Dreigend politiek besmettingsgevaar

De Ierse burger moet de komende jaren bloeden voor de bende die de Ierse banken hebben veroorzaakt. Om de overheidsfinanciën in het reine te brengen – noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op 85 miljard euro uit het noodfonds – gaat de regering in Dublin de arrangementen van de sociale zekerheid verlagen en de belastingen verhogen.

Alleen het bedrijfsleven wordt nu nog niet aangesproken. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 12,5 procent blijft intact. Althans, zolang Ierland in staat is de druk van Duitsland en Frankrijk te weerstaan. De twee belangrijkste subsidiënten van Ierland willen dat de vennootschapsbelasting naar het Europese gemiddelde wordt opgetrokken, om een einde te maken aan dit fiscale concurrentievoordeel dat aan de basis ligt van de opkomst én de ondergang van de nu aangeschoten Keltische Tijger.

De weigering van de regering om dit unieke pluspunt van Ierland aan te passen in ruil voor andermans geld, symboliseert het politieke gevaar dat de hele eurozone bedreigt. De crisis is in wezen een bankencrisis. De Ierse banken hebben zich tot de kredietcrisis van 2008 rijk gerekend dankzij een gebrek aan externe controle en interne moraliteit. De regering op haar beurt heeft de banken niet laten opdraaien voor hun falen.

Die vrijheid had Ierland in al zijn soevereiniteit. Maar deze keten van privaat en publiek wanbeleid dreigt nu over te slaan naar het buitenland. De andere lidstaten staan voor het blok: als Ierland wordt gered, worden de eigen banken ook geholpen. Op falen staan kennelijk geen sancties.

De bankiers mogen nu dan gered worden, de politici moeten niet rekenen op clementie. In Ierland is de regering al besmet door de crisis. Premier Cowen is in politieke moeilijkheden.

Het is niet raar dat de Ieren hem aansprakelijk houden voor de crisis. Cowen heeft sinds 1992 bijna onafgebroken in de regering gezeten en is medeverantwoordelijk voor het wanbeleid dat nu met buitenlandse garanties moet worden afgedekt.

Daarbij hoeft het echter niet te blijven. Er dreigt namelijk niet alleen financieel, maar ook politiek besmettingsgevaar, zeker als straks onverhoopt Portugal en Spanje aan de beurt zijn om door de rest te worden gered. Het zijn immers de burgers die straks de rekening moeten betalen en hun oordeel daarover in hun stemgedrag kenbaar kunnen gaan maken.

Anders dan de bancaire sector, die al twee jaar de eigen ogen probeert te sluiten voor de eigen fiasco’s, kunnen de politici die Ierland nu uit welbegrepen eigenbelang steunen zich maar beter wel goed voorbereiden op de consequenties.

Ook op de electorale gevolgen. Een groei van anti-Europees electoraal sentiment ligt immers voor de hand. Dat moet worden voorkomen. Europa kan zich na het bancaire wanbeleid geen politiek failliet veroorloven.