'In Afghanistan gaat het nu om de politie'

Het lukt redelijk om de Talibaan in het zuiden van Afghanistan militair in het nauw te drijven, maar de strijd kan alleen gewonnen worden als er sterk geïnvesteerd wordt in de capaciteiten van de Afghaanse overheid. Dat zegt de Britse generaal-majoor Nick Carter, die tot deze maand de commandant was van de NAVO-missie ISAF in het zuiden van Afghanistan. „Als we niet het juiste soort leiders hebben in de districten, bij de politie en bij het leger, kunnen we de oorzaken van de opstand – slecht bestuur en corruptie – niet overwinnen.”

Tijdens een gesprek op de Britse ambassade in Den Haag benadrukte Carter gisteren het belang van investeren in de politie. Zijn bezoek aan Den Haag, als onderdeel van een afscheidstournee langs de NAVO-landen met troepen in het zuiden, komt op het moment dat het Nederlandse kabinet onderzoekt of er een politiemissie naar Afghanistan gestuurd kan worden. Carter sprak erover met hoofdrolspelers in het debat, onder wie Commandant der Strijdkrachten Van Uhm en D66-leider Alexander Pechtold, wiens steun voor een politiemissie onontbeerlijk is.

„Als er vanaf 2002 evenveel geïnvesteerd was in de ambtenarij en de politie als in het leger, zouden we er nu beter voorstaan. Al onze regeringen hebben daarin een belangrijke rol te spelen. Het gaat nu niet meer om het leger, maar om de politie en ordehandhaving in bredere zin. Naar mijn mening moet daaraan een enorme bijdrage geleverd worden.”

Tot 1 november leidde Carter operatie-Hamkari (Samenwerking), waarmee de stad Kandahar veiliggesteld moet worden. Het is de belangrijkste slag van de oorlog. De voortgang van de operatie zal zwaar wegen in de evaluatie die de Amerikaanse regering op dit moment maakt van de strategie die president Obama in 2009 koos.

Wat gaat u Obama vertellen over de situatie in Kandahar?

„Dat er enkele groene scheuten zijn, gebieden rond de stad waar het beter gaat, maar dat pas volgende zomer beoordeeld kan worden of het om echte vooruitgang gaat. De opstand is in de zomer altijd heviger, vandaar dat we alleen zomers kunnen vergelijken. En ik zal blijven benadrukken dat menselijke vaardigheden een vereiste zijn voor vooruitgang.”

Moet ISAF geen pas op de plaats maken als de ontwikkeling van het bestuur zo ver achterloopt bij de militaire operaties? Na de strijd om Marjah eerder dit jaar kwam er veel kritiek op het nieuwe bestuur.

„Dat kwam doordat er te snel resultaten verwacht werden. Op het uitvoerende niveau hebben we altijd geweten dat het maanden zou duren voordat de bevolking de zijde van de overheid zou kiezen. Zelf hadden we niet de hele politie moeten ontslaan. De bevolking was bang voor de politie, maar doordat we alle agenten vervingen, ontbrak het ons aan lokale kennis over de opstandelingen. Dat is een les geweest.”

ISAF voert de strijd op en moedigt tegelijk de vredesbesprekingen met Kabul aan. Is dat geen tegenstrijdige boodschap?

„Het is cruciaal om te weten waarom mensen zich bij de strijd voegen. In het zuiden van Afghanistan is dat om heel uiteenlopende redenen. Sommige tegenstanders zijn meedogenloos en doortrapt, en moeten op dezelfde wijze behandeld worden. Maar velen die meevechten met de Talibaan zijn het niet met hen eens. De regering en de opstandelingen strijden om de steun van de mensen. Een dialoog is belangrijk om die strijd te beslechten.”

Mensenrechtenorganisaties vrezen dat de Talibaan als uitkomst van die dialoog politieke macht krijgen. Is ISAF dan niet deels mislukt?

„Een drijvende kracht achter de opstand is het gevoel uitgesloten te worden. Als het lukt om iedereen rond de tafel te krijgen kun je vooruitgang boeken. Het is geen kwestie van winnen of verliezen. Dat is te zwart-wit. Zo zal het niet zijn. Er moet een oplossing komen waarbij iedereen kan deelnemen aan de toekomst.”

Ook de mensen tegen wie ISAF nu vecht?

„Dat is heel goed mogelijk.”