Waarom verjaren misdrijven eigenlijk?

Een Kamermeerderheid wil de verjaringstermijn voor ernstige gewelds- en zedendelicten afschaffen. Jolijt Voerman uit Leiden wil weten waarom misdrijven eigenlijk verjaren.

„De voornaamste reden is dat de maatschappelijke behoefte om een misdrijf te bestraffen na verloop van tijd afneemt”, zegt Dorris de Vocht, universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Maastricht. „We zijn het erover eens dat vervolging van openbare dronkenschap op de nacht van de overtreding zinvol kan zijn, maar veel minder mensen zullen vinden dat iemand die vijftien jaar geleden in een dronken bui de buren heeft wakker gehouden nu nog een boete moet betalen.”

Over zware misdrijven, zoals moord, denken we weer heel anders. De meeste mensen vinden dat zo’n misdaad altijd bestraft moet worden, ook al is hij twintig jaar geleden gepleegd. Uiteindelijk is het aan de politiek om de verjaringstermijnen te bepalen. Zo pleitte VVD-Kamerlid Ard van der Steur gisteren in de Tweede Kamer voor afschaffing van de verjaring van misdrijven waar twaalf jaar of meer voor kan worden opgelegd. Deze misdrijven verjaren nu nog na twintig jaar. Voor andere misdrijven geldt: hoelanger de maximale gevangenisstraf voor een misdrijf, hoelanger de verjaringstermijn.

Behalve de maatschappelijke behoefte om sommige misdrijven na verloop van tijd niet meer te bestraffen, is er nog een ander argument voor verjaring: misdrijven zijn na verloop van tijd minder makkelijk te bewijzen. „Een getuigenverklaring van een misdrijf dat tien jaar werd gepleegd is bijvoorbeeld niet erg betrouwbaar”, zegt De Vocht. „Aan de andere kant is door moderne opsporingstechnieken met DNA de kans goede bewijslast te vinden voor een oud misdrijf sterk toegenomen.”

Een derde argument dat vaak wordt genoemd is dat de rechtbank het veel te druk krijgt als misdrijven niet zouden verjaren. Dat klopt niet helemaal, zegt De Vocht. „Bij de afweging of een misdrijf moet worden vervolgd speelt de druk die het op het OM legt altijd een rol, ook als er geen verjaring zou bestaan.”

Het blijft tegenstrijdig – waarom wordt iemand vandaag opgepakt voor een misdrijf, terwijl een ander met hetzelfde vergrijp wegkomt, omdat het is verjaard? „Je moet het zo zien”, zegt De Vocht, „de éne automobilist kan worden geflitst, terwijl de drie auto’s voor hem die nog harder rijden aan een bekeuring ontkomen. Ongelijkheid is inherent aan ons vervolgingsbeleid”.

Reinier Kist