Kolkend bad met show en glamour

Veel Nederlandse zwemsters blonken afgelopen jaren uit op de kortebaan.

Voor de puristen staat het 25-meterbad onderaan in de hiërarchie.

Netherlands' Hinkelien Schreuder competes in the women's 50m freestyle during the European Short Course Swimming Championships in Istanbul December 13, 2009. REUTERS/Murad Sezer (TURKEY) REUTERS

Circuszwemmen, zei Jacco Verhaeren ooit over de kortebaan. Ook zijn beroemdste pupil, olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband, liet „het circus van draaien en keren” aan zich voorbijgaan.

Toeval of niet, de vrolijkste voorstelling van het internationale topzwemmen is deze week te zien in hun eigen schouwburg in Eindhoven, het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion, waar vandaag de EK kortebaan beginnen in een spectaculair opgetuigd – en ingekort – bassin van 25 meter. „Ik vind het wel een hoogwaardig circus”, aldus Verhaeren.

Het is show, glamour, snijdende muziek met kleurrijke lichteffecten; aangelengd met korte, flitsende races in het schuim van een woest kolkend zwembad is de kortebaan een waar spektakel voor de toeschouwers. Vijftien jaar geleden, toen de kortebaanrecords net officieel waren erkend, brak het kleine bad door tijdens een WK in Rio de Janeiro, waar een tijdelijk bad was opgebouwd, midden op het strand van de Copacabana.

Maar voor de puristen staat het 25-meterbad nog altijd onderaan in de hiërarchie van het topzwemmen, dat vrijwel uitsluitend leeft voor één wedstrijd in de vier jaar, de Spelen. En een Olympic-size bad is nu eenmaal 50 meter lang.

Maar sommige zwemmers leven voor de kortebaan. „Ik vind het geweldig”, zegt Hinkelien Schreuder (26), wereldrecordhouder op de 100 meter wisselslag, een nummer met drie keerpunten, bedacht voor de kortebaan. De Twentse, vorig jaar met vijf gouden medailles gekroond tot koningin van de EK in Istanbul, richt haar leven in langs de paden van het kortebaancircuit, traditioneel in de laatste maanden van het jaar.

De afgelopen weken reisde Schreuder de hele wereld af voor de lucratieve wereldbekerwedstrijden. In Rio de Janeiro, Peking, Singapore, Tokio, Berlijn, Moskou en Stockholm behaalde ze tien zeges en eindigde ze als derde in het eindklassement. De wereldreis leverde haar meer dan 45.000 dollar op aan prijzengeld. „Maar ik doe het niet voor het geld”, zegt ze haastig. „Dat is slecht. Ik vind de kortebaan leuk. Natuurlijk ook omdat ik er goed in ben.”

Op de kortebaan telt volgens Schreuder niet zozeer het uithoudingsvermogen, als wel de techniek, de start, de keerpunten. „Dat ligt mij wel.” En zij is niet de enige Nederlandse zwemster die geknipt lijkt voor het 25-meterbad; ook Inge Dekker en Marleen Veldhuis behaalden veel medailles op de kortebaan. „Het is sneller, flitsender”, zegt Veldhuis (31), die zeventien gouden medailles behaalde op zeven EK’s kortebaan.

Verhaeren noemt het „de kunst van het starten en keren”. Het kortebaanzwemmen speelt zich voor een groot deel onder water af. „Op 100 meter zwemmen zitten de echte specialisten bijna 60 meter onder water. De onderwaterfase is dus van groot belang. Maar omgekeerd speelt het duurvermogen van de zwemmer een minder belangrijke rol dan op de langebaan. Succes op de kortebaan garandeert geen succes op de langebaan.”

Voor Verhaeren zal de kortebaan het nooit winnen van ‘het echte werk’ over 50 meter, maar hij is geen tegenstander van het kleine bad. Hij ziet het als een welkome aanvulling. „We nemen het echt serieus, maar het zou raar zijn als ik zei dat dit net zo belangrijk is als de WK langebaan, volgend jaar in Shanghai. Voor mij als coach is het wel goed om een bepaalde periode van het jaar iets meer te focussen op starten, keren en onder water zwemmen. Dat maakt je tot een completere zwemmer. Op de Spelen telt alles, dus ook hoe goed je onder water kunt zwemmen.”

Hij noemt Van den Hoogenband als voorbeeld. „In het begin kon Pieter echt moeilijk uit de voeten op de kortebaan, maar later heeft hij ook Europese records gezwommen. Dat heeft hem zeker geholpen bij het zwemmen van zijn wereldrecords op de 100 en 200 meter vrije slag op de langebaan.”

Ook voor Hinkelien Schreuder blijven de Spelen de hoogste prioriteit, maar zij richt zich tussendoor op haar specialiteit. „Ik heb afgelopen zomer de EK langebaan in Boedapest wel gezwommen, maar in mijn achterhoofd wist ik dat de nadruk voor mij lag op de kortebaanwedstrijden, de wereldbeker, de EK in Eindhoven en de WK in Dubai, volgende maand.”

Ze verzet zich tegen de term ‘circus’. „Het zijn wel topzwemmers die hieraan meedoen. Technische dingen als keren horen net zo goed bij het zwemmen”, zegt Schreuder. „Misschien is er meer aandacht voor de langebaan, omdat de coaches zeggen dat een lang bad het belangrijkste is. Dat heeft natuurlijk te maken met de Spelen. Maar dat wil niet zeggen dat ik daar niet heel anders tegen aan kan kijken.”