Nauwelijks tegenmacht bij ondemocratische PVV

De PVV wordt niet gedemocratiseerd. Het blijft een partij van één lid, Geert Wilders, die zichzelf tot partijleider benoemt en uitmaakt wie hij als fractieleden om zich heen duldt. Ook kan dat ene lid bepalen wie de twaalf lijsttrekkers bij de Provinciale-Statenverkiezingen worden en wie er nog meer namens de PVV (maar niet als lid van die partij) op de lijsten komen. De Tweede Kamerfractie van de PVV zal daar mogelijk invloed op uitoefenen – maar niet meer dan de leider goeddunkt.

Dat is een ongezonde situatie. Zeker voor een partij die bijna eenzesde van het electoraat vertegenwoordigt en met 24 zetels in de Tweede Kamer het lot van het kabinet in handen heeft. Maar verboden is het evenmin. De wet staat toe dat politieke groeperingen aan de verkiezingen meedoen, maar schrijft niet voor hoe zij intern dienen te worden georganiseerd. Wel worden aan de financiering door de overheid van politieke partijen voorwaarden verbonden. Maar daarvan hoeft de PVV zich niets aan te trekken; zij wenst geen subsidie te ontvangen en wil geheim kunnen houden op welke wijze ze wel wordt gefinancierd.

Met dit laatste is ook het Tweede Kamerlid Hero Brinkman het eens. Maar verder meent hij dat de PVV een min of meer ‘gewone partij moet worden met invloed van leden. Brinkman moest het dinsdag in de fractievergadering van de PVV afleggen. Tot zijn grote tegenstanders behoorde zijn fractiegenoot Martin Bosma, die in een interne notitie liet weten helemaal niets te zien in een ledenstructuur of een jongerenorganisatie. Leden, dat is maar lastig, vindt Bosma, die bang is voor infiltratie. „Ledenpartijen zijn fossielen”, meent hij verder. En „ledencongressen zijn applausmachines”. Toch bewees bijvoorbeeld het laatste congres van de grootste ledenpartij van Nederland, het CDA, dat het heel goed anders kan.

Niettemin is er wel reden om het belang van politieke partijen als ledenorganisaties te relativeren. Zo’n 300.000 Nederlanders zijn lid van een partij, een schijntje in verhouding tot het aantal kiezers. De grootte van de ledenaantallen zegt verder weinig over de machtsverhoudingen. De SP bijvoorbeeld is groter dan de VVD.

Toch is een democratische beweging als politieke partij verreweg te prefereren boven een min of meer dictatoriaal geleide organisatie. Macht hoort te fungeren bij de gratie van tegenmacht. Bij de PVV is daar nauwelijks sprake van. Zie ook het gedrag van de fractieleden in de Tweede Kamer die zonder de goedkeuring van hogerhand hun mond blijkbaar niet mogen opendoen.

Maar wellicht past een dergelijke structuur wel juist bij de PVV. Die partij houdt er wel meer verderfelijke denkbeelden op na. Als het achterwege blijven van een democratische structuur leidt tot het verdwijnen van de PVV, dan is dat meegenomen. Maar uiteraard is ook dat een kwestie van democratie.