Raketschild met Rusland is er nog lang niet

Feestvreugde over het besluit dat Rusland en de NAVO gaan werken aan een raketschild is voorbarig. Er wordt vooralsnog alleen gepraat, betoogtHugo Klijn.

Volgens de correspondent van deze krant die de afgelopen NAVO-top in Lissabon heeft bijgewoond, moet het aldaar overeengekomen raketschild het symbool worden voor de nieuwe Oost-Westverhoudingen (NRC Handelsblad, 22 november). Het is te hopen, maar misschien is de feestvreugde enigszins voorbarig.

Wat is er precies aan de hand? De NAVO heeft in Lissabon besloten werk te gaan maken van de verdediging tegen raketten die mogelijk vanuit landen als Iran op Europa zullen worden afgeschoten. In een verklaring wordt het voorziene Amerikaanse afweersysteem in Europa verwelkomd als een waardevolle bijdrage aan deze NAVO-plannen. Dat is een beetje de wereld op zijn kop.

Na de plompverloren aankondiging in 2006 door Bush cum suis van installaties in Polen en Tsjechië heeft de NAVO uiteindelijk besloten de eigen, beperkte, middelen hierop te laten aansluiten: een besluit dat werd vergemakkelijkt door de nieuwe opzet van het VS-systeem zoals gepresenteerd door president Obama in 2009. Maar daarmee is missile defence binnen de NAVO nog niet onomstreden.

Turkije is niet dol op een systeem dat expliciet is gericht tegen buurland Iran, en Frankrijk vreest dat raketafweer Duits gevrij met nucleaire ontwapening aanwakkert. Ook Rusland, dat indertijd hevig tekeer ging tegen toekomstige VS-installaties in de onmiddellijke omgeving, is nog lang niet overstag.

De NAVO-Rusland-verklaring van Lissabon zegt dan ook dat besloten is om te gaan praten over samenwerking, meer niet. Raketafweer is oud zeer in de betrekkingen met Washington, vanwege het gevaar dat verdere ontwikkelingen op dit gebied de strategische slagkracht van Moskou, na de teloorgang van hun conventionele overwicht een kostbaar bezit voor de Russen, geweld aandoen.

Ook is de euforie over het nieuwe START-verdrag, dat voorziet in verdere nucleaire reducties, enigszins bekoeld nu de Republikeinen schermen met uitstel van ratificatie, mede vanwege zorgen over de paragrafen inzake defensieve systemen die nu juist bedoeld waren om Moskou gerust te stellen.

Het is bovendien technisch gezien niet waarschijnlijk dat er een systeem komt dat het grondgebied van Europese NAVO-landen immuun maakt voor raketaanvallen van buiten. De geschiedenis van raketverdediging tot dusver is geen doorslaand succes. Het is maar de vraag of verschillende van deze hoogwaardige systemen aan elkaar zouden kunnen worden gekoppeld, om nog maar te zwijgen over kwesties van command and control, met meer dan één speler – onder wie dus eventueel Russische – aan de knoppen als er een projectiel onze kant opkomt. De voorspelling, ten slotte, dat deze verzekeringspolis de NAVO slechts 200 miljoen euro zal kosten is politiek dienstig, maar wel heel optimistisch.

Dit alles wil overigens niet zeggen dat verder praten over gezamenlijke raketverdediging een slecht plan is. Maar dan gaat het vooral om het proces, en minder om het product.

Hugo Klijn is als veiligheidsspecialist van het ministerie van Buitenlandse Zaken verbonden aan het Instituut Clingendael.

    • Hugo Klijn