Vanity Fair: goed beschreven rijkdom en misdaad

Onderwerpen worden uitgediept, geen snippertje informatie lijkt verloren te gaan. Met het Amerikaanse blad Vanity Fair is de lezer een dag onder de pannen.

Je moet door een onwaarschijnlijke hoeveelheid advertenties voor luxeartikelen en gadgetrubrieken heen ploegen, maar ben je eenmaal aanbeland bij het redactionele gedeelte (vanaf pagina 114) dan ben je een dag onder de pannen. Geen tijdschrift is zo goed in het betere privéverhaal als het Amerikaanse Vanity Fair.

Altijd, nu ja, vaak gaat het over rijken en beroemdheden en over misdaad. En altijd is het goed geschreven. Onderwerpen worden uitgediept, geen snippertje informatie lijkt verloren te gaan. In de beste traditie van het Amerikaanse storytelling is de stijl suggestief en beeldend, alsof de auteur getuige was van dialoog en gebeurtenis. Een gekleurde beschrijving van de personages in het verhaal is standaard. Elk verhaal bevat een grote rijkdom aan details, en een verbluffend aantal sprekend opgevoerde betrokkenen. Kwesties en affaires gaan daardoor fonkelen als diamanten: steeds weer ontdekt de lezer een nieuw facet.

Details spelen de hoofdrol in The Case of the Vanishing Blonde, in het decembernummer van VF. Het verhaal van Mark Bowden doet verslag van de zoektocht van een privédetective naar de verkrachter van een blonde vrouw. De titel verwijst naar haar onopgemerkte verdwijning uit het hotel waar zij verbleef – op zichzelf al een gegeven dat Alfred Hitchcock had doen likkebaarden. Van het verhaal – dat overigens eindigt met een levenslange gevangenisstraf voor de serieverkrachter die de detective al van meet af aan op het oog had – hoeft alleen nog maar een film of roman gemaakt te worden.

Rijkdom en roem komen ruimschoots aan bod in het fascinerende verhaal over de Amerikaanse schilder en beeldhouwer Larry Rivers (1923-2002) en zijn dochters. Rivers, algemeen gezien als de wegbereider van de – figuratieve – pop-art op een moment dat het abstracte expressionisme van Willem de Kooning en Jackson Pollock hoogtij vierde, was niet alleen een artistieke rebel: hij had talloze vrouwelijke én mannelijke minnaars, droomde hardop van seks met zijn schoonmoeder, was jarenlang verslaafd aan heroïne én maakte, midden jaren 70, een film over de lichamelijke ontwikkeling van zijn puberdochters Gwynne en Emma. Meer dan vier jaar lang werden zij twee keer per jaar naakt gefilmd, terwijl hun vader hun vragen stelde over hun ontluikende lichaam en seksuele gevoelens.

Pas in juli van dit jaar maakte de inmiddels 44-jarige Emma een kwestie van de op verzoek van haar moeder overigens nooit vertoonde film. Nadat zij de stichting die haar vaders nalatenschap beheert vergeefs had verzocht de film te overhandigen, zodat ze die kan vernietigen, zocht zij de publiciteit. De film heeft naar haar zeggen haar leven verwoest.

Haar familie steunt haar niet.

Ziedaar de affaire waarvan Michael Shnayerson in een artikel met de titel Crimes of the Art? een zedengeschiedenis en een portret van een tijdperk maakt. Wijselijk laat hij de vraag wat het zwaarste moet wegen – de emoties van de dochter of de kunst van de vader – onbeantwoord. Juist dat zet zijn verhaal onder spanning.

We zouden bijna het omslagartikel, een interview met diva Cher, vergeten. Ze is 64 en eeuwig jong. „Sporten! De ouderdom komt eraan!” Veel om het lijf heeft het gesprek niet, maar je leest het graag. En de foto’s zijn adembenemend.

Pieter Kottman