Ellebogen gebruiken en overwerken

De Zuidas is het gezicht van zakelijk Nederland. Drie jonge vrouwen beschreven hun kantoorjungle, waar alleen de aangepasten overleven.

Toen de jonge advocaat nog maar net werkte bij het chique kantoor aan de Amsterdamse Zuidas, liet ze een advocatenmiddag schieten voor een dancefeest. „Toen ik daarover de volgende dag wilde vertellen, waarschuwde een collega mij. Niet doen, hier gaan wij niet naar dancefeesten, zei ze. Als ik nu een festival of feest heb bezocht, zeg ik dat ik naar een concert was”, zegt ze grinnikend.

Het leven van de 40.000 werknemers aan de Zuidas is een soort toneelspel. „Je presenteert hier een light-versie van jezelf”, zegt de advocaat: „Het is keeping up appearances, altijd en overal.” Over deze schijn schreef ze, met een collega-advocaat en een bankier, het geestige insidersverslag Zo Zuidas, Overwerk en achterklap in de Amsterdamse kantoorjungle. De drie vrouwen van eind twintig schrijven en spreken onder het pseudoniem De Zoza’s, omdat ze willen blijven bloggen; ze verwerken hun ervaringen en die van collega’s al een tijdje in blogs. Die vormen de basis van het vandaag verschenen boek.

Het kantorenpark aan de zuidkant van de ringweg A10 is de polderversie van de Londense City en La Défense in Parijs. Hier huizen de grote advocatenkantoren, accountantfirma’s, adviesbureaus en banken. Hier worden in Nederland alle grote fusies en overnames beklonken door specialisten die honderden euro’s per uur rekenen. De Zuidas is met zijn torenhoge gebouwen en huren het gezicht van zakelijk Nederland.

Achter de glazen gevels woedt echter een stille strijd, zo is te lezen in Zo Zuidas. In de jacht op omzet jagen de alfamannen aan de top hun werknemers voortdurend op. De advocaten en bankiers werken vaak in de avonden en in het weekend. Ze brengen hun vrije tijd door met kantoorgenoten tijdens borrels en in cafés, want alles draait om de esprit de corps. Die esprit is grotendeels schijn, want net als overwerk is ellebogenwerk normaal. Dus net als de baas langs loopt, begint een werknemer ongevraagd een collega iets onbenulligs uit te leggen.

„De Zuidas is een afgesloten biotoop, waarin je alleen omgaat met je eigen soort mensen”, vertellen de Zoza’s. „De druk is hoger dan op kantoren elders, want de klanten betalen hoge tarieven. Die tarieven worden gerechtvaardigd door snel te leveren. Dus moet er heel hard worden gewerkt.” Dat trekt ambitieuze, competitieve mensen, die voor een riant loon graag veel uren maken.

Voor veel net afgestudeerde economen en juristen is de Zuidas het walhalla. Ook de Zoza’s voelden zich aangetrokken door de verdiensten (een beginner krijgt jaarlijks 50.000 euro bruto), de mogelijkheid om te werken in New York of Hongkong en de glamour. „Het is flashy, een beetje Sex and the City.” De eerste jaren genoten de Zoza’s dan ook met volle teugen van de vrijdagmiddagborrel en het uitgaan in de hippe cafés en exclusieve clubs: „Het was een voortzetting van het studentenleven, maar met meer budget.”

Toen de euforie was verdampt, begonnen ze zich af te vragen: waar zijn we mee bezig? Hun bezigheden zijn vaak saai als het werk aan de lopende band, het enige internationale is de „burrito bij de vrijdaglunch” en de (oudere) collega’s doen geregeld onaangenaam. „Vriendinnen zaten soms te huilen op de wc.” Dat was het moment waarop de Zoza’s besloten om te bloggen over de Zuidas.

Het opmerkelijkst in dit sociologische portret is de observatie dat alleen de best aangepasten overleven. Aangepast is: ambitieus, niet te veel jezelf zijn, altijd een glimlach. Houdt je baas van hockeymeisjes, schrijven de Zoza’s, wees een hockeymeisje. „Je wordt in een mal gedrild. Iedereen gaat ineens golfen en naar dezelfde kroeg.”

De authentieke en extraverte mensen vertrekken, ook als ze vakinhoudelijk excelleren. In het boek wordt ironisch beschreven hoe mensen met een exotische voornaam het vooral goed doen op het omslag van de wervingsfolder. Onder de blijvers zijn briljante juristen en accountants, maar de toppers zijn zeker niet allemaal inhoudelijke genieën. De baas van een IT-adviesbedrijf kan zijn eigen tomtom niet bedienen. Een hooggeplaatste zakenbankier is vooral goed in sociale contacten. „De inhoud is minder belangrijk dan je op het eerste gezicht zou denken. Als je acht eigenschappen nodig hebt, dan telt intelligentie misschien maar voor eenachtste. Wees verder ambitieus, opgeruimd, inschikkelijk, plichtsgetrouw en zorg dat je kunt incasseren.”

Incasseren is belangrijk, omdat kantoorgenoten het elkaar lastig kunnen maken. Zo is er de man die de presentatie van een jonge collega onderbreekt met een vraag die hijzelf gaat beantwoorden. Als een jonge werknemer eens lekker gaat uitblazen bij een lunch, verschijnt een kantoorgenoot met de mededeling dat ze dringend wordt gezocht op kantoor. Dag lunch.

„Het inbreken bij een presentatie is het gedrag van kleine kinderen, die ‘ikke ikke ikke’ roepen.” Het verpesten van de lunch komt voort uit groepsdwang. „Je let op elkaar, omdat je kort wordt gehouden. Als de druk zo groot is, krijg je meer pestkoppen. Als je een autoritaire baas hebt, dan vind je het fijn om je tegen iemand anders te gedragen als het mannetje.”

De Zuidas telt nogal wat echte bazen: de partners die als halfgoden heersen. De een mag graag luidkeels een medewerker uitkafferen. De ander ziet jonge vrouwen als „secundaire arbeidsvoorwaarde”. Wee de vrouw die het met hem aanlegt; nadien wordt zij geruisloos weggewerkt via de afdeling van een bevriende partner.

De almacht van de partners is archaïsch, vinden de Zoza’s. „Advocatenkantoren en accountantskantoren hebben nog steeds de klassieke structuur van een maatschap. Er is weinig controle op de bazen. Die kunnen zich gedragen zoals ze willen. Er is ook geen correctie van buitenaf, want die kantoren staan naast elkaar en onder die bazen is het allemaal oude-jongens-krentenbrood.”

Zo blijft een cultuur in stand die wordt gekenmerkt door de jacht op uren die in rekening gebracht kunnen worden. Gemiddeld moet een werknemer elke dag zes ‘billable’ uren maken, keurig bijgehouden door een klokje. Dat is niet zo eenvoudig, want heel veel uren – zelfstudie, cursussen, lunch – zijn niet ‘billable’.

Dat maakt het schrijven van uren tot een precaire zaak. Waar de een alles minutieus bijhoudt, doet de ander het met de ‘vork’. Onder de ‘vorkschrijvers’ zijn vaker mannen dan vrouwen. Mannen laten de klok wat makkelijker lopen. „Het is geen schering en inslag, maar het komt voor.”

Als de druk van de ketel is, wordt er gedronken, tijdens borrels en in de kroeg. „Als jij alleen cola bestelt, zeggen ze: doe eens gezellig mee. Drinken doe je om te ontspannen. In het blog schreven we eens: o jeetje, nog vier uur wachten op het wittewijn-infuus. Als je gefrustreerd op kantoor zit te werken, heb je soms even een wijntje nodig. Wat ook helpt, is een beetje lachen om de Zuidas. Wij kijken met een knipoog naar deze opmerkelijke biotoop.”