Vmbo'er op havo presteert behoorlijk

Vmbo’ers die na hun diploma verdergaan op de havo, doen het beter dan verwacht. En ze zouden het eigenlijk nog beter kunnen doen.

Dat is de opmerkelijke conclusie van een rapport van het onderzoeksbureau Expertisecentrum Beroepsonderwijs dat vandaag is verschenen.

Havo-scholen stellen nu allerlei eisen aan leerlingen die van het vmbo komen, omdat ze het minder goed zouden doen dan leerlingen die zijn begonnen op de havo. Veel havo-scholen eisen gemiddeld een eindcijfer van 7 op het vmbo-diploma. En een vmbo’er mag niet blijven zitten in havo-4, terwijl een oorspronkelijke havist dat wel mag.

Vmbo-scholen zijn op de hoogte van deze extra toelatingseisen van de havo-scholen. Onderzoeker Wil van Esch noemt het verrassend dat de vmbo-scholen die extra toelatingseisen „kennelijk terecht” vinden.

Naar aanleiding van het tv-programma De Ombudsman (VARA) dat eerder dit jaar een pleidooi hield om de toelatingseisen af te schaffen, zijn daarover Kamervragen gesteld. Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) vindt dat schoolbesturen zelf mogen beslissen over zulke eisen.

Van Esch kan enig begrip opbrengen voor scholen die een verbod op doubleren hebben: „Het is niet zo dat scholen dat zomaar doen, om vmbo’ers dwars te zitten.” De overgang van vmbo naar havo is groot, legt Van Esch uit. „Dat komt doordat vakkenpakket verschillen. En de leerstof op de havo is moeilijker, je moet er sneller doorheen.”

Wel heeft de onderzoeker bezwaar tegen de „variëteit” aan eisen. Hij wijst erop dat havo-scholen vaak willekeurige eisen stellen aan de vmbo-leerling die wil „stapelen”. „De ene school hanteert een selectie-cijfer van 6, de ander 7. Dat is verwarrend en het is ook onduidelijk wat precies werkt.”

Volgens Van Esch zouden scholen er beter aan doen aandacht te besteden aan het „stimuleren” van de vmbo-leerlingen in plaats van alleen aandacht te besteden aan het „selecteren”.

Scholen zouden het vmbo’ers vooral makkelijker kunnen maken door hun een andere studiehouding te leren, zegt Van Esch. Als voorbeeld noemt hij een zomercursus voor aspirant-havisten. „Een vmbo-leerling haalt zijn diploma in april, daarna zijn er maanden over om een cursus te doen. Je kunt het ook structureler aanpakken: het aanbieden van een gemengde mavo/havo-brugklas.”