner. De omzet lag vorig jaar 40 procent lager ten opzichte van 2006, maar de winstgevendheid groeide tot 17,5 procent.

Zoals het er nu naar uitziet zal NXP voor het eerst sinds zijn zelfstandig bestaan een jaar winstgevend afsluiten. „Heel zuur voor de medewerkers die alsnog moeten vertrekken,” zegt Ron van Baden van FNV Bondgenoten. De vakbondsman verbaast zich erover hoeveel werk er in de andere NXP-fabrieken te doen is. „Die arbeidsplaatsen worden vervuld door uitzendkrachten, in plaats van vast personeel. Leg dat maar uit aan iemand die nu zijn baan verliest.”

Volgens de NXP-cijfers had gemiddeld 25 procent van de medewerkers in de Nederlandse fabrieken een flexibel contract. Een chipbedrijf moet zo’n flexibele schil hebben om slechte tijden te overleven, vinden ze bij NXP. De buffer is vergelijkbaar met die van chipmachinefabrikant ASML.

NXP zoekt verder naar efficiënte productiemethoden. Verdere concentratie op de Aziatische markt ligt voor de hand. Inmiddels haalt NXP zestig procent van zijn omzet uit Azië, en een derde in China. Rick Clemmer constateert dat de expertise groeit: „Vroeger werden chips alleen in Europa en de VS ontworpen en deed Azië de productie. Nu zit daar ook goede chipdesigners.”

Voorlopig behoort de NXP fabriek in Nijmegen – in de volksmond ‘de kathedraal’ genoemd – nog tot de grotere chipcentra van Europa. „En we maken hier producten om trots op te zijn”, zegt René Penning de Vries. „De dimbare spaarlamp is die 80 tot 90 procent zuiniger is dan een gloeilamp en tien keer goedkoper dan een ledlamp. Of de superzuinige adapter voor laptops en mobiele telefoons. „Jammer dat je aan de buitenkant niet kan zien welke technologie erin zit”, peinst hij. En met een knipoog naar marktleider Intel: „Misschien is het tijd voor een ‘NXP Inside’-sticker.”

    • Marc Hijink