CBS: integratie gaat op de meeste fronten goed

Het gaat op veel fronten goed met de integratie van niet-westerse allochtonen in Nederland. Dat blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2010 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat gisteren is verschenen.

Steeds meer niet-westerse allochtonen volgen hoger onderwijs. Van de allochtone leerlingen die in het schooljaar 2009/10 in het derde jaar van de middelbare school zaten, deed 32 procent havo of vwo. In 2003/04 was dat 28 procent. Onder autochtonen is dat bijna 50 procent.

Moeders uit de tweede generatie niet-westerse allochtonen krijgen gemiddeld op dezelfde leeftijd als autochtone moeders hun eerste kind; als ze 29,5 zijn. Moeders uit de eerste generatie waren gemiddeld twee jaar jonger. Allochtonen van de tweede generatie laten minder vaak een partner uit het land van herkomst overkomen dan allochtonen van de eerste generatie.

Er zijn ook negatieve ontwikkelingen. Niet-westerse allochtone jongeren hebben gemiddeld een minder goede gezondheid dan autochtone jongeren, terwijl ze niet vaker naar de huisarts gaan. Allochtonen zijn nog steeds oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Antilliaanse en Marokkaanse mannen zijn vijf keer vaker verdachte van een misdrijf dan autochtone mannen.

Ook verliezen allochtonen sneller hun baan dan autochtonen. In 2009 was 11 procent van de niet-westerse allochtonen werkloos tegenover vier procent van de autochtonen.

Begin 2010 woonden er 1,9 miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland. Dat is ruim 11 procent van de totale bevolking. Rond de 43 procent is in Nederland geboren en behoort tot de tweede generatie allochtonen. Zij voelen zich veel vaker Nederlander dan hun ouders. De vier grootste groepen niet-westerse allochtonen zijn Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen.