Met een schim in de dichte mist op zoek naar een fantoom

Ewa Lipska: Dr. Sefer. Uit het Pools vertaald door Ad van Rijsewijk. Marmer, 132 blz. € 16,95

De Joods-Duitse schrijver Victor Klemperer, die in zijn jonge jaren een stroom recensies produceerde, merkt in zijn autobiografie Curriculum vitae op dat er drie manieren zijn om een kritiek op een boek te schrijven. Je meet het af aan de algemeen geldende literaire regels, je spreekt je er subjectief over uit, of je probeert de ‘immanente wet’ van het werk te ontdekken en beoordeelt het daarnaar. De lezer van Dr. Sefer zal vaststellen dat de heersende conventies niet als maatstaf kunnen dienen, want het prozadebuut van de Poolse dichteres Ewa Lipska (1945) heeft geen noemenswaardige plot en aan het eind is de hoofdpersoon nog even vaag als aan het begin – wat niet verhindert dat het een pakkend boek is. Mijn subjectieve beleving is dat je in dit verhaal door een schim bij de hand wordt genomen om in dichte mist op zoek te gaan naar een fantoom; maar daar kan literatuurkritiek ook niet op steunen. Laten we dus proberen te achterhalen welke wet deze korte (anti-)roman zelf stelt.

Dokter Sefer is psychotherapeut in Wenen. Zijn Poolse vader heeft een concentratiekamp overleefd en praat niet over zijn verleden. ‘Je reduceert je emoties.’ ‘Ik heb helemaal geen emoties’, antwoordde hij.’ Tegen het eind van zijn leven schrijft hij voor zijn zoon een naam en adres in Kraków op. Na de dood van zijn vader, en na ontvangst van een geheimzinnig manuscript, besluit dokter Sefer naar Polen te gaan: ‘Ik wilde eindelijk eens een fragment van mijn vaders leven leren kennen.’ Op het opgegeven adres doet Maria open, die de kleindochter van de minnares van zijn vader blijkt te zijn. Zij laat hem verbleekte foto’s uit de jaren twintig zien, waarop hij zijn vader herkent.

Maar na veertien dagen Kraków is dokter Sefer noch de lezer wijzer geworden over de verdwenen wereld van de vader; wel kregen we een merkwaardig verslag van ontmoetingen en trivia voorgeschoteld.

Dr. Sefer gehoorzaamt namelijk aan de wet van de verschuiving, volgens Freud het belangrijkste middel, naast de verdichting, waarvan de droom zich bedient om onze innerlijke censuur te passeren. In deze misleidende roman is het emotionele accent geplaatst op de details in plaats van op het drama. Het gaat over datgene waarover men niet kan spreken. En het wordt extra mysterieus doordat dichteres Lipska kiest voor beeldspraak die net niet helemaal bij proza hoort: ‘de geur van koffie getrouwd met de dagelijkse krant.’