De stem van Europa: kakofonie nationale belangen

Europese politici kunnen de huidige turbulentie op de markten alleen stoppen als ze samen een duidelijk antwoord formuleren. Maar dat is nou juist het probleem.

„We zijn verlamd, als een konijn in de koplampen.” Het is geen fraai beeld, gaf een Europese diplomaat gisteren toe. „Maar zo is het. De financiële markten hakken op de euro in. En Europese politici reageren super-traag.”

Als de aanhoudende euromalaise iets aantoont, is het wel dat de financiële eenwording van Europa ongeveer voltrokken is, maar de politieke eenwording niet. Banken en markten kennen geen landsgrenzen meer. Duitse en Britse banken lopen gevaar nu Ierland meer rente op staatsleningen moet betalen. Of liever, Britse en Duitse belastingbetalers, want banken liggen ook in die landen aan het staatsinfuus. Europese politici kunnen deze turbulentie alleen stoppen als ze samen duidelijk antwoord geven. Maar Europese antwoorden formuleren kost tijd. Omdat niemand een ‘superstaat Europa’ wil, moeten eerst alle lidstaten één voor één op hun eigen democratische voorwaarden akkoord gaan.

Voorbeeld? Ierland kreeg zondag een reddingsboei vol leningen toegeworpen, ter waarde van 80 à 90 miljard euro. Voorwaarde aan de Ieren: drastisch bezuinigen. Woensdag kwam de Ierse regering daarom met een rigoureus bezuinigingsplan. Maar IMF, Europese Centrale Bank en Europese Commissie moeten zeker weten dat dit plan ook echt wordt uitgevoerd. En dat weten ze niet. Want Ierland heeft binnenkort verkiezingen.

De oppositie profileert zich tegen de onpopulaire regering en dus tegen elementen uit het bezuinigingsplan. Dit zijn normale, nationale democratische processen - campagnetijd. Europese politici mogen zich daar niet mee bemoeien. Zij moeten wachten tot de Ieren uitgevochten zijn. Maar financiële markten wachten niet. Die willen antwoord. Daadkracht. Zolang die uitblijft, stuwen zij de rentes op staatsleningen in andere perifere eurolanden op. Vandaar krantenkoppen als: ‘Portugal is de volgende’.

Europese politici willen het wel uitschreeuwen, maar moeten hun mond op slot houden. Eurocommissaris Olli Rehn (economie en monetaire zaken) nam deze week in Straatsburg Ierse europarlementariërs in een zaaltje apart, om ze te vertellen hoeveel hier op het spel staat en hoezeer hun twisten de euro in gijzeling houden. Eén parlementariër liep meteen weg en zei voor de camera’s dat hij niet meedeed aan geheime ondemocratische spelletjes. Sindsdien zegt Rehn niets meer, behalve dat hij „alle vertrouwen heeft in het Ierse bezuinigingsplan” .

Is Portugal de volgende? Gisteren vergaderde in Brussel het economisch en financieel comité (EFC) – nationale experts die besluiten voorkoken. De meesten vinden dat Portugal nu óók om leningen moet vragen, preventief. Maar Portugal weigert. De minderheidsregering en de oppositie hebben een jaar over de begroting geruzied. Maar de banken in Portugal zijn redelijk solide en de regering zegt dat ze het zelfs met torenhoge rentes op staatsleningen nog lang kan uitzingen.

Maar dezelde Europese Commissie die vorige week Ierland onder druk zette om leningen aan te vragen, steunt nu Portugal. „Commissievoorzitter José Manuel Barroso is een Portugees,” zei gisteravond een ingewijde. „Hij is ons grootste probleem.”

„De financiële markten,” zegt Michael Burda, hoogleraar economie aan de Humboldt-universiteit in Berlijn, „lopen niet synchroon met de politiek. Ze gaan véél harder. Politici moeten snel iets doen om de chaos te stoppen. Maar ik zie zo snel de oplossing niet.”

Economen schrijven op sites als Vox al maanden over een ‘euro-exit’. Splijt de euro in tweeën, gaan perifere of juist rijke landen eruit? Hoe kun je automaten die op euro’s werken, snel omzetten naar lires of peseta’s? Ook Burda is „hard bezig uit te vogelen hoe het eindspel zal lopen.”

Het endgame? Brusselse ambtenaren bevestigen dat dit frustrerende tijden zijn. Ja, er is verdeeldheid. En vertwijfeling. Élke uitspraak, van welke politicus ook, wordt door media en investeerders negatief uitgelegd. En als ze vervolgens zwijgen, lijkt dat machteloosheid. Geen wonder dat de eurocommissarissen-vergadering deze week bedrukt was.

„Maar,’’ zegt een ambtenaar. „onderschat niet de motivatie van álle politici om de euro te redden. Met die politieke wil houden economen geen rekening bij hun exit-calculaties. Vergeet niet: de euro bestaat zolang politici dat willen.”

Politici hebben, zegt hij, afgelopen maanden meer taboes doorbroken dan ze ooit voor mogelijk hielden. Ze trekken de teugels in de eurozone strak aan en lenen elkaar geld. Via gezamenlijke (euro-)obligaties, nog wel. Niemand protesteerde toen Bundesbankvoorzitter Axel Weber gisteren zei dat er 100 miljard méér in de leningenpot kan – de duidelijkste hint tot nog toe dat de eurozone bereid is zelfs Spanje op de rug te nemen.

Achter de schermen leggen Duitsland en Frankrijk de laatste hand aan een permanent vangnet. Daaraan moet de financiële sector bijdragen, zij het minder dan Duitsland wilde. Regeringsleiders Merkel en Sarkozy spraken elkaar gisteren. Barroso, die een wetsvoorstel uitwerkt, is vandaag in Parijs. Dit weekend willen ze eruit zijn. Voor investeerders lijken zij misschien bange konijnen. Maar zelf denken ze daar anders over..