Goodwill voor vergif

De nacht is donker en zal, als ik eenmaal het dorp uit ben met het irritante licht van de door Essent de hele nacht brandend gehouden lantaarns, werkelijk zwart over me heen vallen, denk ik terwijl ik het donker in fiets. Ik neurie maar vast wat Ede Staal: „totdat de nacht van ’t Hogelaand, ’n Donker klaid over ons legt”.

Maar het wordt niet echt donker. En als ik de weg af ben gefietst en op de brug sta zie ik waarom.

Daar, op de horizon, zijn angstaanjagende dingen te zien. Links, naar het noorden, brandt fel wit en rood licht. Ten oosten daarvan een verblindende zee van wit licht.

Daar was nooit iets te zien. Daar is de Waddenzee, de Eemsmond, daar wonen de zeehonden, daar klotsen de golven. Daar ligt de Eemshaven.

En daar bouwen Nuon en Essent, Essent als onderdeel van het grotere Duitse bedrijf RWE, kolencentrales.

Dat licht, dat hier 12 kilometer verderop het donker om zeep heeft gebracht, is nog maar het begin. Onzichtbaar, onruikbaar, maar naar te vrezen valt niet onvoelbaar, zullen de bouwwerken ook nog iets anders gaan verspreiden: CO2. In grote, zeer grote, zeer giftige hoeveelheden.

Licht en gif. Wat kan het schelen. Hier in het noorden van het land wonen toch niet zoveel mensen en de meeste mensen die er wonen zijn arm. Dat was laatst nog in het nieuws: Pekela is de armste gemeente van Nederland. Dat is wat meer in Oost-Groningen, daar zien ze de lichten van Delfzijl over de donkere akkers, maar de CO2 zal ze gerust weten te bereiken.

Maar die CO2 wordt toch ‘afgevangen’? Kolencentrales zijn tegenwoordig toch zo schoon als je eigen douche?

Ik heb het een poosje nog geloofd ook. Omdat je gewoon níet wilt geloven dat je eigen regering doodleuk je gezondheid, het milieu, het werelderfgoed dat de Waddenzee is, verkwanseld heeft aan de industrie.

Maar het is natuurlijk wel zo. Nederland zal, als straks de vijf geplande kolencentrales draaien (waarvan twee in de Eemshaven), een 9 procent hogere uitstoot van broeikasgassen hebben dan in 2006. Niks geen reductie van 20 procent in 2020 zoals het kabinet zo vroom zegt van plan te zijn. En ook geen volgens het Kyoto-verdrag verplichte reductie van 6 procent in 2012, maar juist een (over)stijging.

En dat ‘afvangen’, dat is nog nergens ter wereld vertoond. Dat is een theoretische mogelijkheid, die, als ze al in de praktijk zou werken, ongelooflijk veel geld gaat kosten, en dat geld zal van subsidies moeten komen want anders heeft Essent er geen zin in – een woordvoerster zei dat laatst nog onomwonden tegen Vrij Nederland.

Intussen kweekt Essent/RWE, ook dat zocht Vrij Nederland uit, goodwill in de regio door de zeehondencrèche in Pieterburen te steunen en ja, dat lukt, Lenie ’t Hart kan zich ineens ‘niet voorstellen’ dat kolencentrales giftige stoffen in zee lozen. En dat de bestaande vaargeulen in de Waddenzee diep worden uitgegraven, met alle gevolgen voor de bodem en de flora en fauna van de Waddenzee, daar ligt ze blijkbaar ook niet meer wakker van.

FC Groningen krijgt geld van de energiebedrijven, zomaar, helemaal voor niks. Goodwill.

Goodwill om het klimaat te mogen verpesten, het milieu te schaden, Nederland tot boven de Kyoto-norm op te stoten, de nacht te verlichten, de mensen te vergiftigen.

Je zou zeggen: daar is wel héél veel goodwill voor nodig. Maar het gebeurt allemaal maar stilzwijgend.

Toen ik in Groningen kwam te wonen, zes jaar geleden, viel me op hoe innig verknocht de mensen er aan hun omgeving waren. Waar je ook kwam, overal sprak je wel iemand die de lof zong van de ruimte, de rust, de luchten, de stilte. En terecht: iedereen denkt dat er in Noord-Groningen niets is, en dat moeten ze vooral blijven denken, dan genieten wij hier van de stilte, de 12de-eeuwse kerken op hun tweeduizend jaar oude wierden (terpen noemen ze dat in Friesland), van hoe ver je hier kijken kunt, van de geur van het wad en de omgeploegde kleischollen die nu in november liggen te glimmen in de regen.

Het is hier niet rijk aan geld – en dat wil Den Haag blijkbaar graag zo houden want een snelle treinverbinding naar het noorden was te veel gevraagd – maar het is, of moet ik al zeggen: was, hier rijk aan andere waarden. Aan dat wat mensen gelukkig maakt met hun bestaan.

Maar nu staan die centrales daar helverlicht te grommen. Ze willen gaan werken, ze vragen om kolen, kolen, kolen!

Nog is het niet te laat. Nog kan Nuon besluiten om geen kolen te stoken in de centrale die op verschillende brandstoffen gaat werken, nog kan Essent besluiten dat het niet doorgaat.

Nog kan onze overheid iets doen.

Niet alleen voor vogels en vissen en donkere nachten. Voor de eigen inwoners. Voor Europa. Voor het milieu. Voor de aarde.