Hogere premie ABP kost de staat miljoenen

Pensioenfonds ABP, het grootste fonds van Nederland, verhoogt volgend jaar de pensioenpremie. Voor de overheid betekent dit naar verwachting een tegenvaller van enkele honderden miljoenen euro’s.

De pensioenpremie stijgt vanaf januari in ieder geval met 0,1 procent. Een verdere stijging wordt verwacht vanaf 1 april. Hoe groot die zal zijn is nog niet duidelijk. Het ABP laat dat afhangen van de nieuwe cijfers over de levensverwachting van de Nederlanders, die het Centraal Bureau voor de Statistiek eind dit jaar publiceert.

„Wij gaan ervan uit dat de levensverwachting omhoog gaat”, aldus een ABP-woordvoerder. Daarmee nemen ook de kosten van de pensioenen toe. Het ABP verzorgt de pensioenen van 2,8 miljoen overheidsmedewerkers.

Het Actuarieel Genootschap raamde eerder een stijging van de pensioenpremie tussen de 0,75 en 1 procent, als gevolg van de stijgende levensverwachting. Een stijging van de premie met 1 procent zou, volgens de woordvoerder van het ABP, neerkomen op een extra kostenpost van 200 miljoen euro voor de overheid. De overheid betaalt in dit geval 70 procent van de premie. Het ABP heeft een belegd vermogen van 231 miljard euro.

Verder heeft het ABP gisteren bekendgemaakt dat uitgekeerde pensioenen in 2011 niet mee stijgen met de loonontwikkeling van ambtenaren. Dat heeft te maken met de te lage dekkingsgraad. Voor elke euro toegezegd pensioen moet een pensioenfonds minimaal 1,05 euro aan beleggingen hebben. ABP had bij de laatste meting eind oktober slechts 96 eurocent per uit te keren euro in kas. „We mogen de uitkeringen nu niet verhogen”, aldus de woordvoerder.

Begin 2011 bekijkt het ABP-bestuur, op basis van de financiële situatie eind dit jaar, of de financiën voldoende zijn hersteld. Zo niet, dan komen er meer maatregelen.