Voetbalster streeft zelfde rechten als voetballer na

Morgen beslist de rechter of voetbalster Daphne Koster mag uitkomen voor haar oude club AZ. De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben.

Vrouwenvoetballiefhebbers opgelet: morgen kan een belangrijke dag worden. Dan doet de rechtbank in Utrecht uitspraak in een zaak die grote gevolgen zou kunnen krijgen voor wat wel het ‘gelijkwaardigheidsbeginsel’ in de Nederlandse eredivisie voor vrouwen wordt genoemd.

Hoofdpersoon in deze zaak is Daphne Koster, aanvoerster van het Nederlands vrouwenelftal en een van de uitblinkers bij het Europees kampioenschap in Finland van vorig jaar. Koster spande een kort geding aan tegen de KNVB, omdat zij geen toestemming krijgt om uit te komen voor AZ, de club waarvoor zij drie seizoenen speelde. Afgelopen voorjaar verruilde Koster AZ voor het Amerikaanse Sky Blue in New Jersey. De verdedigster tekende een contract voor één jaar, met een optie voor nog een seizoen. Omdat Sky Blue de play-offs niet haalde, en zij pas in april weer aan de slag kan, vroeg Koster haar oude club of zij tijdelijk kon terugkeren.

De club uit Alkmaar wilde wel, maar de KNVB zag niets in het plan. De komst van Koster zou haaks staan op het uitgangspunt dat eredivisieploegen even sterk moeten zijn voor een gezonde competitie. Te grote krachtsverschillen doen het imago van het Nederlandse vrouwenvoetbal geen goed, oordeelde de KNVB op grond van buitenlandse voorbeelden. Niemand zit volgens de bond te wachten op uitslagen als die in Engeland, waar Arsenal wedstrijden met grote cijfers wint.

Bij de zitting van maandag voerde de KNVB ter verdediging aan dat clubs eerder met elkaar een limiet hadden afgesproken voor het aantal internationals: vijf. En dat maximum was met Claudia van den Heiligenberg, Loes Geurts, Dyanne Bito, Chantal de Ridder en Jessica Fishlock al bereikt bij AZ. Wilde de drievoudig landskampioen Koster inlijven, dan zou één van de andere internationals moeten worden ‘geofferd’. Dat mocht echter pas na de winterstop gebeuren, omdat een speelster vanwege de zogenoemde overschrijvingstermijn niet tussentijds mag overstappen.

De advocaat van Koster, Eric Vilé, stelt dat het maximale aantal internationals per club nooit in de reglementen is vastgelegd. Het zou volgens hem om een gentleman’s agreement tussen coaches gaan. „Over dat gelijkheidsbeginsel bestaat sowieso veel onduidelijkheid”, stelt Vilé in een telefonische reactie. „Want wanneer word je als international aangemerkt? Stel dat een speelster haar debuut in het Nederlands elftal maakt nadat een collega geblesseerd is afgehaakt. Dan kan het toch niet zo zijn dat haar club in de problemen komt omdat het quotum al is bereikt?”

Volgens kenners zal het zo’n vaart niet lopen. De praktijk leert dat voetbalclubs aan het begin van de competitie bekijken of internationals eerlijk verdeeld zijn. Als de situatie in de loop van het seizoen verandert – omdat een speelster geblesseerd raakt, of de bondscoach een nieuw talent oproept voor een interland – zal niemand daar moeilijk over doen. „De bondscoach zal een speelster nooit niet oproepen omdat haar club anders een te groot aantal internationals telt”, aldus een woordvoerder van de KNVB.

Dat neemt volgens ervaringendeskundigen als Sanne Pluim niet weg dat het systeem niet meer van deze tijd is. De 23-jarige middenvelder kwam bij de start van de eredivisie in aanvaring met de KNVB, omdat zij per se voor FC Twente wilde uitkomen. De club telde volgens de bond al veel internationals, en dus werd Pluim doorverwezen naar Heerenveen. Pluim weigerde te verhuizen en bleef meetrainen met FC Twente. Een jaar later kreeg zij alsnog toestemming van de bond om bij de club van haar eerste keuze te spelen.

Tot opluchting leidde deze onverwachte wending niet. Pluim: „In de tien maanden dat ik geen wedstrijden speelde, voelde ik mij een speelbal van het systeem. Ik merkte dat ik het plezier in voetbal was kwijtgeraakt. Niet lang daarna heb ik een punt achter mijn carrière gezet.” Pluim werkt nu als revalidatietrainer in een fysiotherapiepraktijk; ze volgt het vrouwenvoetbal zijdelings. „Maar ik hoop voor Daphne dat zij vrijdag haar gelijk haalt.”

Mocht dat gebeuren, dan zou dat tot meer marktwerking in het vrouwenvoetbal kunnen leiden – iets waar de Stichting Eredivisie Vrouwen (SEV) al langer op zinspeelt. Maar of de speelsters – die op dit moment alleen een reiskostenvergoeding krijgen – daar zelf ook beter van worden is de vraag. „Want wat dát betreft lopen we nog lichtjaren achter op het mannenvoetbal”, aldus een ingewijde.