Terroristen willen in de krant komen

Een golfje arrestaties in België, Duitsland en Nederland vestigde gisteren opnieuw de aandacht op het risico van aanslagen. Angst is de spil van de strijd, meer dan het aantal doden.

De Duitse autoriteiten reageerden vorige maand nog bozig toen de VS hun burgers waarschuwden voor de dreiging van terreur in Europa. „Niet nuttig”, oordeelde minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière. Zulke waarschuwingen helpen de terroristen om angst te zaaien, legde hij uit.

Maar inmiddels staan gewapende scherpschutters voor het gebouw van de Rijksdag in Berlijn. „Dat is wel een succes voor de kleine groep die probeert angst te zaaien”, zei de Leidse hoogleraar contraterrorisme Edwin Bakker gisteren in een telefonisch interview. „Misschien had De Maizière liever stil willen reageren, maar zijn bewegingsruimte was door zijn eerdere opstelling beperkt. Hij kon het zich niet permitteren opnieuw stil te blijven.” Dat zou laks overkomen.

„De essentie van terrorisme is angst zaaien, krantenkoppen halen”, zei Bakker in een eerder gesprek nadat bompakketten uit Jemen waren onderschept in vrachtvliegtuigen op weg naar Chicago. Daar willen de verschillende nationale terreurcoördinatoren liever niet aan meewerken. „Maar op een gegeven moment kun je er niet meer omheen en moet je een statement afgeven.”

Gisteren werd bekend dat in Nederland, België en Duitsland elf mensen zijn opgepakt op verdenking van terreurplannen. Volgens Bakker heeft het één – Duitsland – niets met het ander – België – te maken. De Duitse dreiging komt uit de richting van Afghanistan en Pakistan; de Belgische zaak houdt verband met moslimextremisten in Tsjetsjenië – „een heel andere club, een ander idee”.

In tegenstelling tot in Duitsland is de officiële terreurdreiging in Nederland en België tot dusverre niet verhoogd. Dat heeft ermee te maken, zegt Bakker, dat de ‘Tsjetsjenië-groep’ al langer in beeld was. De Belgische krant De Standaard meldde dat eerder al in Saoedi-Arabië en Marokko arrestaties zijn verricht in verband met deze zaak. „Zolang een groep goed in de gaten kan worden gehouden is het niet nodig om de terreurdreiging te verhogen. Er zijn gisteren in drie landen gelijktijdig arrestaties verricht, wat betekent dat het gevaar bekend was.”

Elke keer als je het nationale dreigingsniveau verhoogt of verlaagt, krijg je discussie, zegt Bakker. „Als de dreiging laag is en er gebeurt iets, krijg je meteen de vraag: waarom gaat het niet omhoog? Daarmee draag je enorm bij aan wat terroristen beogen.” De terreurcoördinatoren zijn zich volgens hem erg bewust dat impact het doel is van de terroristen, meer nog dan het doden van mensen. „Dat is het middel.”

Aan de andere kant moeten de autoriteiten heel goed oppassen dat de burger niet het gevoel krijgt dat hij recht heeft op volledige veiligheid. „Je moet altijd laten zien dat er geen 100 procent veiligheid bestaat. Stel dat je alle luchtvracht hebt gecheckt, dan kan er bijvoorbeeld een stewardess met een bom aan boord zijn. Of dan blazen terroristen een schip of een bus op.”

Bij de terreurcoördinatoren gaat het erom de weerbaarheid te vergroten. „De mensen moeten weten dat je terreur niet helemaal kunt voorkomen. Maar ze moeten ook weten dat de overheid zoveel mogelijk haar best doet .” Je moet de weerbaarheid vergroten bij de mensen, vervolgt hij, „zodat als er iets gebeurt, ze niet in paniek raken omdat de overheid hen niet kan beschermen”.

Nederland is niet weerbaar genoeg, vindt Bakker. „Dat vind ik de zwakste schakel in ons contraterrorismebeleid, dat ik verder als zeer positief beoordeel. Je ziet dat radicalisering in Nederland vergeleken met de buurlanden de laatste tien jaar reuze meevalt. Wat is er over van die Hofstadgroep? Hoeveel jihadisten hebben we die naar het buitenland zijn gegaan?”

In het jongste jaarlijkse terrorismerapport van Europol worden alle terreurincidenten in Europa beschreven, zo’n 500 per jaar. Het overgrote deel is het werk van het Corsicaanse bevrijdingsfront, gevolgd door de IRA in Noord-Ierland.

„Over de jihadistische incidenten is de zorg in het rapport het grootst. Die zorg deel ik, want het gaat niet om het aantal doden maar om de impact. Iets dat al jaren speelt vinden we niet zo eng. Corsicaans terrorisme is anders dan jihadistisch terrorisme, waarbij de daders hele vliegtuigen willen opblazen. Zoals die drie jongens die in Engeland zijn veroordeeld en door wie we nu op het vliegveld de inhoud van onze toilettassen moeten overhevelen in plastic zakjes. De impact daarvan is heel groot omdat het aanslagen zijn op de breuklijnen van onze samenleving. Het is dus gerechtvaardigd dat we daar meer angst voor hebben, maar het wordt niet weergegeven in de cijfers.”

Wel is het aantal jihadistische arrestanten veel hoger dan het aantal andere terroristen, zegt Bakker. Komt dat doordat de politie nu eenmaal meer aandacht heeft voor jihadisten en dus meer van hun complotten verijdelt? Bakker: „Ja, of de jihadisten zijn zo onhandig. Er worden bijvoorbeeld weinig Corsicanen opgepakt, terwijl die de meeste incidenten veroorzaken. Misschien zit de politie niet op die arrestaties te wachten omdat dat lokaal meer olie op het vuur zou gooien. Maar de focus op het jihadisme is mijns inziens terecht.”