Tijdloze Bijlmer in reeksen

fotoboek

Goede Bedoelingen en modern wonen

NAi Uitgevers 2010***

De Bijlmer, gebouwd in de jaren zestig, moest zo mooi worden – een moderne buurt voor keurige modelgezinnen, met veel groen en collectieve ruimtes. In plaats daarvan verpauperde de beoogde stadsidylle in rap tempo. In de jaren negentig maakten de hoogbouwflats plaats voor eengezinswoningen. In Goede Bedoelingen en modern wonen / Fotonotities over de Bijlmer doet fotograaf Hans Eijkelboom verslag van de veranderingen in de Bijlmer. Eijkelboom werd bekend door zijn mensen in reeksen: vrouwen in gelijksoortige roze jurken, mannen in dezelfde grijze jassen. Vanaf 1992 hield hij een fotografisch dagboek bij van de Bijlmer en in 2002 verhuisde hij naar de wijk.

Het boek lijkt haast geordend naar een van de principes van het Nieuwe Bouwen: gescheiden functionaliteit. In zijn 204 pagina’s tellende boek zien we verzamelingen alledaagse straatbankjes, bewakingscamera’s, en naambordjes. Maar ook doelloze schuurtjes en een knalrood 45-km-karretje.

Het ritme van die reeksen is de verandering. De reeksen foto’s gaan van klein naar groot en lopen verspringend door op de volgende pagina, voor een continu gevoel. De kille flats maken plaats voor eengezinswoningen met tuintjes. De onpersoonlijkheid van de Bijlmer wordt te lijf gegaan door Hollandse kneuterigheid: bloembakken en kliko-stickers. Het leukst blijven de mensen: vrouwen met schreewerige prints, mannen met schreeuwerige stropdassen.

Het was een bewuste keuze van Eijkelboom om de galerijflats, schotelantennes en junks te vermijden. Hij wilde het stereotype beeld van de Bijlmer weerspreken. Zijn foto’s zijn tijdloos: weersomstandigheden spelen geen rol. Nergens regent het en nergens schijnt de zon. Het gaat Eijkelboom om de spanning tussen het individu en zijn omgeving.

In dit fotoboek staat het menselijke zoeken naar perfectie centraal, in dit geval het moderne wonen. Ook al zijn de bedoelingen nog zo goed, de Bijlmer blijft ondanks alle veranderingen getypeerd door een soort melancholieke leegte.

Marjolein van Diggelen