Telefoon brengt fotograaf dicht bij onderwerp

De Amerikaanse fotograaf Damon Winter gebruikt zijn iPhone als fototoestel in oorlogsgebied. Zo is hij „niet opdringerig” aanwezig.

Afgelopen maandag stonden er een paar uitzonderlijke foto’s op de voorpagina van de New York Times bij een artikel van correspondent James Dao: opnames van een speciale Amerikaanse legereenheid, gestationeerd in Nahr-i-Sufi in Afghanistan, gemaakt met een iPhone en bewerkt in de Hipstamatic app voor een polaroid-uitstraling. De beelden werden gemaakt door Damon Winter, sinds 1997 staffotograaf bij de krant.

In een blog op de site van de NYT, geschreven door James Estrin, verklaart Winter (1974) zijn keuze voor het gebruik van de iPhone. Hij noemt het ‘casual’, en ‘niet opdringerig aanwezig’. „Soldaten nemen zelf ook veel foto’s van elkaar met hun telefoon. Ze waren meer op hun gemak dan wanneer ik met een gewone camera rondliep.”

Winter maakte in de afgelopen jaren zowel reportages – hij volgde onder meer de campagne van presidentskandidaat Obama waarvoor hij in 1997 een Pulitzerprijs ontving – en maakte portretten van beroemdheden als Clint Eastwood, Samuel L. Jackson en Robin Williams. Toch rijst de vraag: waarom kiest een serieuze fotojournalist ervoor om simpele opnames te maken met een iPhone? In een periode dat professionele fotojournalisten meer concurrentie krijgen van amateurfotografen kan zoiets gevoelig liggen. Tast dit niet de kwaliteit van het vakmanschap aan? Estrin meent van niet. Op het blog schrijft hij: „Het maakt mensen toch ook niet uit met welke typemachine Hemingway zijn verslaggeving deed?”

World Press Photo-directeur Michiel Munneke is het eens met Estrin. „Techniek is irrelevant”, meent hij. „Wat er toedoet is de integriteit en intentie van de fotojournalist.” Munneke zou dit soort foto’s dan ook accepteren als ze werden ingezonden voor World Press Photo. „Mits gemaakt door een professional.”

„Het gaat om de grondhouding van een fotograaf”, zegt fotograaf Bert Janssen, oud-voorzitter van de jury van de Zilveren Camera. „Als hij als prof aan het werk is, maakt het niet uit met wat voor middelen hij dat doet.” Het is goed dat fotojournalisten nieuwe technische mogelijkheden onderzoeken, meent Janssen: „Zij kunnen met de iPhone weer opnieuw een standaard neerzetten.”

Ook Janssen juicht het toe als fotografen dit soort werk inzenden voor de Zilveren Camera. „Ik vind het spannend.”

Claudia Hinterseer, directeur van het internationale fotoagentschap Noor, laat een wat kritischer geluid horen. „Ik vind het wel een beetje populair van Winter. Die Polaroid app is hip. Iedereen maakt op dit moment dit soort huis-tuin-en-keukenkiekjes.” Maar Hinterseer noemt de keuze van Winter ook ‘functioneel’. „Hij trekt hiermee wel de aandacht. Bovendien kan hij op deze manier heel dichtbij zijn onderwerp komen. Hij is een soort fly on the wall.” Dat laatste is niet nieuw, meent Janssen. „Robert Capa, Henri Cartier-Bresson: zij probeerden in oorlogsgebied al zo onopvallend mogelijk hun werk te doen. Alleen deden ze dat vroeger met een stille Leica uit de M-serie. Nu is dat de iPhone.”

Voor meer foto’s: lens.blogs.nytimes.com/2010/11/21/finding-the-right-tool-to-tell-a-war-story/