Als 130 miljoen Chinezen tegelijk de trein willen nemen

Het openingsbeeld van de documentaire 'Last Train Home' (VPRO)

Op de vierde donderdag van november, gisteren dus, vieren de Amerikanen Thanksgiving Day: een reden om grote afstanden af te leggen teneinde met de verenigde familie kalkoen en pecantaart te eten. Maar die volksverhuizing is nog niets vergeleken bij Chinees Nieuwjaar, doorgaans in onze maand februari. Er vindt dan een ware veldslag plaats om treinkaartjes, want de naar schatting 130 miljoen plattelandsbewoners, die in de grote steden spijkerbroeken stikken en anderszins de kost verdienen, willen dan allemaal tegelijk naar huis.

De documentaire Last Train Home van de Canadees-Chinese cameraman-regisseur Lixin Fan, begint met een fascinerend beeld van een massa met gekleurde paraplu’s op het stationplein van Guangzhou, het oude Kanton. Treinreizen is in China altijd een licht chaotische activiteit, maar het duwen en trekken, de door politiemannen uit de mêlee bevrijde vertrapten, het gezeul met wat bij ons wel bekend staat als „turkentassen”: de film laat het allemaal in extenso zien.

De timing van de uitzending in de reeks VPRO Import was dus perfect, ook al omdat Last Train Home precies een jaar geleden de hoofdprijs won op IDFA. Sindsdien maakte de documentaire een triomftocht langs andere festivals, werd door IDFA zelf op dvd uitgebracht, maar kreeg geen bioscooproulatie. En de televisievertoning was gisteren ingekort van 85 minuten tot een klein uur.

Dat is tegenwoordig schering en inslag. Het kortwieken door netmanagers beneemt enigszins het zicht op de kwaliteit van de vertelling, die nu soms een beetje kortademig en willekeurig oogt.

Wat de film desondanks goed duidelijk maakt is de psychologische invloed van de binnenlandse massamigratie op de leden van een verscheurd gezin. Een Roemeense psychiater vertelde me eens dat daar op het platteland, onder de achtergebleven kinderen van gastarbeiders, depressies en zelfmoord epidemische proporties aannemen.

In Last Train Home is het in de stad werkende echtpaar Zhang tenminste nog wel samen, maar hun tienerdochter Qin, die 2100 kilometer verderop in een dorpje in de provincie Sichuan door oma wordt opgevoed, vervloekt haar ouders. In een andere sleutelscène richt bij uitzondering een van de personages zich direct tot de camera: „Wil je filmen zoals ik echt ben? Zo dus!”, roept Qin uit. Ze slingert verwensingen naar haar vader en beiden komen terecht in een gemene vechtpartij.

Het is echte cinéma vérité in een documentaire die ook nogal wat geconstrueerde momenten lijkt te bevatten.

In een flits zien we de van huis weggelopen Qin met flesjes frisdrank lopen in een nachtclub van de boom town Shenzhen. Wat je niet doodt, maakt je sterker. De ontberingen van de Chinese migranten vormen een lesje voor verwende Europeanen.