Alle rijstkokers koken rijst

In hun hart, schrijft Wouter Klootwijk, zijn alle rijstkokers gelijk. Hij testte er drie voor de rubriek ‘De keuken’, die voortaan op de Achterpagina verschijnt.

Kook sloom met stoom: de drie rijstkokers die werden getest en opengeschroefd

Modern sloom koken maakte eerst opgang in de Verenigde Staten en wordt nu ook in Europa niet gek meer gevonden. Koken terwijl je slaapt. Er is niets nieuws aan de kokerij zelf, nieuw zijn de apparaten. Bij betrekkelijk lage temperatuur kunnen gerechten bereid worden en warm gehouden. Het lukt altijd en je hoeft er niet bij thuis te blijven.

’s Ochtends sukadelapje met veel uien in de slow cooker, ’s avonds moe thuis van hard werken; hachee.

In deze krant stond geschreven dat een slow cooker van het merk Cuisinart het goed doet. Dat had tot gevolg dat ze binnen een paar dagen na publicatie van het stukje overal in Nederland uitverkocht waren. Ook de importeur kan ze voorlopig niet leveren. China moet eerst nieuwe maken. Het Amerikaanse merk klinkt Frans, maar het ding wordt in China gemaakt.

Maar we zitten niet aan Cuisinart gebakken. Iedereen kan sloom koken met Kerst. Want wat staat er nu dan toch maar weer in NRC Handelsblad? Dit: de slow cooker van het Zwitserse merk Solis, ook made in China, doet het net zo goed. En voor minder geld. Ook apparaten die iets weg hebben van slow cookers, elektrische rijstkokers, komen uit China. Mij zou het niet verbazen als ze allemaal in dezelfde fabriek worden gemaakt. Het grootste assortiment vond ik in een Chinese supermarkt in Amsterdam; wel tien verschillende rijstkokers. Van 20 tot 100 euro. Allemaal met hetzelfde element erin waar het op aan komt. Een schijf van gegoten aluminium waarin een cirkelvormige gloeispiraal is vastgebakken. Een thermostaat houdt de wacht. Op de schijf onderin het kooktoestel wordt een kom gezet waarin rijst met water moet koken. Zodra de rijst kookt schakelt de thermostaat over op warm houden. Bij alle rijstkokers gaat het eender. Ik kreeg een Cuisinart-rijstkoker op proef van de importeur die inmiddels weet dat ik, als het even kan, zo’n ding uit elkaar haal. Als dat al lukt is het soms net zo moeilijk als met mijn blikken speelgoedautootje vroeger om het weer fatsoenlijk in elkaar te krijgen. Ik kreeg daarom een tweedehandse toegestuurd met bloedvlekken erop van de vorige eigenaar en een forse deuk erin. Prachtig. Maar had er dan ook het bitje bij gestuurd, heer importeur. De bodem, waar je het ding binnen kunt komen, is met schroefjes vastgezet waar een gewoon kruisbitje niet op past. Ik weet dus niet helemaal zeker of het binnenwerk van de Cuisinart (120 euro) volkomen gelijk is aan dat van de rijstkoker van Princess (30 euro) waar ik wel in kon kijken. Ook Solis heeft er een (80 euro) en leent hem uit.

Drie rijstkokers getest. Ze verschillen in kracht. De Cuisinart is 650 Watt, de Princess 600 Watt en op een plakkertje onderop de Solis staat 460-500 Watt. Van dat verschil is niets te merken bij het koken. Ze doen er alle drie even kort over. Uit de Princess komt prachtige gare droge rijst, uit de Solis ook en de rijst uit de Cuisinart is al even goed. Waarschijnlijk doen de tien machines in de Chinese supermarkt het ook allemaal goed, omdat ze in wezen, in hun hart, aan elkaar gelijk zijn. Cuisinart doet er design omheen en geeft er een stalen korfje bij, Solis zelfs twee, om voedsel in te kunnen stomen. Rijstkokers produceren vanzelf ook stoom. En ze koken sloom! Van vissenvellen, viskoppen en graten trok ik samen met garnalenpellen een droom van een bouillon. Niet koken, maar de rijstkoker op de warmhoudstand. Uurtje.