Snuffelen in de belastingpapieren van Jan van V.

Proces vastgoedfraude

De verdachten in de grootste Nederlandse fraudezaak stellen de werkwijze van opsporingsdienst FIOD aan de kaak. Is de fiscale recherche buiten zijn boekje gegaan?

Bij Strukton in Maarssen - net als bij andere bedrijven - nam justitie gisteren delen van de administratie in beslag. (Foto Michael Kooren) Kooren, Michael

Het is routinewerk dat belastinginspecteur Sonja de Lange uit Utrecht begin 2004 doet. Wat zij niet weet, is dat deze routineklus drie jaar later zou leiden tot het grootste financiële strafdossier ooit in Nederland: de vastgoedfraude.

De klus die Sonja de Lange doet behelst de controle van aangiften die twee mannen hebben gedaan van hun vermogen . De mannen hebben samen een vastgoedbedrijf, Maapron. Maar de ene directeur waardeert in zijn aangifte de aandelen veel lager dan de andere directeur. De belastingdienst wil weten hoe dat zit. Een foutje? Of ontduiken ze belasting?

Belastinginspecteur De Lange spit de administratie van de twee mannen en hun bedrijf door. En dan komt ze iets geks tegen: een winstdelingsovereenkomst. In 2000 sloot Maapron een overeenkomst met Bouwfonds voor het ontwikkelen van een kantoor in Amsterdam Zuidoost. In de winstdelingsovereenkomst staat dat Maapron eenderde van de winst van het project naar bedrijf A stort. Bedrijf A maakt 75 procent daarvan weer over naar bedrijf B.

De Lange vraagt de directeuren uitleg. Die geven ze – ze moeten wel. Want er is een essentieel verschil tussen een onderzoek door de belastingdienst of een strafrechtelijk onderzoek. Aan het eerste is iemand verplicht mee te werken. Hij moet alle informatie verstrekken die de belastingdienst wil hebben. Bij een strafrechtelijk onderzoek hoeft hij niets te zeggen en kan hij zich beroepen op zijn zwijgrecht.

Sonja de Lange zet haar bevindingen in maart 2005 op papier, blijkt uit stukken die deze krant heeft ingezien. Zij heeft achterhaald dat door de winstdelingsovereenkomst een deel van de winst van het project van Maapron en Bouwfonds terechtkomt bij een directeur van een dochterbedrijf van Bouwfonds. De Lange ruikt onraad: „Ik vermoed dat deze omweg er toe heeft bijgedragen dat de samenwerking tussen Maapron en Bouwfonds tot stand is gekomen.”

Zo beschrijft de belastinginspecteur in twee zinnen wat vervolgens uitgroeide tot de vastgoedfraudezaak. Want de directeur van Bouwfonds waar het om gaat is Jan van V. Omkoping. Corruptie. Fraude. Als directeur van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling gunt Jan van V. opdrachten aan andere bedrijven. Als dank daarvoor betalen die bedrijven weer geld aan bedrijven van Van V.

Vanochtend begon bij de rechtbank een zogeheten regiezitting en hebben de advocaten van bijna alle verdachten nieuwe onderzoekswensen ingediend. Eigenlijk willden die advocaten maar één ding: verantwoording over de eerste twee jaar van het onderzoek.

In 2004 begon de belastingdienst met onderzoek. In september 2006 werd het officieel een strafrechtelijk onderzoek. Maar was de opsporingsdienst FIOD daarvoor niet stiekem al bezig met het strafrechtelijk onderzoek? Wanneer gingen de belastingdienst en de opsporingsdienst Fiod samenwerken? En mocht dat? Is er geen sprake van onrechtmatig onderzoek?

Dat willen de advocaten weten.

Volgens Willem Koops, raadsman van hoofdverdachte Jan van V., heeft de belastingdienst allemaal gegevens over verdachten aan de FIOD verstrekt, terwijl dat helemaal niet mocht. Bewust, zegt hij. Sterker nog, Koops denkt dat de belastingdienst allerlei dingen heeft uitgezocht in dienst van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. „De belastingdienst was een soort informant van de FIOD. Een levensgevaarlijke bovendien, want je moest meewerken.”

Dat deed Van V. ook. Hij beantwoordde vragen. Gaf administratie. Het ging immers om een controleonderzoek van de belastingdienst. Die wilde weten of Van V. en zijn ondernemingen het ontvangen geld – smeergeld, volgens justitie– niet had moeten opgeven als inkomstenbelasting.

Tientallen zakenpartners van Van V. werden ook bezocht. Zij beantwoordden ook vragen. Hun administratie werd ook in beslag genomen. En ook zij werden later officieel bestempeld als verdachten in de vastgoedfraude.

De belastingdienst en de FIOD mogen gegevens uitwisselen, maar daar zijn strenge regels voor. De belastingdienst heeft een speciale persoon, een zogeheten contactambtenaar, die contact met de FIOD onderhoudt. In een speciaal overleg kan de belastingdienst zaken aandragen waarvan hij denkt dat die in aanmerking komen voor strafrechtelijke vervolging. Daarna kunnen de contactambtenaar van de belastingdienst en de Fiod de zaak bij de officier aandragen.

Op 7 oktober 2005 vond dat officiële overleg plaats tussen de FIOD, de belastingdienst en de contactambtenaar in deze zaak. Dat was dus ruim een half jaar nadat belastinginspecteur De Lange haar bevindingen had opgeschreven.

Afgelopen september kon advocaat Koops het belastingdossier inzien over het onderzoek naar het bedrijf van Jan van V.. Uit die stukken blijkt dat ambtenaren van de belastingdienst al gegevens met de FIOD uitwisselden vóór dit overleg met de contactambtenaar. Zo heeft de Fiod in april 2005 al beschikking over het stuk met daarin de bevindingen van belastinginspecteur De Lange over de winstdelingsovereenkomsten. Bovendien komt een FIOD-rechercheur in mei 2005 de stukken bij De Lange op kantoor inzien. En dezelfde rechercheur krijgt allerlei mailtjes doorgestuurd van belastingmedewerkers, zo blijkt uit het dossier.

Er doet zich een curieus incident voor, zo blijkt uit de dossierstukken. Eind oktober 2005 stuurt de FIOD een mail naar een van de belastinginspecteurs met wie ze contact hebben over het bedrijf van Jan van V. Dat bedrijf blijkt helemaal niet onder de bevoegdheid van de betreffende belastinginspecteurs te vallen, maar onder de regio Rotterdam. De belastingdienst in Rotterdam wist alleen niet dat collega’s van de regio Holland-Midden al tijden bezig waren met onderzoek naar dat bedrijf. Dat stond niet in het belastingsysteem.

Volgens advocaat Koops hebben de medewerkers van de belastingdienst dat er bewust uit gehouden. „Omdat het ook helemaal niet ging om belastingontduiking, maar om het optuigen van een strafrechterlijk onderzoek.”

Volgens Koops wist de belastingdienst al vanaf het begin van het controleonderzoek dat zijn cliënt Jan van V. geen belasting had ontdoken. „Hij heeft namelijk altijd belasting betaald.” Toch hield de belastingdienst volgens hem vol dat er mogelijk sprake was van belastingontduiking. „Anders hadden ze geen onderzoek kunnen doen.”

Het bewijs dat het niet om belasting te doen was, werd een paar weken geleden door de belastingdienst zelf geleverd, zegt Koops. Op 11 november trof Jan van V. een finale schikking met de belastingdienst over alle fiscale geschillen. De uitkomst: Van V. krijgt nog circa 7 miljoen euro terug aan te veel betaalde vennootschapsbelasting. En van belastingfraude is geen sprake.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft eerder al tegenover de rechtbank en advocaat Koops gereageerd op de vermoedens van onrechtmatig onderzoek. Volgens het OM zuigt de advocaat complotten uit zijn duim en roept hij maar wat. Koops verzint volgens het OM „bewust” onwaarheden. De belastingdienst is niet bezig geweest met een strafrechtelijk onderzoek, zegt het OM, maar met het heffen van belasting.

Wie er gelijk heeft, is aan de rechtbank.

    • Tom Kreling