Minister van woorden

Orde op zaken stellen. Grenzen stellen en handhaven. Investeren in veiligheid met 3.000 extra agenten. Doortastend optreden en daadkrachtig aanpakken van overlast en criminaliteit. Vooral op het terrein van veiligheid en justitie heeft het regeerakkoord van het kabinet-Rutte een authentiek politiek geluid. Recht, orde en handhaven. Prima, mits met verstand en wijsheid.

De minister die er de personificatie van werd, oud-burgemeester Opstelten, geeft er zo op het oog vloeiend uitvoering aan. Haast wekelijks bedient hij de bevreesde burger met een nieuwe maatregel. Strenger optreden tegen overvallers, hooligans, overlastplegers, gedwongen huwelijken en cybermisdrijven. De politie hoeft minder formulieren in te vullen en kan bonnenquota schrappen. De rechter mag geen taakstraffen meer bij ernstige zeden- of geweldsmisdrijven opleggen. De verhoogde strafeisen voor het OM bij geweld tegen politie, brandweer of ambulancebroeders worden nog verder opgeschroefd. De Tweede Kamer, zo bleek dezer dagen, spoort de nieuwe minister vrijwel fractiebreed aan deze lijn voort te zetten.

Het past hem als een handschoen. Als burgemeester van Rotterdam wist hij na de moord op Fortuyn de gevoelens van onlust en ontreddering in te dammen, hoofdzakelijk door zijn persoonlijk optreden. In Den Haag past hij nu hetzelfde recept toe. Waar voorganger Hirsch Ballin als minister en eminent jurist vooral van de inhoud was, concentreert de beroepsbestuurder Opstelten zich op boodschap en vorm. Overigens geen onbelangrijke kwaliteit in een opinieklimaat waar de perceptie van onveiligheid het vertrouwen in de overheid onder druk zet.

Maar ook één met beperkingen, zoals bleek in het begrotingsdebat, gisteren. In de kabinetsbelofte ‘Investeren in 3.000 extra agenten’ blijkt het woordje ‘extra’ toch een leugen. Die agenten waren namelijk al in dienst genomen door het vorige kabinet en hoeven nu niet door de bezuinigingen af te vloeien. Op zichzelf is dat goed nieuws. Zeker is het alleen nog niet. Achter de gevels van het politiebestel smeulen nog onbekende tegenvallers. Vooral op het gebied van ICT, waar de Nederlandse politie een zeldzaam slechte hand van investeren heeft. Dat neemt niet weg dat ‘extra’ toch iets anders betekent dan niet ontslagen worden. Extra betekent ‘meer’ of ‘erbovenop’. Niet: het blijft zoals het is.

Opstelten deed in de Kamer moeite om ‘extra’ als „compensatie voor een tegenvaller” te definiëren. Maar daar trapt natuurlijk niemand in. Helemaal geen Rotterdammers, die zijn opgevoed met ‘geen woorden, maar daden’. Dit kabinet investeert zeker in de politie. Maar dat levert geen extra agenten op. Het is jammer dat een veelbelovende minister zo vroeg in zijn termijn al betrapt moet worden op kletskoek.