Collages tegen de ver-van-mijn-bedshow

Kunstenares maakt montages van gruwelijke en burgerlijke foto’s.

In de jaren zestig en nu, want de politiek maakt nog steeds dezelfde fouten.

De oorsprong van kunst als wapen gaat terug naar de Eerste Wereldoorlog. Woorden schoten de kunstenaarsgemeenschap van dadaïsten tekort, maar gelukkig kunnen beelden meer zeggen dan woorden. Zo werd de fotocollage geboren: montages van gruwelijke en burgerlijke foto’s. Sindsdien is de collage niet meer weg te denken uit de kunst.

Woedend begon de Amerikaanse kunstenares Martha Rosler in de jaren zestig een serie fotocollages over de Vietnamoorlog. Oorlogsbeelden plakte ze in huiselijke Amerikaanse interieurs, om de ver-van-mijn-bedshow dichtbij te halen en mensen wakker te schudden. Twee jaar geleden besloot ze hetzelfde te doen, nu met oorlogsbeelden uit Irak en Afghanistan. Als de politiek exact dezelfde fouten maakt, dan blijft zij exact dezelfde kunst maken.

En zo zie je op Roslers solotentoonstelling nu in Den Bosch de militair Lynndie England in een designkeuken. De Abu Ghraib-martelaar die ze op deze fotomontage meesleept, zie je weerspiegeld in de glimmende inbouwapparatuur. Andere fotocollages tonen een hooggehakt fotomodel dat door de woestijn trippelt – het panorama had best in een modeblad gepast, afgezien van de exploderende tankwagen aan de horizon.

Maatschappijkritische kunst is de enige kunst waarvan het jammer is als hij niet wil verouderen. Neem Martha Rosler Reads Vogue uit 1982. In deze film bladert de kunstenaar door het succesvolle tijdschrift, leest voor en vult de holle teksten aan met kreten als „perfectie, elegantie, succes”. Modebladen die consumenten dromen aanpraten die onhaalbaar zijn, zijn in de loop van de tijd alleen maar talrijker en populairder geworden. Een reportage gaat typisch genoeg over niet het werk, maar over het luxueuze buitenhuis van kunstenaar Cy Twombly – kunst is ondergeschikt aan de formule die verlangen naar spullen moet opwekken.

Ook Roslers al even briljante kookfilm A Budding Gourmet uit 1974 is nog onverminderd actueel: met opnieuw tijdschriftadvertenties laat ze zien hoe Amerikanen denken dat ze met fusion cooking aan zenboeddhisme en multiculturele tolerantie doen.

In een lezing die Rosler gaf in Den Bosch ageert ze tegen Richard Florida’s theorie dat kunst goed zou zijn voor de economie. Zijn cijfers kloppen niet, toont ze met statistieken aan, en in Amerika neemt niemand hem volgens haar serieus. In Nederland daarentegen duiken zijn gedachtes vaak op in de polemiek rond de financiering van de kunst.

Ons politieke klimaat baart haar zorgen, vertelt ze desgevraagd. Kunstenaars komen er hier net zo alleen voor te staan als in Amerika, waar al decennia niemand hen helpt. Ook politiek links zet zich in de VS liever in tegen armoede – kunstenaars zijn te eigenzinnig om tot partijpolitiek ideaal te worden gebombardeerd.

Ook Rosler laat zich zo niet vangen. Haar oorlogsserie is politiek te duiden, al zijn haar ideeën soms interessanter dan de uitwerking. Anders is dat in Roslers veel subtielere dagelijkse observaties. Zoals haar recente foto’s van bloemen in de buitenruimte. Het is het onschuldigste thema dat er bestaat, totdat je Roslers scherpe blik herkent. Ze ziet meer dan anderen: hoe geknutseld een museaal bloemstukje is, hoe hoopvol een oud busje met bloemen is beschilderd, hoe exhibitionistisch de was buiten hangt.

Haar natuurfoto’s gaan over wanorde en vrijheid. En zo is ook dit werk weer activistisch, want zoals Rosler in Den Bosch zegt over ons nieuwe kabinet: een land zonder kunst is geen democratie. Daar heerst alleen orde.

tentoonstelling

Martha Rosler: Point and Shoot t/m 12 febr. in het SM’s, Den Bosch. www.sm-s.nl ****