Dwaze wereld van agent en anarchist

Het was een mooie dag om actie te voeren. De maandagse kou werd door de zon verzacht en de kinderen speelden vrolijk op de speelplaats vlakbij het Paleis van Justitie in Utrecht. Op het plein voor het gerechtsgebouw stonden twee politieagenten tussen de dwarrelende herfstbladeren. Twee anderen waren op de fiets, ze reden rondjes, net zo vrolijk als de kinderen op de speelplaats. En dan waren er nog twee agenten te paard, op de hoek. Op mijn mp3-speler luisterde ik naar Mad World van Gary Jules. Dat gaat ook over kinderen.

Iets voor elf verschenen de actievoerders: leden van de Anarchistische Anti-Deportatie Groep Utrecht, AAGU. Een paar van hun leden moesten om elf uur terechtstaan, omdat ze twee jaar eerder op het dak van een vreemdelingengevangenis in Zeist waren geklommen, en vorig jaar een opleidingscentrum waren binnengedrongen waar ambtenaren worden opgeleid om vreemdelingen te verhoren.

De AAGU vond dat niet zij, maar de Nederlandse staat moest terecht staan, wegens schending van mensenrechten. Zo had Amnesty International de vreemdelingendetentie in Nederland genoemd in een rapport van juli dit jaar.

Daarom zouden ze precies om elf uur een verklaring voorlezen voor het gebouw van justitie en zich daarna naar het kantoor begeven van de vreemdelingendienst IND, aan de Bergstraat. Ze zouden de inboedel van de IND op straat zetten, omdat de vreemdelingendienst door hen failliet was verklaard. Bekende en onbekende schuldeisers van de vreemdelingenpolitie mochten de bureaus en de stoelen komen ophalen.

Het klonk ingewikkeld, maar het was een actie.

Precies om elf uur rolden de actievoerders een spandoek uit met de tekst ‘Geen Mens is Illegaal’. Een van hen plakte een ‘Kennisgeving van Faillissement IND’ op het beeld van Vrouwe Justitia. Op het plein waren er wat politiemannen bijgekomen, sommigen op een motor.

Een actievoerder las een verklaring voor over de wrede behandeling van vluchtelingen, van Griekenland tot de bossen van Zeist. In totaal waren er zo’n twaalf actievoerders. Twintig meter verder stonden evenzoveel politieagenten te kijken en te luisteren.

Keurig geklede mensen gingen in en uit het gerechtsgebouw, sommigen namen een foldertje mee. Een actievoerder at een boterham met kaas.

Toen begon de tocht naar het IND-kantoor aan de Bergstraat. Het trottoir was smal, daarom liep men paarsgewijs achter elkaar, gemoedelijk pratend. Ik had bijna mijn mp3-speler weer opgezet, toen plotseling twee agenten uit het niets opdoken en een van de actievoerders tegen de muur drukten. Een andere actievoerder wilde hem helpen, maar een politieman met een bullenpees kwam ertussen. Drie paarden stoven het smalle trottoir op, twee politiebusjes waren gearriveerd, nog meer agenten stonden om de jongeman die tegen de muur gedrukt stond.

Hij zou een wapen bij zich dragen. Hij werd daarom gefouilleerd, hij moest de veters van zijn hoge laarzen los maken, alle zakken ledigen, zijn hemd werd naar boven getrokken, hij werd betast en onderzocht, en de overige actievoerders keken eerst nieuwsgierig toe, om te zien of hij inderdaad een wapen bij zich had. Maar hij had niets. Toen begon het schelden op de politie, die zich snel uit de voeten maakte. De jongeman maakte langzaam de veters van zijn laarzen weer vast. De tocht werd vervolgd.

Het IND-kantoor was gesloten. Vijf grimmig kijkende agenten stonden voor de deur. Politiebusjes stonden paraat. De actievoerders plakten hun ‘kennisgeving’ tegen de muur, maar de politieagenten haalden ze weg, wat niet meeviel, vanwege hun dikke handschoenen. De jongen die net tegen de muur was gedrukt en gefouilleerd, was nu nergens te bekennen. Iemand legde mij uit dat hij niet het risico wilde lopen meegenomen te worden door de politie. Hij moest morgen naar school.

En zo zong Gary Jules It’s a mad world.

    • Anil Ramdas