Espressoboeken

Een boekmachine die in vier minuten een complete paperback van 300 pagina’s kan drukken, binden, trimmen en kaften? Daar wilde ik als boekenliefhebber wel graag even bij zijn.

Het wonder heet de Espresso Book Machine en is vanaf gistermiddag te bekijken op de derde verdieping van de American Book Center, een boekhandel aan het Spui in Amsterdam.

Aan de buitenkant valt weinig bijzonders aan het apparaat te zien. Het is een anderhalve meter hoge, glazen kast vol snoeren en spoelen. Als het in werking is, zie je er vellen papier in razend tempo doorheen schieten, maar hoe dat drukken, binden etcetera precies gebeurt valt niet waar te nemen. Dat voltrekt zich in het geheime binnenste van de machine. Het zou een slimme goocheltruc kunnen zijn, al is het niet waarschijnlijk dat de American Book Center daar zo’n 100.000 euro – zo duur zijn die apparaten – voor zou betalen.

Aan de zijkant rolde er na vier minuten inderdaad een keurig boekje van zeventig pagina’s uit, Redesign in the world geheten. Het was stevig gelijmd, had een kleurige omslag, zwart-witillustraties en een goed leesbare letter. Het rook – ook belangrijk – niet onplezierig. Een prachtig ogende paperback was het niet, maar we staan ook nog pas aan het begin van een veelbelovende ontwikkeling.

Veelbelovend? Revolutionair, zeggen degenen die aan de wieg van deze machine hebben gestaan. Een van hen is Jason Epstein, veertig jaar lang vermaard uitgever bij Random House en oprichter van The New York Review of Books. Hij is inmiddels een man van in de tachtig, maar nog kwiek genoeg om in Amsterdam een geanimeerde inleiding te houden. Hij geniet van de aandacht, praat met iedereen en geeft gul handtekeningen in zijn eetboek Eating dat tegelijkertijd is uitgekomen. Zodra hij over de Espresso Book Machine vertelt, raakt hij in een lichte staat van euforie. „Wij zijn de laatsten van de Gutenberg-generatie, de uitvinder van de boekdrukkunst”, zegt hij. „Een nieuwe fase is aangebroken.” Volgens Epstein zullen de gevolgen voor boekhandels, uitgeverijen en schrijvers ingrijpend zijn. „Schrijvers zullen hun eigen uitgevers worden, met behoud van alle netto-opbrengsten van digitale en traditionele verkopen. Met behulp van de Espresso Book Machine kunnen ondernemende boekwinkels zelf uitgevers worden, net zoals hun voorgangers uit de achttiende eeuw.” En de consument, de klant van de boekhandel met zo’n apparaat – wat merkt hij ervan? Bij de American Book Center kan die klant zich met zijn tekst op een drager melden en in vier minuten zijn eigen boek laten printen voor 12,50 euro per stuk. Hoe hoger de oplage, hoe goedkoper. Als de American Book Center op jaarbasis 5.000 boeken print, is men uit de kosten. Als we kenners als Epstein mogen geloven, kan de consument zich op nog veel meer moois verheugen. Boeken die door uitgeverijen niet meer herdrukt worden, zijn on demand in de boekhandel weer verkrijgbaar: één druk op de knop en daar rolt het boek uit de machine. Lezers die op hun e-reader een boek hebben gelezen, kunnen er op deze manier een papieren versie van krijgen.

Zal het allemaal zo makkelijk gaan? Ik kijk nog even naar dat trotse espressoboekenapparaat. Vijftig zijn er nu op de hele wereld, waarvan drie in Europa. Misschien hebben we er straks allemaal eentje thuis.