Groeten uit New York City

Twee uitgaven maken kans op de titel ‘mooiste boek over New York ooit’.

De ansichten en foto’s hebben veel weg van bidprentjes.

Ansichtkaarten uit The Andreas Adam Collection, 1880-1980. Uit 'New York in Postcards', Scheidegger & Spiess Foto's uit 'New York Postcards'

Dure winkelstraten, ruige achterbuurten, razend verkeer, gillende politiesirenes, machtige bruggen en boven alles hoge gebouwen. Het beeld van New York City is opgetrokken uit clichés, die telkens weer via andere media worden verspreid. Voor de computergeneratie zijn dat games waarin de stad nauwkeurig is nagebouwd – eventueel onder een andere naam, maar met de look and feel van het origineel. Voor veertigplussers zijn dat de tv-series en films waarin New York meer dan zomaar een locatie was. En voor hun grootouders waren dat de foto’s van Edward Steichen en Alfred Stieglitz, of de romans van Edith Wharton en John Dos Passos.

Er moet ook een tijd geweest zijn dat het beeld vooral gebaseerd was op de prentbriefkaarten die de eerste toeristen in New York naar huis stuurden. Draagbare camera’s waren er niet of nauwelijks, en nadat het mogelijk was geworden om in kleur te drukken, brak in de eerste jaren van de vorige eeuw een rage uit die ‘postcarditis’ werd genoemd, die bovendien versterkt werd door een tariefverlaging en het intrekken van het verbod op het schrijven van tekst op de adreszijde van een ansicht. In het jaar 1908 werden in de VS 667 miljoen kaarten verstuurd, waarvan de meeste uit Chicago en New York.

Een keuze uit de misschien wel miljarden kaarten die tussen 1880 en 1980 vanuit New York werden verstuurd, is bijeengebracht in het hebberigmakend uitgegeven boek New York in Postcards. Een paar honderd kaarten uit de verzameling van de Zwitserse architect-verzamelaar Andreas Adam werden verdeeld over vijftien thematische hoofdstukken, van ‘Greetings from New York’ (met de typische toeristenkaarten vol gebouwen in de vorm van letters) tot ‘Artists’ Interpretations’ (met onder meer het beeldschone Flatiron in the Winter van een anonieme fotograaf uit 1910). Het resultaat is volgens de samensteller ‘zowel een architectuurgeschiedenis als een geschiedenis van de manieren waarop er naar New York gekeken is’. Je had ook kunnen spreken van ‘het mooiste fotoboek over New York ooit’, ware het niet dat tegelijkertijd het anderhalf keer zo grote koffietafelboek New York, Portrait of a City verscheen: een tentoonstelling in boekvorm van het werk van 150 fotografen sinds het midden van de 19de eeuw.

Het aantal doublures in de twee boeken is minimaal – ook al omdat er in het prentbriefkaartenboek betrekkelijk weinig foto’s van beroemde fotografen staan; misschien waren ze te duur voor de producenten van de kaarten, misschien voor de makers van het boek. Het geeft New York in Postcards in elk geval een licht en verrassend aanzien. Een goed voorbeeld is de ingekleurde laat-19de-eeuwse foto van de binnenplaats van een huurkazerne, met nogal wat was aan de lijnen. In het Taschenboek is hij perfect afgedrukt met een kleine uitleg over de vaste wasdag van de immigranten in de Lower Eastside. In het ansichtenboek staat hij op de voorkant van een kaart met de handgeschreven tekst ‘This is where I hang out’. Dat laatste heeft dan weer een serieuze parallel in de tekst op een kaart van Wall Street die een Duitse immigrant naar zijn familie stuurde: ‘Hier habe ich mein Vermögen gemacht.’

Natuurlijk illustreren beide fotofolianten de geschiedenis van Manhattan in de 19de en 20ste eeuw, te beginnen met het ‘1811 Grid’, dat het gebied tussen de 14de en de 155ste straat in een rasterstelsel verdeelde. Waarna er spectaculaire beelden volgen van de hoogbouwactiviteiten (Vrijheidsbeeld, Brooklyn Bridge, Chrysler Buiding, WTC), de infrastructuur (haven, metro, wegenbouw) en het dagelijks leven (sloppen, hotdogkarretjes, misdaad, maar ook de beroemde foto van 19de- eeuwse schaatsers in Central Park voor het net gebouwde Dakota Building). In Postcards ontbreken overigens de prachtige gietijzeren gebouwen in SoHo, aangezien die heel lang als lelijk golden en dus als niet interessant voor de toeristen. Om min of meer dezelfde reden kom je in het boek ook weinig mensen tegen.

Over ontbreken gesproken: ‘change, adapt and reinvent’ is volgens de samenstelster van Portrait, Reuel Golden, de essentie van New York. En dus werd er behalve gebouwd ook gesloopt bij het leven. De slachtoffers zijn in al hun glorie bewaard op de anonieme ansichten en op de foto’s van Feininger, Eisenstadt en anderen: het neoclassicistische Penn Station (opgeleverd in 1910, afgebroken in 1963), het oude Waldorf-Astoria Hotel (vervangen door het Empire State Building), het art-decopaleis Savoy- Plaza aan Central Park (1927-1964), het robuuste Gillender Building dat in 1910 de eerste wolkenkrabber was die voor de bouw van een andere moest wijken. Met de Twin Towers erbij tel je meer dan dertig verdwenen hoogbouwmonumenten. Het is een wonder dat er genoeg overbleven om het Nationaal Wolkenkrabberpark te vullen.

‘Iconic images’ noemt Golden de foto’s in Portrait of a City. En dat is geen grootspraak. Net als de beeldschone ansichten uit New York in Postcards zijn het bidprentjes. Bidprentjes voor de cultus van wat wel is aangeduid als ‘een gigantische 20ste-eeuwse versie van Mont Saint-Michel.’

Thomas Kramer (ed.): New York in Postcards 1880-1980. The Andreas Adam Collection. Scheidegger und Spiess, 560 blz. € 59,- (geb.)

Reuel Golden (ed.): New York Portrait of a City. Taschen, 562 blz. € 50,- (geb.)

    • Pieter Steinz