En het ging net wat beter in de Vogelaarwijken

In Vogelaarwijken als het Utrechtse Kanaleneiland krijgt probleemjeugd weer kansen en wordt overlast aangepakt. Maar nu is bezuinigen het devies.

Flats in Kanaleneiland, Vogelaarwijk in het zuidwesten van de stad Utrecht. Foto Evelyne Jacq Nederland, Utrecht, 17-11-2010. Foto Evelyne Jacq. Kanaleneiland. (Voormalige ? ) Vogelaarwijk. ( voormalige ? ) achterstandswijk.

Zorg dat mensen het plezierig vinden om in hun wijk te wonen. Eenvoudiger kon de boodschap van oud-minister Ella Vogelaar (PvdA) voor de veertig probleemwijken niet klinken. Maar nu drie jaar later de investeringen in de naar haar vernoemde wijken voorzichtig resultaten opleveren, gooien bezuinigingen roet in het eten.

De Vogelaarwijken, verdeeld over achttien steden, moesten binnen tien jaar het gemiddelde van hun stad halen op het gebied van wonen, werken, onderwijs, integratie en veiligheid. Sinds 2007 wordt jaarlijks 250 miljoen extra geïnvesteerd door woningcorporaties. Het Rijk draagt nog eens 300 miljoen bij uit een ‘wijkenpotje’, gevuld door de corporaties via de Vogelaarheffing. Via andere potjes stroomt nog extra rijksgeld naar de wijken, zoals voor financiering van agenten, verpleegkundigen en groen.

En ja, al die investeringen hebben effect gehad. Langzaam, dat wel. En lang niet op alle gebieden. Sommige effecten zijn bovendien moeilijk meetbaar, omdat bewoners hun probleemwijk vaak verlaten zodra het ze beter gaat.

Neem Kanaleneiland in Utrecht: een wijk met flats uit de jaren zestig, waar tweederde van de ruim twintigduizend inwoners allochtoon is. Ook hier is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd. Niet alleen in speelplekken, opvoedingsondersteuning en de aanpak van overlast, maar ook in een betere samenwerking tussen betrokken partijen. Van gemeente en woningcorporaties tot welzijnswerk en jeugdzorg. Zo is er in de wijk een project voor woon- en leerbegeleiding van moeilijke leerlingen die een baan in de zorg willen. Corporaties, studentenhuisvesting, ROC en zorginstellingen werken samen. Coördinator Stans Wegenwijs: „Door dit project zijn we veel bekender geworden. We krijgen vragen uit de wijk of we kunnen helpen bij jongeren die moeilijk te bereiken zijn.”

Of neem het Jongeren Cultuurhuis Kanaleneiland, een voormalig schoolgebouw waar in het verleden bijna dagelijks ruiten werden stukgegooid. Nu niet meer. Het gebouw is aangepast aan wensen van de jeugd. Er is een geluidsstudio waar cd’s worden opgenomen. Maar niet alles verloopt vlekkeloos. Locatiemanager Mohammed Yousala vertelt over een talentvolle jongen die na de muziekcursus rappen mocht optreden voor publiek: „Dat deed hij zo goed dat zijn vrienden hem begonnen uit te lachen. Ze lachten omdat ze zelf niks kunnen.” Het laat goed zien, zegt Yousala, „hoe moeilijk het is” voor Marokkaans-Nederlandse jongens om zich aan groepsdruk te onttrekken. „Die rappende jongen is hier nooit meer teruggeweest.”

Er zijn meer problemen met de wijkenaanpak, zo zegt een visitatiecommissie die deze maanden de Vogelaarwijken bezoekt. Vaak is onduidelijk wat het doel is van de vele activiteiten, wat ze kosten en wat ze opleveren. Ook kiezen corporaties vaak voor grote sloop- en nieuwbouwplannen om problemen in achterstandswijken op te lossen. Zittende bewoners krijgen betere huizen, middeninkomens moeten naar de wijken worden gelokt. Dat kan het imago van de wijk, de koopkracht en het voorzieningenniveau verbeteren.

Maar is dat wel de beste aanpak? Volgens hoogleraar sociale geografie Sako Musterd wordt in Nederland „buitensporig veel gesloopt.” „Vaak zijn huizen nog prima bewoonbaar en is er veel vraag naar.” Deze ‘fysieke aanpak’ wordt vaak gekozen omdat het de makkelijke weg is. „Het suggereert krachtig optreden. De waarde van de bestaande woningen stijgt door de nieuwbouw, zodat de waarde van het corporatiebezit omhoog gaat.”

Bij alle partijen ontstaat nu consensus dat de nadruk op sloop en nieuwbouw te groot is. Werkloosheid los je er niet mee op, het aantal bijstandsmoeders daalt niet, en uit onderzoek blijkt dat lagere en hogere inkomens weliswaar in dezelfde buurt wonen, maar nauwelijks contact hebben.

Hoe het wel moet? Beter is meer nadruk op investeren in bestaande woningen in combinatie met een sociale aanpak, zo luidt de consensus van wijkexperts. Burgemeester van Utrecht Aleid Wolfsen zei onlangs dat in Kanaleneiland „meer focus nodig is op onderwijs en werk”. Het grootste probleem in de wijken is de opeenstapeling van sociale problemen als huiselijk geweld, schulden, werkloosheid en opvoed- en taalproblemen. Corporaties komen zo weer terug bij wat ze een eeuw geleden als zuilenorganisaties al deden: volksverheffing. Alleen heet het nu ‘aanpak achter de voordeur’.

Ook ondernemers moeten een grotere rol gaan spelen in de wijken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken – waar wijkaanpak nu onder valt – noemt Albert Heijn als voorbeeld. De supermarkt biedt werk- en stageplekken en doet mee aan verbetering van de leefomgeving in Amsterdamse Vogelaarwijken. Dit project wordt uitgebreid naar de rest van het land. En in Kanaleneiland hebben twee corporaties portiekflats, die mogelijk in 2012 worden gesloopt, aan als ‘broedplek’ voor kleine bedrijven in de creatieve sector. In ruil voor lage huur doen de creatieve ondernemers iets voor de wijk, zoals het aanbieden van cursussen in ondernemen.

Maar crisis en bezuinigingen dwingen tot een pas op de plaats of zelfs één achteruit. Gemeenten worden gekort door het Rijk. Corporaties verliezen inkomsten uit de afgeschafte Vogelaarheffing (75 miljoen per jaar) en moeten fors gaan meebetalen aan de huurtoeslag, zo’n 630 miljoen per jaar. Ook daalt het aantal verkochte huurwoningen, een grote inkomstenbron. Het kabinet-Rutte heeft geen speciaal potje meer voor de Vogelaarwijken, die in het regeerakkoord onvermeld blijven. Op andere voor wijken relevante uitgaven wordt bezuinigd, en het aparte ministerie Wonen, Wijken en Integratie is opgeheven.

Buitengewoon hoogleraar burgerschap Evelien Tonkens, die onderzoek doet in wijken als Kanaleneiland, waarschuwt voor het wegvallen van rijksgeld voor burgerinitiatieven, juist nu het vertrouwen van bewoners in de Vogelaarwijken toeneemt. „Burgers organiseren zich zelden spontaan”, aldus Tonkens. „Geld kan een stimulans zijn. Je hebt het opbouw- en welzijnswerk nodig.”