Eindelijk plek om alles te tonen

Het Dordrechts Museum gaat zondag na een sluiting van twee jaar weer open. Uitgebreid en vernieuwd, met speciale aandacht voor kunst van Dordtenaren.

Binnenstraat tussen het 19de-eeuwse gebouw en de nieuwbouw.

Een trots en tevreden trio licht de verbouwing, de nieuwbouw en de nieuwe inrichting van het Dordrechts Museum toe. Architect Dirk Jan Postel legt uit hoe zijn nieuwe vleugel aansluit bij het bestaande gebouw – een negentiende-eeuwse psychiatrische instelling. Interieurarchitect Evelyne Merkx (die ook het Rijksmuseum en de Hermitage heeft ingericht) vraagt aandacht voor de doordachte details van de inrichting. Directeur Peter Schoon wijst op aanwinsten en restauraties, en vooral op het feit dat zijn museum nu beschikt over zoveel ruimte dat de vaste collectie eindelijk permanent kan worden getoond.

Altijd al was het Dordrechts Museum, gesticht in 1842 en daarmee een van de oudste musea van Nederland, een aantrekkelijk reisdoel om zijn gemoedelijke presentatie van werk van onder meer beroemde Dordtenaren als Ferdinand Bol, Albert Cuyp en Ary Scheffer.

Na een sluiting van twee jaar ontpopt het museum zich met grootstedelijke allure. Vanaf zondag mag het publiek weer binnen.

Als om de nieuwe grandeur te benadrukken, is de oorspronkelijke ingang van het museum weer in ere hersteld. Als vanouds loopt de bezoeker over een lang tuinpad tussen dikke platanen. Binnen is alles strak geregisseerd. Toch heeft elk van de afzonderlijke ruimtes niet alleen een eigen thema, maar ook een eigen sfeer. Een zaal met negentiende-eeuwse werken van onder meer de Amsterdammer George Hendrik Breitner en de Italiaan Antonio Mancini bijvoorbeeld, is gewijd aan de weergave van de stad in de kunst. Een andere ruimte spitst zich toe op de Dordtse navolgers van Rembrandt – rondom De verloochening van Petrus van de meester zelf, in bruikleen van het Rijksmuseum. En het zaaltje waar vroeger de route doodliep in een wat onduidelijke stijlkamer, is met rood fluweel aan de wanden omgetoverd tot een schrijn vol werk van de romanticus Ary Scheffer.

Verrassend en instructief zijn de kasten die midden in veel zalen zijn geplaatst. Laden kunnen er worden uitgetrokken om kwetsbare en lichtgevoelige tekeningen, prenten, miniaturen en boeken te bekijken, die in verband staan met de schilderijen aan de wand. Soms zijn het getekende voorstudies, soms op zichzelf staande kunstwerkjes. In de zaal waar het werk van de Dordtse achttiende-eeuwse behangselschilders Abraham en Jacob van Strij wordt getoond, duiken in de ladekasten tekeningen op die bij wijze van stalenboek aan potentiële klanten werden getoond.

Met de nieuwe vleugel erbij is de oppervlakte van het museum meer dan verdubbeld. In het oude gebouw kan de vaste collectie nu permanent worden getoond waardoor het museum zich weer kan scharen onder de Nederlandse regionale top. De nieuwbouw biedt ruimte voor wisselexposities. Ter gelegenheid van de heropening is daar nu een selectie te zien van werken die Dordtse verzamelaars in de negentiende eeuw bijeenbrachten. Veel van dei werken maken nu deel uit van de collectie van het museum. De ruimhartige presentatie met werken die, ondanks hun kwaliteit en curiositeit, normaal gesproken niet zo snel de zalen halen, doet recht aan het motto bij het nieuwe Dordrechts Museum: „nog nooit zo veel, zo mooi, zo spannend”.

Het Dordrechts Museum wordt zaterdag feestelijk geopend. Voor het publiek is het museum vanaf zondag toegankelijk. Open: di-vr 11-17 uur, za-zo 13-18 uur. Inl: www.dordrechtsmuseum.nl