Wilders' spierballenpolitiek werkt niet in EU

Hoezo heeft het Europees parlement niets te zeggen over de meerjarenbegroting? Deze schoffering door Nederlandse bewindslieden is ongekend, meent Bas Eickhout.

De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, kreeg afgelopen week de toorn van Nederland over zich heen. Barroso had het gewaagd te stellen dat sommige lidstaten in de Europese begrotingsdiscussie voor 2011 „niet in de Europese geest handelden”. Ironisch genoeg bevestigden de pavlovreacties van Nederland juist Barroso’s stelling.

Voordat de botsing tussen ‘Brussel’ en ‘Den Haag’ de relatie volledig verstoort, wordt het tijd om ons te verdiepen in die ‘Europese geest’. Alleen zo kan Nederland echte successen boeken in Brussel, in plaats van pyrrusoverwinningen.

Je kunt zeggen wat je wilt, maar het kabinet-Rutte heeft een ambitieuze agenda op Europees gebied. Nederland wil na 2013 de huidige contributiekorting van een miljard euro behouden, maar ook nog een extra miljard korting bedingen. Nederland wil zeven Europese migratiewetten aanpassen. Bij de uitbreiding van de Europese Unie wil Nederland op de rem staan, net als bij visumvrij reizen voor de inwoners van de buurlanden van de Unie. Je zou kunnen zeggen: een iets te groot wensenlijstje. Prioritering is raadzaam. En minder hard schreeuwen zou ook helpen.

In Europa moet bijna elk besluit worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten in de Raad van Ministers plus een meerderheid van het Europees Parlement. Elke instelling heeft haar eigen dynamiek, maar de Europese geest komt neer op heel veel bruggen slaan, teneinde brede meerderheden te bereiken. De huidige Haagse politiek van het gestrekte been functioneert niet in die veel complexere wereld van Brussel. Dan loop je het risico te worden overstemd. Met slim onderhandelen, met geven en nemen, valt er wel degelijk wat binnen te halen. Zo heeft Nederland in het verleden al menig richtlijn weten te beïnvloeden.

Het kabinet transporteert nu echter het Haagse gestrekte been naar Brussel. In de discussie over de EU-begroting voor 2011 was het Europees Parlement het mikpunt. Het Europarlement was bereid om bij de uitgaven volledig tegemoet te komen aan de Raad, inclusief Nederland: een stijging van 2,91 procent. Dat komt neer op een kleine toename boven de inflatie, teneinde onder meer de nieuwe Europese diplomatieke dienst te financieren. Het parlement wilde daar duidelijke afspraken voor terug: hoe we de komende tijd in Brussel komen tot een nieuwe meerjarenbegroting en een nieuwe regeling voor de inkomsten van de EU.

Nederland weigerde in eerste instantie elk toekomstig gesprek hierover met het Europarlement. Daarna bood Nederland slechts twee alinea’s aan, waarin stond dat het parlement zich moest houden aan het Verdrag van Lissabon. Ik zat bij die onderhandelingen en zag hoe mijn collega’s zich afvroegen of de Nederlandse delegatie het verdrag wel kende. Dat is namelijk helder: het Europees Parlement én alle 27 lidstaten moeten de meerjarenbegroting goedkeuren (artikel 312). Maar hoe we tot een werkbaar proces komen, waarin die 28 stemmen tot consensus komen, staat er niet in. Lid 5 van artikel 312 meldt dat dit proces nog moet worden vormgegeven. Aangezien de meerjarenbegroting binnenkort wordt opgesteld, moet daar nu over worden gepraat. Ook bij de discussie over de inkomsten van de EU is zo’n proces nodig, zoals gevraagd in artikel 324.

Het kabinet suggereert ten onrechte dat het Europarlement een begrotingsstijging van 6 procent eist én Europese belastingen. Minister De Jager (Financiën, CDA) en staatssecretaris Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) stelden zelfs dat het parlement niets te zeggen heeft over de meerjarenbegroting. Een dergelijke schoffering van een democratisch gekozen orgaan is ongekend. Onbedoeld hebben zij de saamhorigheid in het parlement versterkt, want de verbazing over de Nederlandse opstelling wordt breed gedeeld. Zelfs het CDA in het Europarlement is kritisch over zijn ‘eigen’ minister. Ook het aantal bondgenoten van Nederland in de Raad is beperkt, zoals Derk-Jan Eppink al constateerde (opiniepagina, 23 november). Helaas verbindt Eppink daaraan het roekeloze advies om de hakken in het zand te zetten.

De stoere taal van Nederlandse bewindslieden, opgejaagd door de spierballenpolitiek van Wilders, is voor de Hollandse bühne. Deze lijn oogst weinig begrip in Brussel, terwijl Nederland daar juist wat wil bereiken. De Belgische Raadsvoorzitter snapt Nederland niet meer, het Europarlement voelt zich geschoffeerd. Om succes te boeken in Brussel moet het kabinet van toon veranderen. Van dit welgemeende advies krijg ik misschien spijt als minister Leers (Integratie, CDA) er straks in slaagt de Europese rechten van migranten uit te hollen. Dan schik ik mij wel in die nederlaag – zoals het betaamt in de Europese geest.

Bas Eickhout is lid van het Europees Parlement voor GroenLinks.