Voor liefhebbers en criminelen

Wapens Nederland in smokkelen is makkelijk in een Europa zonder grenzen.

Europese harmonisatie van wapenwetgeving is lastig door cultuurverschillen.

De stand van wapenfabrikant Walther op de internationale wapenbeurs in het Duitse Neurenberg. Foto AFP Visitors check out guns at the Walther stand at the International Weapons trade fair in the southern German city of Nuermberg on March 12, 2010. Some 1,150 exhibitors are taking part in the trade fair running to March 15, 2010. AFP PHOTO DDP / JOERG KOCH GERMANY OUT AFP

In de Vismijn in het Belgische Oostende vermengt de zilte vislucht zich met de geur van oude kleren en metaal. Op grote tafels ligt een bonte verzameling vuurwapens uitgestald: antieke geweren uit de Amerikaanse burgeroorlog, luchtbuksen, revolvers en pistolen uit de Eerste Wereldoorlog. Bij een stand worden nazivlaggen, Duitse uniformen en andere memorabilia uit de Tweede Wereldoorlog aangeboden.

Twee keer per jaar is de vismijn het decor van de wapen- en militariabeurs. Een Duitse handelaar staat voor een glazen vitrine met allerhande wapentuig, waaronder een scherpschietend pistool. „In België mag veel meer dan in Duitsland. Deze pistolen mag ik in Duitsland niet verkopen. Maar aan Nederlanders verkoop ik dit niet, want daar krijg ik last mee.”

In het Europa zonder grenzen is het heel makkelijk om wapens Nederland binnen te smokkelen. De wetgeving is overal anders, want de cultuurverschillen rond wapenbezit zijn groot. De Belgische wapenbeurzen staan in Nederland nog steeds bekend als een wapenwalhalla, waar liefhebbers en criminelen alles kunnen vinden wat in eigen land verboden is. Volgens de Belgische politie is dit veranderd sinds de Belgische wapenwet in 2006 is aangescherpt. Het is veel moeilijker en duurder geworden een wapenvergunning te krijgen. Zo moet je lid zijn van een jachtclub of schietvereniging.

De politie heeft deze ochtend in Oostende alle stands gecontroleerd en maar één doosje illegale munitie in beslag genomen. „Op dit soort beurzen zijn geen vergunningsplichtige en verboden wapens te krijgen”, zegt Valerie Zeimetz, diensthoofd van de sectie wapenzwendel van de Belgische politie. Het is „onzin” dat de wapenbeurzen nog steeds gezien worden als een plek waar criminelen eenvoudig aan een wapen kunnen komen. „Ga zelf maar kijken.”

De Nederlandse politie denkt daar anders over. „We hebben wapens gevonden waarvan we bijna zeker weten dat ze uit België komen”, zegt Niels Klein, wapenexpert van de politie Rotterdam-Rijnmond. De Belgische wapenwet is aangescherpt, maar kent een wel 20 pagina’s tellende lijst met uitzonderingen van wapens die niet vergunningplichtig zijn. „Daarop staan naast historische geweren ook veel wapens die het nog prima doen en waarvoor je ook munitie kunt krijgen. Dit soort wapens zijn een serieus probleem, maar dat willen ze in België niet toegeven.”

In een poging Europese wetgeving te harmoniseren, heeft de EU in 1991 een wapenrichtlijn opgesteld. Het werd een compromis. De regels voor vergunningen zijn enigszins gelijkgetrokken en er zijn voorwaarden gesteld aan de verkoop van vuurwapens aan buitenlanders.

De Belgische en Nederlandse politie werken wel samen bij opsporingsacties. Maar zulke samenwerking heeft eigenlijk alleen zin als landen dezelfde wapenwetgeving hebben, zegt de Nederlandse wapenexpert Thijs van Zanten, adviseur van het Landelijk Platform Vuurwapens van justitie en politie. „Dan kun je pas echt gaan samenwerken bij de opsporing. Als ik nu de Duitse politie een vraag stel over gas- en alarmwapens, dan zeggen ze: die zijn hier vrij verkrijgbaar, daar hebben we geen tijd voor.”

Eén wapenwet voor heel Europa is niet haalbaar. De Nederlandse wapenwet gaat uit van een totaalverbod, maar daarin staat Nederland alleen. „We krijgen landen niet zover dat ze dingen gaan verbieden”, zegt Van Zanten. „Als ze gas- en alarmwapens willen verkopen, zorg dan dat ze alleen met een vergunning te krijgen zijn. En zorg dat alle wapens gereguleerd en geregistreerd worden, want dan zijn ze altijd te achterhalen.”

Gas- en alarmwapens die makkelijk om te bouwen zijn, mogen niet meer vrij verkocht worden sinds de EU-richtlijn in 2008 is aangescherpt. Maar veel landen hebben dit nog niet doorgevoerd.

Als je in Europa probeert consensus te krijgen over wapenwetgeving, kom je aan economische belangen. Nederland heeft geen wapenfabriek, maar voor veel andere landen is de wapenindustrie belangrijk. Daarom is Van Zanten gaan praten met belangenclubs, zoals de vereniging voor Europese wapenhandelaren en de Europese federatie voor jagers. „Ik heb ze uitgelegd wat we willen bereiken en ze hebben allemaal hun steun toegezegd. Ze willen hun straatje schoonhouden.”

De politiek is niet zo makkelijk te overtuigen. In Brussel vinden ze Nederland te fanatiek. „Het loopt niet zoals Van Zanten graag zou willen”, zegt Jas van Driel, bestuurslid van de Vereniging van Nederlandse Wapenverzamelaars. „Dat is niet zo vreemd, want je hebt met 27 verschillende visies te maken. Het is jammer dat de Nederlanders bij dit soort vergaderingen achter hun rug door anderen uitgelachen worden. Men neemt Nederland niet meer serieus.”

Europese harmonisatie alleen is niet genoeg. De politie moet illegale wapenhandel vervolgens ook aanpakken, vindt Van Zanten, maar dat gebeurt niet. „De politie heeft de opdracht om illegale wapenhandel aan te pakken. Dat wil de Nederlandse regering, het staat in Europese richtlijnen en zelfs in VN-protocollen. Maar die worden niet uitgevoerd. Zo blijft het dweilen met de kraan open.”

Bekijk een rapport over de aanpak van illegale wapenhandel van het ministerie van Justitie via nrcnext.nl/links