Shakespeare is goed maar David Mamet is beter

Schrijver Arnon Grunberg betaalde $301,50 om Al Pacino te zien spelen in een (ongesubsidieerde) theatervoorstelling in New York. Ook op twintig meter afstand deed zijn held het goed.

Als wij mythes nodig hebben, hebben we ook helden nodig.Hoewel studenten en scholieren op de vraag ‘wie zijn je helden?’ vaak antwoorden: ‘mijn ouders’, meen ik dat je helden nodig hebt die geen familie van je zijn. Ook al weten wij dat elke held er slechts op wacht ontmaskerd te worden door een biograaf of onderzoeksjournalist.

Vijftien jaar geleden ben ik begonnen, met lichte ironie, Al Pacino te vereren. Zonder dat ik posters van hem aan de muur heb hangen, ik kan niet eens zeggen dat ik al zijn films heb gezien. Maar de films met hem erin waarvan ik houd, heb ik minstens vier en in een aantal gevallen minimaal acht keer gezien.

Heat van Michael Mann, een van de beste gangsterfilms. Al Pacino speelt luitenant Vincent Hanna (“my life is a disaster zone”), die het opneemt tegen Robert De Niro. The Devil’s Advocate van Taylor Hackford: als film niet helemaal geslaagd wellicht, als allegorie des te meer („vanity is my favorite sin”). Scarface (Brian De Palma) uiteraard. Zoals sommige mensen na het zien van Apocalypse Now besluiten in dienst te gaan, zo kan ik me voorstellen dat mensen na het zien van Scarface besluiten om coke te gaan dealen. Maar Scarface is niet zozeer een film over ongebreidelde hebzucht en wraak, eerder een illustratie bij de stelling dat veel destructie weinig anders is dan eigenliefde die te groot werd.

En Glengarry Glen Ross van James Foley, gebaseerd op een toneelstuk van David Mamet. Al Pacino speelt Ricky Roma, een makelaar in Chicago, hij verkoopt land in Florida. Maar wat hij echt verkoopt, tegenwoordig is dat bijna een gemeenplaats, is een gevoel, een droom, vriendschap, de overtuiging dat iemand je begrijpt. Pas wie Ricky Roma aan het werk heeft gezien, weet wat verkoop is.

Het is jammer dat er in stukken over de financiële crisis van 2008 niet vaker naar deze film is verwezen. Eigenlijk symboliseert Glengarry Glen Ross ook de journalistiek, de televisie en uw centrum-rechtse regering. Bekijk Glengarry Glen Ross en begrijp uw regering beter. Dat bedoel ik geenszins moralistisch, godzijdank zit er een handelsreiziger in ieder van ons.

Toen ik las dat Al Pacino Shylock zou spelen in het Broadhurst theater in New York liet ik dat niet aan me voorbijgaan. Ik had de film waarin Pacino Shylock speelt weliswaar al gezien, maar om hem op twintig meter afstand in levenden lijve te zien spelen, is toch iets anders.

Een kaartje in de zaal kostte $301,50, inclusief administratiekosten: ongesubsidieerd toneel mag wat kosten.

Bij binnenkomst in het theater bleken T-shirts en petjes waarop The Merchant of Venice stond verkocht te worden. Als je naar een musical als Mamma Mia! gaat, verwacht je niet anders, bij Shakespeare is het even schrikken. Niets dan snobisme natuurlijk. Laat Toneelgroep Amsterdam, als De kersentuin wordt gespeeld, ook maar gewoon T-shirts en petjes met De kersentuin erop bij voorstellingen verkopen.

Het Nederlandse theater kan van Ryanair leren in dit opzicht. Misschien moet Toneelgroep Amsterdam ook maar een kalender uitgeven waarop het personeel naakt staat.

Nooit bedelen, mensen moeten je smeken om jou hun geld te mogen geven. Denk aan een andere held van onze tijd: Bernie Madoff.

Naast mij in het Broadhurst theater zaten twee mannen die duidelijk iets anders van Al Pacino hadden verwacht en die kort na het begin in slaap vielen.

Al Pacino was uitstekend, maar de regie een tikkeltje conventioneel en sommige scènes hadden een hoog operettegehalte.

Toen ik rond middernacht naar een sushirestaurant liep, dacht ik toch enigszins beschaamd: Shakespeare is goed, maar David Mamet is beter.