En toen was er Kabouter Hulpklaas

Tekening uit 'Sinterklaas en het Kleine Hoogtevreespietje' van Youp van 't Hek met tekeningen van Martije Tolman

Youp van ‘t Hek en Martije Tolman: Sinterklaas en het Kleine Hoogtevreespietje.

Bibi Dumon Tak en Typex: Amerigo Amerigo.

Martine Bijl en Loes Riphagen: Sint en de cadeautjesdief. Deze drie uitgaven verschenen bij Blue in Green Publishing/Douwe Egberts. Leeftijd: 3+. Gratis.

Een wortels weigerend paard, vergeten kinderen en een Zwarte Piet met hoogtevrees spelen een rol in de Sintboeken die Douwe Egberts dit jaar uitbrengt. Alle auteurs en illustratoren zijn van naam en ze houden de traditie – geen gedoe met verantwoord speelgoed, gezond snoep en andere ongein – zalig intact.

Loes Riphagen maakte de illustraties bij Sint en de cadeautjesdief van Martine Bijl en overrompelt met heldere, kleurige tekeningen die wemelen van de grappige details. In het cadeautjespakhuis liggen tussen speelgoedtrein en stuiterballen lekkere nepdrollen. Er hangt een dartbord met de afbeelding van een chagrijnig kijkende Kerstman.

In dat pakhuis treft de Sint vlak voor 5 december een kabouter aan, die cadeautjes komt stelen voor de arme kabouterkinderen, bij wie Sinterklaas nooit komt. ‘Ik neem echt geen grote dingen mee’, zei de kabouter. ‘ Een speelgoedauto is voor onze kinderen een trapauto. Een poppenjurk is voor de meisjes een prinsessenjurk […] Dat mist u toch allemaal niet?’

Het eind van het lied is dat de kabouter hulpklaas wordt. Riphagen heeft prachtig getekend hoe de kabouter zich voortbeweegt op een witte muis, geflankeerd door twee duiven met pietenpetten op hun kop. ‘Dat is papa!, riep een kabouterkind. Maar dat hoorde niemand.’

In Amerigo Amerigo van Bibi Dumon Tak en Typex treedt eveneens een groep vergeten kinderen op: veulens. Dat wordt spannend genoeg pas helemaal aan het eind van het boek duidelijk; je vraagt je met Sint en Pieten af waarom wortelverslinder Amerigo plotseling geen peen meer eet en daar ook nog zo blij bij kijkt. ‘Ik weet niet wat dat rare paard bezielt’, zegt Sinterklaas. ‘maar ik ga wel lopen’.

De Pieten raken uitgeput doordat ze kilo’s en kilo’s versmade wortels en appels uit schoenen moeten halen, versjouwen en opslaan – voor de veulens, maar dat weten ze niet. Wild en vrolijk zijn de tekeningen van Typex, die zijn striptekenkunst ten volle heeft ingezet. Het paard vliegt en rent en rolt in alle mogelijke standen, trekt bekken en stapt met parmantig gezicht rond. Verrukkelijk is de tekening waarop Amerigo zich door een leger Zwarte Pieten laat verwennen en verzorgen, zijn manen in krulspelden onder een roze droogkap.

Ingetogen is Sinterklaas en het kleine hoogtevreespietje van Youp van ‘t Hek en Marije Tolman. Haar Sint op het strand met een badhanddoek onder zijn arm, gezeten op een paard met een zonnebril op, is oogstrelend, en zie de Pieten mooi en zoet in hun kleurige stapelbedden, met knuffels en tandenborstel, hun pietenpakjes aan haakjes. Behalve één, Pietje Puk, die zo’n hoogtevrees heeft dat hij op het strand geen berg durft te maken of een kuil graven. ‘Hij durfde ook niet in zijn bed te slapen’, schrijft Van ‘t Hek. ‘Veel te bang dat hij eruit zou vallen. Een hoogslaper was helemaal eng’.

Toch is er op een dag geen ontkomen aan: ‘ Zwarte Pietjes moeten het dak op. Ze moeten klimmen.’ Onder de liefdevolle aandacht van Sint en man van weinig woorden grote Piet – ’Proberen, blijven proberen’ – weet het pietje de daken van de stad te bereiken, ja daar zelfs daar nog bovenuit te steken.