Insect heeft zonnecel

Zonnepanelen zijn lang voordat de mens ze ontwikkelde al in de evolutie ontstaan. De oriëntaalse hoornaar (Vespa orientalis, een fors uitgevallen wespensoort) oogst zonlicht met de chitinelaag op zijn rug en zet het om in elektrische energie. Dat concluderen Israëlische wetenschappers in het decembernummer van het tijdschrift Naturwissenschaften.

Het was de bioloog Jacob Ishay van de universiteit van Tel Aviv veertig jaar geleden al opgevallen dat de hoornaars actiever waren in zonlicht dan in het donker. In tegenstelling tot veel andere wespensoorten zijn oriëntaalse hoornaars het actiefst op het midden van de dag, als de zonnestraling de hoogste intensiteit bereikt. Ze graven dan hun ondergrondse hol uit door telkens met een bergje zand naar buiten te vliegen en dat verderop te laten vallen. Ishay vermoedde dat de wespen in staat zijn zonne-energie te benutten.

Ishay is inmiddels overleden, maar zijn medewerkers denken nu bewezen te hebben dat het insect echt beschikt over een zogeheten fotovoltaïsche cel, die licht omzet in elektrische stroom. Het chitineschild in de rug van het diertje bestaat uit vijftien tot dertig afzonderlijke laagjes die zo zijn gestapeld dat ze maximaal licht invangen. Tussen de laagjes liggen korrels xanthopterine, een molecuul waarvan bekend is dat het licht in elektrische energie kan omzetten. De onderzoekers bouwden een kunstmatige zonnecel van laagjes titaniumdioxide en xanthoperine en konden daar inderdaad stroom mee opwekken - met een rendement van 0,3 procent. Wat het insect precies met de elektrische energie doet, moeten zij nog uitzoeken.