Kind met obesitas? Het hele gezin in behandeling

Een kind alleen kan niet besluiten gezonder te eten, meer te bewegen en minder naar tv te kijken. Daarom is gezinsaanpak belangrijk.

De zorg aan veel te dikke mensen – kinderen en volwassenen – is versnipperd. De epidemie van overgewicht, die dertig jaar geleden opkwam en zich steeds verder over de wereld uitbreidt, heeft nog niet tot gecoördineerde behandeling geleid. Niet in Nederland, maar ook niet in andere westerse landen.

„Versnipperde zorg is funest. Het is duur en niet efficiënt. De mensen die de zorg nodig hebben haken daardoor eerder af”, zegt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid en voorzitter van het Partnerschap Overgewicht dat de vandaag verschenen Zorgstandaard Obesitas heeft geschreven.

Seidell schetst het karikaturale beeld van een kind met obesitas, uit een allochtoon gezin in de Amsterdamse wijk Slotervaart, waar hij onderzoek doet: „Het obese kind komt uit een gezin met een moeder die slecht Nederlands spreekt, heeft veel broertjes en zusjes, de ouders hebben ieder twee banen. De huisarts of de jeugdarts verwijst de ouders met hun kind naar het Slotervaartziekenhuis. Daar gaan ze om de zoveel tijd naar de kinderarts, de psycholoog, diëtist, fysiotherapeut en naar maatschappelijk werk. Dat moet vaak in gezinsverband.”

Om een kind met obesitas succesvol te helpen, moet het hele gezin in behandeling, zegt de Zorgstandaard. Een kind alleen kan nu eenmaal niet besluiten gezonder te eten, meer te bewegen en minder naar tv te kijken.

„De artsen in Slotervaart zijn goede pioniers op obesitasgebied, maar de rauwe werkelijkheid is dat zo’n gezin meestal na drie maanden niet meer meedoet”, zegt Seidell. „Alle aparte zorgverleners doen hun werk wel goed, maar het is voor dat gezin bijna een dagtaak om die zorg te consumeren. Die aanpak sluit niet aan bij hun behoefte en mogelijkheden. Het is peperduur en niet effectief.”

Hoe kan het anders? „In Malmö, in Zweden, werkt een collega van mij al een jaar of tien met gezinscoaches. Die komen bij de mensen thuis, omdat de mensen zelf hebben gezegd dat ze advies willen over eten, koken en inkopen doen. Ze willen praten over opvoeden, want de kinderen zitten de hele dag achter de computer en de tv. Voor zulke gesprekken heb je niet allemaal verschillende zorgverleners nodig. Een getraind iemand met een gezonde blik volstaat.”

Die Zweden, zegt Seidell, laten zien dat je met een fractie van de kosten effectievere zorg kan leveren. „Na enkele jaren doet nog 80 procent van die gezinnen mee. En de kinderen zijn kilo’s kwijt. Niet heel veel, maar in ieder geval meer dan in zo’n duur programma.”

Want hoe ging het in Slotervaart? Daar deed na een jaar nog ongeveer 30 procent mee.

De obesitaspatiënt moet zeggen waaraan hij behoefte heeft. „Maar mensen komen niet met een vraag als ze niet weten dat ze een probleem hebben. Je moet de vraag losmaken. Als een moeder met een kind met een ingegroeide teennagel komt, en dat kind is veel te dik en de huisarts zegt daar niets over, ook niet als hij weet dat de vader ook dik is, dan vinden wij dat geen goede zorg. De arts moet het bespreekbaar maken.”

En dat ze doen? „Sommige huisartsen vinden dit een mooie Zorgstandaard, maar zeggen: dat gaan wij dus niet doen. Ze zeggen dat de patiënten het niet willen en niet gemotiveerd zijn. En dat ze de relatie met de patiënt verstoren als ze er toch over beginnen.”

De halsstarrige artsen moeten zich – sinds vorige week – houden aan een eigen huisartsenstandaard waarin dat ‘bespreekbaar maken’ wel wordt aangeraden.