De overvaller aanhouden is heel eenvoudig

Slechts een op de vier overvallen wordt opgehelderd.

Luister eens naar de mensen uit de wijk, dan komen de oplossingen hiervoor vanzelf.

De politie slaagt er niet in overvallers te pakken, concluderen criminologen van de Universiteit van Tilburg (nrc.next, 23 november). Slechts één op de vier overvallen wordt opgehelderd en slechts één op de zes overvallers wordt bestraft.

Wat te doen?

Volgens hoogleraar rechtsvergelijking Cyrille Fijnaut moet het hele beleid worden herzien: van de adviezen aan de burgers en ondernemers om zich te beschermen tot de opsporingsmethoden, van de hulpverlening tot de reclassering.

Toe maar.

En minister van Veiligheid en Justitie Opstelten volstaat met een opdracht aan de politie: over vier jaar moet de pakkans twee keer zo hoog zijn en moet het aantal overvallen omlaag van bijna drieduizend naar tweeduizend. Voor minder doen we het niet. Klaar.

Wat een merkwaardig geloof in de scheppende kracht van woorden. De harde werkelijkheid is er natuurlijk eentje van bloed, zweet en tranen: hoe ga je dat doen, overvallers opsporen, aanhouden en verhoren? Ik heb daar een oplossing voor. Die is ontstaan door aandachtig te luisteren naar overvallen winkeliers. Dat betekent natuurlijk wel dat je de wijk in moet. Zo kwam ik een maand geleden in Amsterdam-West een 71-jarige eigenaar van een beddenwinkel tegen die in zijn winkel was neergesabeld. Hij was gewond, maar stond evengoed in zijn winkel, hoewel hij al vijf weken ’s nachts geen oog meer had dichtgedaan. De overvaller was een Marokkaan, vertelde hij. Buiten stond een scooter klaar met een andere Marokkaan, zo meldde hij.

Wie zulke verhalen hoort, gaat een lichtje op. Inderdaad worden enorm veel overvallen op scooters uitgevoerd. De één pleegt de overval, de ander rijdt. Scooters kunnen politieauto’s heel gemakkelijk afschudden, zij kunnen rijden waar auto’s niet kunnen komen, op fietspaden, door stegen, over de stoep. En het handige is ook dat de overvallers hun scooter even verderop gewoon aan de kant kunnen zetten en lopend kunnen opgaan in de massa.

Wie dat bedenkt, begrijpt dat de helikopters die boven de stad cirkelen weliswaar een groot gebaar vormen, maar gedoemd zijn te falen. Het signalement van de daders is simpelweg verdwenen. Zo kom ik op het idee dat wij een brigade aan motoragenten moeten inzetten. En die moeten niet massaal de snelwegen op, nee, de korpschefs moeten hen in het winkelgebied laten rondrijden. Ingewikkelder is het eigenlijk niet. Het kán, het is gewoon een kwestie van doen.

Zo ligt het ook met het opsporen van wapens. In Holendrecht zegt de politie dat vrijwel alle schieters bekenden van de politie zijn. Ooggetuigen melden ook vrijwel altijd dat de dader bij een conflict wegliep en even later terugkwam met een wapen. Laten we dergelijke verhalen nou gewoon serieus nemen en de wapens simpelweg zoeken in de huizen en auto’s van de verdachten, in plaats van massaal alle agenten op te roepen om alle winkelende passanten één voor één te fouilleren op wapenbezit, van de oude vrouw met de rollator tot het meisje op de fiets.

Het betekent natuurlijk wél dat wij moeten horen wat er feitelijk in de buurt gebeurt, in plaats van dat we ons baseren op nota’s en staafdiagrammen. Zo willen wij liever geen rechters die zich laten leiden door het schriftelijke proces-verbaal, waarin een slachtoffer genoemd staat die gedood is, terwijl pal voor de neus van de rechter een huilende dader staat die beterschap belooft. Rechters die slachtoffers spreken, op straat of elders in het dagelijks leven, zullen wellicht veel meer empathie ontwikkelen voor de samenleving in plaats van voor de dader.

Naast simpelweg doen, is ook de timing cruciaal bij het tegengaan van criminaliteit. Hét cruciale moment voor de meeste ouders is de dag waarop hun zoon wordt aangehouden door de politie, als een first offender. Op dat ingrijpende moment is het zaak de ouders uit te nodigen voor een sociaal verhoor, niet eens om te getuigen tegen hun zoon, maar om erachter te komen wat er feitelijk aan de hand is: waarom houden de ouders geen toezicht op hun zoon? Wat is er mis met hun dagelijkse structuur? Dat is het moment waarop de ouders besluiten hun leven te veranderen. Het moet ook dán gebeuren, op dat moment, niet maanden later als de zaak wellicht al geseponeerd is.

En laten wij die jongens nou een hele tijd uit de wijk houden en bovenop de straf verplicht gesloten onderwijs opleggen, net zo lang tot het vakdiploma gehaald is. Als ook de criminele groep waarin hij verkeert ontregeld wordt, het gezin verandert en zo nodig verhuist naar een andere omgeving, is de kans groot dat hij veel minder vaak terug zal vallen in de misdaad.

Als wij het zo praktisch aanpakken, gebaseerd op de kwaliteit van opsporing, aanhouding en verhoor, krijgt de politie haar gezag terug, herstelt het vertrouwen in de gemeente en zal misdaad niet langer lonen. Dan krijgen de wijkbewoners ook weer nieuwe moed, gaan ze wapenbezit melden, andere informatie delen en aangifte doen. Zo zal de criminaliteit halveren en kunnen Nederlanders weer doen waar zij voor geschapen zijn: wonen, werken, leren, leven.

Ahmed Marcouch (PvdA) is Tweede Kamerlid. Tot maart was hij voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart.

    • Ahmed Marcouch