'Beleggers zijn negatiever dan wij zijn'

Kredietbeoordelaar Marko Mrsnik van S&P wordt gezien als de man die Griekenland in de crisis stortte. „De financiën daar zijn al jaren onhoudbaar.”

Hoe hectisch de crisis in Ierland is, werd gisteren aangetoond in Amsterdam. Oliver Whelan, bij het Ierse Agentschap van Financiën verantwoordelijk voor het lenen op de kapitaalmarkten, was onderweg naar het vliegveld in Dublin om in Amsterdam op een conferentie over staatsobligaties te spreken. Toen kwam kredietbeoordelaar Standard & Poor’s met een persbericht: ondanks de noodlening van het Europese noodfonds wordt de kredietbeoordeling van Ierland verlaagd. Whelan maakte rechtsomkeert. Geen praatje op een conferentie in het Hilton Hotel in Amsterdam-Zuid, Whelan moest een crisis sussen.

Het afhaken van Whelan weerspiegelt de macht van kredietbeoordelaars. Als Fitch, Moody’s of Standard & Poor’s een oordeel vellen over een land, reageren de markten onmiddellijk. Wel aanwezig in Amsterdam was Marko Mrsnik, analist bij Standard & Poor’s. Het is de taak van Mrsnik te beoordelen hoe kredietwaardig landen zijn. Hoe groot is de kans dat een land technisch failliet gaat en staatsobligaties niet meer kan aflossen. Mrsnik heeft Spanje, Portugal en Griekenland onder zijn hoede. In financiële kringen staat hij bekend als de man die Griekenland in crisis wierp door vorig jaar de kredietwaardering van het noodlijdende land te verlagen.

Bent u inderdaad verantwoordelijk voor de Griekse schuldencrisis?

Mrsnik: „Nee. In de eerste plaats besluit ik niet in mijn eentje over het verlagen van een beoordeling. Dat gebeurt in een comité van minimaal vijf ervaren analisten. Ten tweede, wij hebben in 2005 en in 2006 de kredietbeoordeling van Griekenland verlaagd. Wij vonden toen al dat de overheidsfinanciën op termijn onhoudbaar waren. De pensioensector moest drastisch hervormd worden net als het sociale zekerheidsstelsel. Niemand die kraaide naar onze beslissing. Echt, nul reactie op de financiële markten. Nu is er sprake van...”

...een overreactie?

„Deels. Vanaf de oprichting van de eurozone in 1999 dachten de grote beleggers dat er nul kans was dat een lid failliet zou gaan. Dat was onrealistisch. Nu prijzen beleggers in hun risicomodellen een mogelijk failliet wel in. Dat resulteert in hogere rentes op staatsobligaties. Beleggers willen het schuldpapier wel kopen, maar verlangen een hogere compensatie omdat het risico dat ze hun geld niet terug krijgen in hun perceptie groter is geworden. Dat is realistisch maar de markten overreageren wel. Vraag een handelaar hoe groot de kans is dat Griekenland niet aan betalingsverplichtingen kan voldoen en hij zal zeker negatiever zijn dan wat wij in onze rapporten schrijven.”

Maar begrijpt u dat de reactie heftig is als S&P negatief is over Ierland in de week dat het land een beroep doet op het Europese noodfonds?

„Wij zien het niet als een definitieve redding. De noodlening zal waarschijnlijk vertrouwen geven dat de banksector niet omvalt. Dat is goed, maar een lening blijft een lening. Het is extra schuld. Schuld die Ierland eens zal moeten aflossen. Eigenlijk verslechtert de kredietpositie van Ierland. Daar komt bij dat de lening weinig verandert aan de economische situatie. Het land gaat fors bezuinigen en lasten verzwaren. Dat remt de groei en het herstel. We weten de exacte details van de voorwaarden voor de lening niet, dus we kunnen nog geen definitieve beoordeling geven. Dat doen we over drie maanden.”

Wat is de invloed van zo’n kredietbeoordeling op Ierland?

„In principe hoeft Ierland pas volgend jaar nieuw staatsobligaties uit te geven om een deel van de staatsschuld opnieuw te financieren. Als na ons besluit de kosten om te lenen duurder worden, zal Ierland dit dus pas volgend jaar merken. Maar het heeft wel een invloed op de bereidheid van markten om Ierse banken kapitaal te verstrekken. In die zin treft ons besluit Ierland wel direct.”

Na Ierland, en mogelijk Portugal, komt Spanje onder vuur. De vrees is dat Spanje te groot is om gesteund te worden. Hoe beoordeelt u Spanje?

„Wij zijn nog steeds negatief over Spanje. Wij denken dat de regering iets te positief is over de groeiverwachting en er moet nog veel hervormd worden. Toch is er al veel actie ondernomen. De cajas, de noodlijdende spaarbanken, zijn aangepakt. Het pensioenstelsel wordt hervormd. De overheidsinkomsten vallen iets hoger uit dan verwacht. Dat is bemoedigend.”