Ooit was het andersom...

Ajax leed gisteren tegen Real Madrid de grootste Europese thuisnederlaag ooit.

De inbreng van aanvoerder Luis Suarez hielp Ajax tegen Spaanse topploeg niets verder.

23-11-2010, Amsterdam. Ajax - Real Madrid. Duel tussen Cristiano Ronalde en Toby Alderweireld van Ajax, links. Foto Bas Czerwinski

Vijftien jaar geleden waren de rollen omgedraaid. Op 22 november 1995 won Ajax afgetekend in Estadio Santiago Bernabéu met 2-0 van Real Madrid. De Amsterdamse club was destijds de houder van de Champions League en dé topploeg van Europa. Het huidige Ajax was gisteravond de speelbal van ‘de Koninklijke’ en verloor nu zelf kansloos in de Arena met 4-0. De grootste Europese thuisnederlaag ooit.

Ajax mag door de 2-0 nederlaag van Auxerre tegen AC Milan nog slechts hopen op de derde plaats, die recht geeft op doorstroming in de Europa League. Ajax, dat een punt meer heeft dan de Franse club, moet over twee weken op bezoek in Milaan. Auxerre speelt dan in de Spaanse hoofdstad tegen Real Madrid.

De tijd dat Ajax zich met bravoure in de top van het Europese voetbal handhaafde lijkt voor het gevoel een eeuwigheid geleden. De club, die vier keer de belangrijkste Europese beker won (1971, 1972, 1973 en 1995), speelde in 1995 de competitiewedstrijden nog in De Meer. Internationale tegenstanders werden in die tijd in het Olympisch Stadion ontvangen.

In augustus 1996 verhuisde Ajax naar de Arena. Een paar maanden daarvoor speelde de formatie van Louis van Gaal tegen Juventus voor de laatste keer een Europese finale. Sindsdien verloor de succesvolste Nederlandse club snel terrein en was deelname aan de Champions League eerder uitzondering dan regel. Een kwartfinaleplaats in 2003 betekende voor Ajax het sportieve internationale hoogtepunt van deze eeuw.

Voor Real Madrid is de Arena daarentegen de plek waar in 1998 een ommekeer werd ingezet. De Spaanse voetbalgrootmacht won twaalf jaar geleden in Amsterdam voor het eerst sinds 1966 weer ‘de cup met de grote oren’. In de eindstrijd werd toen Juventus verslagen. Manolo Sanchis was destijds nog een steunpilaar in de kampioensploeg. De Spanjaard gaf gisteren commentaar voor de Spaanse televisie. Hij moet geschrokken zijn van het niveau van Ajax.

Het huidige Ajax denkt al lang niet meer aan een prominente rol in Europa. De ploeg van Martin Jol moet eerst in Nederland eens de hegemonie zien te herstellen. Ajax werd in 2004 onder leiding van Ronald Koeman voor de 29ste en laatste keer kampioen van Nederland. Bijkomend probleem is dat Ajax niet over de financiële middelen beschikt om versterkingen te kunnen halen.

Voor Real Madrid is een gebrek aan geld om spelers te halen geen probleem, maar desondanks hunkert de club naar internationaal succes. Los blancos wonnen in 2002 voor het laatst de Champions League. Real Madrid werd sinds 2004 zes keer op rij in de achtste finales uitgeschakeld. Het clubbestuur besloot daarop de Portugees José Mourinho aan te trekken. Deze coach won de Champions League met FC Porto en Inter Milaan.

Daar waar Jol er maar niet in slaagt om van Ajax een homogene ploeg te maken, is de hand van Mourinho bij Real Madrid nu al zichtbaar. De Ajax-coach speelt zelden of nooit met een vaste formatie waardoor onzekerheid in het elftal sluipt. Zo mocht gisteravond Toby Alderweireld weer in het centrum van de verdediging spelen en zat André Ooijer op de bank. Miralem Sulejmani kreeg verrassend de voorkeur boven Demy de Zeeuw. De omzettingen hielpen het kansloze Ajax niets.

Mourinho kon zich de luxe permitteren om basisspelers als Pepe en Angel Di Maria rust te gunnen, terwijl Sami Khedira en Gonzalo Higuain al met blessures ontbraken. Real beschikte echter met internationale topspelers als Iker Casillas, Sergio Ramos, Cristiano Ronaldo, Xabi Alonso en Mesut Özil nog over voldoende extra kwaliteit om Ajax net als twee maanden geleden te overklassen. De nummer vier van de eredivisie mocht van geluk spreken dat Real Madrid in de tweede helft iets gas terugnam. Maandag staat voor de koploper uit Spanje een uitduel met FC Barcelona op het programma.

Real Madrid had aan een paar ingevingen voor rust voldoende om de wedstrijd te beslissen. De wijze waarop de openingstreffer van Karim Benzema in de 36ste minuut tot stand kwam was fenomenaal. Xabi Alonso passte de bal over vijftig meter naar Özil die met een hakbal de scorende Fransman bediende. De verdediger Alvaro Arbeloa zette Real Madrid vlak voor rust met een verwoestend schot op 2-0. Ronaldo bepaalde met een bekeken schot en een benutte strafschop in de 70ste en 81ste minuut de eindstand op 4-0. Ajax kwam in de slotfase zelfs nog even tegenover negen man te staan nadat Xabi Alonso en Sergio Ramos met rode kaarten werden weggestuurd. Ook dat mocht niet baten.

Ajax werd alleen via een vrije trap van Jan Vertonghen twintig minuten voor tijd gevaarlijk. Het meedoen van de door de club in de competitie geschorste aanvoerder Luis Suarez hielp niets. De Ajax-aanhang zong Johan Cruijff en Danny Blind toe. Godenzonen uit vervlogen tijden.

    • Koen Greven