Het Chinese dubbelspel van Joep

Joep van den Nieuwenhuyzen probeerde tot tweemaal toe onderzeeboten te verkopen aan Taiwan. Tot woede van Peking en tot schrik van Den Haag. Beide keren ging de deal niet door, maar hij hield er wel waardevolle contacten met China aan over.

Wat doet híj hier?! Staatssecretaris Joop Wijn van Economische Zaken kan zijn ogen niet geloven. Als hij begin oktober 2002 een gewichtige handelsdelegatie uit China op zijn ministerie ontvangt, is de eerste figuur die hij ontwaart niet een beleefd buigende Aziaat, maar de breed lachende Nederlandse zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen.

EZ ligt dan al maanden overhoop met de eigenaar van scheepswerf RDM, nota bene om diens omstreden plan voor de levering van onderzeeboten aan China’s aartsvijand Taiwan. Van den Nieuwenhuyzen blijkt zichzelf nu bij de Chinese diplomaten in de rol van ijsbreker te hebben gemanoeuvreerd. Meet Dzjoop Wine, our deputy minister.

Wat een bluf, denkt de CDA-bewindsman.

In juni, nog geen vier maanden eerder, had het kabinet-Kok de landsadvocaat op Van den Nieuwenhuyzen afgestuurd om hem te dwingen af te zien van de miljardenorder uit Taiwan.

In augustus had het nieuwe kabinet-Balkenende nog eens indringend laten weten geen exportvergunning aan RDM te verlenen voor de levering aan Taiwan. Den Haag vreesde (opnieuw) de toorn van China, een nog veel grotere handelspartner van Nederland.

In oktober 2002 heeft de RDM-baas nog steeds geen uitsluitsel gegeven. En nu blijkt hij ineens dikke vriendjes te zijn met de Volksrepubliek. Joop Wijn en zijn ambtenaren begrijpen er weinig van.

In het voorjaar van 2001 was RDM betrokken geraakt bij een door de Verenigde Staten geregelde bestelling van acht onderzeeboten aan Taiwan. RDM, met dochter RDM Submarines een gevierde bouwer van dieselduikboten, wilde dolgraag meedoen.

De door president Bush aangekondigde deal kon RDM in één klap van zijn oplopende financiële zorgen afhelpen: de onderzeeërs moeten tussen 200 miljoen en 400 miljoen dollar per boot opleveren.

Politiek Den Haag schrok zich rot. Het wist dat China een militaire leverantie aan zijn ‘afvallige provincie’ niet zou waarderen, en vreesde dezelfde economische rel als tweemaal eerder in de moderne diplomatieke geschiedenis tussen beide landen.

In de jaren tachtig had een andere Rotterdams werf, Wilton-Fijenoord, twee vroege varianten van de Zwaardvis-duikboten aan Taiwan geleverd, Sea Dragon en Sea Tiger. Wilton-Fijenoord was toen nog geen onderdeel van het RDM-concern en Van den Nieuwenhuyzen was nog geen eigenaar.

China was destijds onmiddellijk overgegaan tot een handelsboycot, een kostbare sanctie waar Joop Wijns vroege voorganger Frits Bolkestein pas na drie jaar lobbyen een einde aan kon maken.

In 1994 volgde een tweede Taiwan-crisis. Van den Nieuwenhuyzen was met zijn beursgenoteerde investeringsmaatschappij Begemann drie jaar eerder eigenaar van RDM geworden. Hij wilde twee tweedehands onderzeeboten aan Taiwan verkopen, de Tijgerhaai en de Zwaardvis. En mogelijk ook een aantal boten uit de Morayklasse, die nog op de tekentafel lag.

De toenmalig ambassadeur van China in Den Haag, Wang Qingyu, dreigde Nederland publiekelijk en onomwonden met zowel diplomatieke als economische sancties. „Als Nederland inderdaad een vergunning verleent voor een order, zou het gehele scala van de betrekkingen tussen onze beide landen negatief worden beïnvloed, zoals in de jaren tachtig”, zei Qinqyu voor de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel.

Onder zware druk van het Nederlandse bedrijfsleven met belangen in de Volksrepubliek en op aandringen van het kabinet-Lubbers, zag Van den Nieuwenhuyzen af van de beoogde order. Minister van Economische Zaken Koos Andriessen zegde enkele tientallen miljoenen compensatie toe voor de misgelopen klus.

Bij de dreigende derde Taiwan-crisis in 2002 wilde Van den Nieuwenhuyzen de Taiwan-order laten schieten, maar opnieuw vroeg hij financiële genoegdoening voor gederfde inkomsten. Hij vond dat vanzelfsprekend, omdat hij China als handelspartner had weten te redden voor de natie.

De overheid wilde dat dit keer niet. Begin december 2002 kreeg Van den Nieuwenhuyzen persoonlijk bericht van de secretaris-generaal van Economische Zaken: „Op uw verzoek om compensatie in ruil voor het afzien van het meewerken aan de bouw van onderzeeboten voor Taiwan kan ik niet ingaan”, liet secretaris-generaal Jan-Willem Oosterwijk weten.

Boos en in arren moede wendde Van den Nieuwenhuyzen zich tot zijn vriend en huisbaas in de Rotterdamse haven, directeur Willem Scholten van het Gemeentelijk Havenbedrijf. Die bleek wel bereid – zij het heimelijk – hem te compenseren.

Scholten stelde zich namens het Havenbedrijf garant voor ruim 180 miljoen aan bankleningen. Een geheime afspraak die in 2004, na de val van het RDM-concern, zou leiden tot het Havenschandaal. Scholten werd hiervoor vorige maand veroordeeld tot een jaar celstraf, onder meer wegens corruptie en oplichting.

De clashes met China leverden Van den Nieuwenhuyzen behalve het verlies van een potentiële miljardenorder ook iets op. Tijdens, of na, de felle discussies die hij voerde met het bewind in Peking (en vooral met zijn diplomatieke vertegenwoordiging in Den Haag) lukte het hem al vanaf 1994 waardevolle handelsbetrekkingen met China aan te knopen.

In het najaar van 1994 bracht een delegatie van RDM een bezoek aan de Volksrepubliek, waarbij de Chinese regering zich bereid verklaarde de afgeblazen levering van onderzeeboten aan Taiwan „af te dekken”, zo blijkt uit notulen van de raad van commissarissen van moederconcern Begemann.

Twee Begemann-dochters peuterden direct orders in Peking los. Treinstellenbouwer HMA uit Ridderkerk kon aan de slag bij metro-projecten in Nanking en Shanghai, ingenieursbureau Holec Projects uit Hengelo werd betrokken bij de bouw van een elektriciteitscentrale in Hongwang.

Opmerkelijk genoeg bleek de Chinese overheid daarnaast geïnteresseerd in dezelfde twee tweedehands Walrus-onderzeeboten die Van den Nieuwenhuyzen aanvankelijk aan Taiwan had willen leveren. Deze curieuze belangstelling was volgens het commissarissenverslag „met name ingegeven door het spanningsgebied tussen Taiwan en China”. Wapenhandelaar Van den Nieuwenhuyzen speelde hier stratego op twee borden: als levering aan de ene partij niet kan of mag, dan maar praten met de tegenpartij.

Hoewel China zijn interesse in de RDM-schepen nooit omzette in een harde order, was 1994 de kiem van een blijvende vriendschap tussen Van den Nieuwenhuyzen en het communistische regime in Peking. De volgende Taiwan-crisis kon daar nauwelijks een wig tussen drijven, getuige de opmerkelijke rol die Van den Nieuwenhuyzen in oktober 2002 speelde bij het bezoek van die Chinese handelsdelegatie aan staatssecretaris Wijn, nog vóór RDM de Taiwan-order die toen speelde, had ingetrokken.

Begin 2002 wist Van den Nieuwenhuyzen voor zijn Amerikaanse fabriek MD Helicopters (gekocht in 1999) een eerste toestel in China te slijten. Dat bleek het begin van een vruchtbare samenwerking die tot op de dag van vandaag bestaat.

Met vliegtuigbouwer Hongdu Aviation, dochter van het grote staatsconcern Aviation Industry Corporation of China, sloot Van den Nieuwenhuyzen in februari 2003 een joint venture voor de assemblage van twee types MD’s in de Chinese provincie Jiangxi.

Dat was nog niet alles. Op 17 januari 2003 meldde Van den Nieuwenhuyzen aan de commissarissen van MD Helicopters, waarin ook Havendirecteur Scholten zat, dat de Chinese regering hem opnieuw wilde belonen. „China verstrekt 100 miljoen dollar compensatie voor het niet leveren van onderzeeboten aan Taiwan.”

In hetzelfde jaar 2003 werd Van den Nieuwenhuyzen een van de investeerders in een omvangrijk vastgoedproject in de Chinese stad Nanchang. Er verrees een 27 holes golfbaan, omringd door luxe villa’s, hotels en winkelcentra. Van den Nieuwenhuyzen strikte de bekende Nederlandse golfarchitect Allen Rijks als ontwerper.

Mingya European Resort is een westers concept met een megalomaan tintje. Bij de ingang van het golfcomplex is een kopie gebouwd van de Triomfboog uit het Jubelpark in Brussel. Mingya opende in 2006 zijn poorten en is inmiddels verkocht aan het Chinese vastgoedconcern Poly Group.

Sinds het ronkende faillissement van de RDM Groep in 2004 en zeker sinds justitie naar aanleiding daarvan een strafrechtelijk onderzoek instelde, is Van den Nieuwenhuyzen niet meer actief in Nederland. Hij komt er nog wel – al was het maar voor verhoren –, maar hij heeft er geen noemenswaardige bedrijfsactiviteiten meer.

Naar eigen zeggen werkt en verblijft Van den Nieuwenhuyzen vooral in het land van de meer dan 1 miljard inwoners. Hij woont er zelf ook, vertelde hij onlangs op de Nederlandse televisie. „Ik ben directeur en adviseur van verschillende bedrijven en overheden in China.”

Dit artikel is gebaseerd op het pas verschenen boek Joep! Van held tot hoofdverdachte van de auteur.