Alleen de brokstukken uit Machu Picchu gaan terug

Tientallen jaren hebben Peru en de universiteit van Yale gebekvecht over artefacten uit de Inca-stad Machu Picchu. Ze zijn het eens: de meeste gaan terug.

(FILES) This file picture shows a general view of the Inca citadel of Machu Picchu in the Peruvian department of Cusco, June 23, 2007. Peruvian Minister of Foreign Commerce and Tourism, Martin Perez, stated that the ancient site will be reopened to tourism in April, after heavy rains in January blocked the railways to Cusco, leaving somw 3.500 tourists stranded in Machi Picchu and nearby Aguas Calientes. AFP PHOTO/Eitan ABRAMOVICH /FILES AFP

Hoog in de Peruaanse Andes ligt de vijftiende-eeuwse, citadelachtige Incastad Machu Picchu. Hiram Bingham, de Amerikaan die de stad in 1911 herontdekte, groef er duizenden voorwerpen op en gaf die in bewaring aan Yale University. Een eeuw later heeft de universiteit besloten om de meeste archeologische objecten uit Machu Picchu terug te geven aan Peru. Dat lieten de twee partijen deze week weten. Hiermee komt een einde aan een al jarenlang slepend dispuut.

Bingham, een professor Latijns-Amerikaanse geschiedenis aan Yale, hield tussen 1912 en 1915 enkele opgravingscampagnes in Machu Picchu. Met geld van zijn universiteit en de National Geographic Society groef hij duizenden objecten op. Die werden vervolgens met toestemming van de Peruaanse overheid voor nader onderzoek naar Yale vervoerd.

Enkele nationalistische Peruaanse geleerden wisten hun regering zo ver te krijgen dat die een einde maakte aan de regeling. Toen Peru in 1921 om teruggave van de uitgeleende voorwerpen vroeg, weigerden Bingham en de universiteit.

De zaak raakte vervolgens in de vergetelheid. De collectie in Yale heeft decennialang grotendeels in kisten opgeslagen gelegen in een magazijn. Richard Burger en zijn vrouw Lucy Salazar, beiden verbonden aan het Peabody Museum van Yale, hebben de collectie in de jaren negentig weer boven water gehaald en tot leven gewekt. Ook hebben ze in Machu Picchu zelf onderzoek gedaan. Op basis daarvan kwamen ze tot de conclusie dat de stad geen heilige plaats was, maar het zomerverblijf van Inca-leiders. Ter afronding van hun onderzoek organiseerden ze in 2002 een expositie in het museum.

Rond die tijd begon Peru de collectie opnieuw terug te vragen; het dreigde zelfs met een rechtszaak. Yale beriep zich in eerste instantie op een Peruaanse wet uit 1852, op basis waarvan de vinders voor altijd eigenaar van de door hen opgegraven voorwerpen zouden zijn. Maar de National Geographic Society liet als voormalige medefinancier van de opgravingen weten dat er geen afspraken waren gemaakt waardoor Yale zich eigenaar zou kunnen noemen. Verder kwamen documenten en brieven boven water waaruit bleek dat Bingham alleen tijdelijke afspraken met Peru had gemaakt.

In 2007 begonnen daarom onderhandelingen tussen Peru en Yale over teruggave.

Die gesprekken liepen in eerste instantie op niets uit. Onlangs raakte de zaak in een stroomversnelling. Eerst deed de Peruaanse president Alan García een beroep op zijn collega Obama en vervolgens stuurde Yale de Mexicaanse oud-president Ernesto Zedillo, alumnus van Yale, als vertegenwoordiger naar de onderhandelingen. Afgelopen vrijdag kwamen García en Zedillo tot een resultaat.

Yale heeft in een persverklaring beloofd vanaf volgend jaar de meeste van de ruim veertigduizend voorwerpen terug te sturen. Slechts 350 artefacten, waaronder vazen en versierde bronzen messen en pinnen, zouden volgens de universiteit museumwaardig zijn. De meeste voorwerpen zijn scherven en fragmenten. García heeft op zijn beurt Yale geprezen voor de goede zorgen en erkend dat de voorwerpen waarschijnlijk over privécollecties verspreid zouden zijn geraakt als ze niet bij de universiteit zouden zijn terechtgekomen.

De Universiteit van Cuzco zal de voorwerpen tijdelijk in bewaring nemen. Het is de bedoeling dat in samenwerking met Yale in Cuzco een speciaal museum en onderzoekscentrum voor de Yale-collectie komen.