Nog meer bezuinigen? Dat kan Defensie niet aan

Sinds de val van de Muur gaat er steeds minder geld naar Defensie.

De krijgsmacht verzwakt en belangrijke kennis over materieel gaat verloren.

Illustratie Tomas Schats

Sinds de geallieerden de nazi’s uit ons land hebben weggejaagd, heeft op het grondgebied van Nederland geen oorlog meer plaatsgevonden. Wel was er de constante dreiging tijdens de Koude Oorlog van een inval door de Sovjets en wapende ons land zich om in geval van nood zichzelf te kunnen verdedigen. Men keek niet op een gulden meer of minder, want het ging om de veiligheid van Nederland en men had de lessen van de bezuinigingen in het interbellum en de noodlottige gevolgen daarvan in de meidagen in 1940 goed geleerd.

Zoals echter vaker gebeurt, worden dergelijke belangrijke lessen niet overgedragen op volgende generaties. Met ernstige gevolgen.

Toen de Muur viel en de Sovjet-Unie een reus op lemen voeten bleek te zijn, kwamen de eerste serieuze stemmen op om het geld voor Defensie in andere zaken te steken. De eerste voorzichtige bezuinigingsrondes werden ingezet. Dat kon, want het zou nooit meer oorlog zijn. De oorlogen in het voormalige Joegoslavië veranderden aan dat inzicht niets. Defensie kreeg steeds minder geld om militairen fatsoenlijk te trainen en te voorzien van de goede instrumenten. Met steeds minder middelen moest Defensie een steeds ambitieuzer doel nastreven: de internationale rechtsorde bevorderen. Een onmogelijke taak met op dit moment maar zes fregatten, zesentwintig werkende F-16’s, een honderdtal tanks en achtenveertigduizend militairen.

De Nederlandse bevolking en politiek maken verder de grote fout Defensie niet meer als noodzakelijk te zien. Er wordt alleen maar gekeken naar vredesmissies of het bestrijden van piraten. Diplomatie en praten met onruststokers lost alles op, is de heersende gedachte. En anders lost Amerika het wel voor ons op. Dat bijvoorbeeld Ahmadinejad zich niets aantrekt van al het gepraat en diplomatiek getouwtrek over de nucleaire ambities van Iran moge duidelijk zijn.

En voor een land dat zo afhankelijk is van de vrije wereldhandel – de economie drijft voor 60 procent op import en export – is het erg kortzichtig om zo op anderen te vertrouwen voor het oplossen van onze problemen.

Tot nog toe heeft elke regering sinds het eindigen van de Koude Oorlog bezuinigd op Defensie. Ook het kabinet-Rutte gaat hiermee door, ondanks het feit dat Defensie eigenlijk niets meer kan incasseren. Een jarenlange missie in Afghanistan heeft tot ernstige tekorten in reserveonderdelen geleid, materiaal is versleten en moet deels vervangen worden en militairen moeten ondersteund worden bij de terugkeer van een moeilijke missie die veel van hen heeft gevraagd. Op dit moment is er gebrek aan bijna alles. Te weinig tanks, te weinig schepen, te weinig munitie, te weinig helikopters en vliegtuigen, te weinig training voor militairen, bezuinigen op innovatie en nieuwe aankopen en een steeds lager wordend moreel van onze jongens en meisjes in uniform. Dit alles leidt tot een structurele verzwakking van onze krijgsmacht.

Het gevolg van de bezuinigingen is ook dat kennis verloren zal gaan die belangrijk is voor het onderhouden en up-to-date houden van onze krijgsmacht.

Een voorbeeld.

De vier onderzeeboten van de Koninklijke Marine zijn alle in gebruik genomen rond 1990. De levensverwachting is vijfentwintig tot dertig jaar. De gemiddelde ontwerptijd voor een nieuwe onderzeeboot is twintig tot vijfentwintig jaar. Dat betekent dus dat vanaf het moment dat ze te water zijn gelaten er alweer een nieuw type ontwikkeld moet worden. Dat is niet gebeurd, waardoor er nu een lacune dreigt te ontstaan. De bouwers van toen zijn gepensioneerd of hebben nog maar weinig weet van het bouwen van een onderzeeboot. En dat terwijl dit soort schepen juist het meest gevaarlijke en krachtige wapen is van een kleine marine als de Nederlandse, iets wat al bekend is sinds de invoering van de onderzeeboot. Maar ook deze lessen werden en worden niet geleerd door de diverse kabinetten.

Ruim twintigduizend mensen zijn afhankelijk van opdrachten van de Koninklijke Marine alleen al. Dat lijkt misschien niet veel, maar samen met de 69.000 mensen die momenteel bij Defensie werken en de bedrijven die leveren aan de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, kom je algauw over de honderdduizend mensen die afhankelijk zijn van Defensie. Al die mensen hebben unieke kennis over hun vakgebied die vrijwel zeker verdwijnt door deze bezuinigingen. In het rapport Verkenningen, een onderzoek naar de toekomst van de krijgsmacht dat dit jaar verscheen, staat dat het een twintig tot vijfentwintig jaar zal duren om een krijgsmacht op te bouwen die Nederland kan verdedigen. Een bijzonder moeilijke taak als er niet eens genoeg kennis is om een slagvaardige marine op te bouwen.

Te weinig training, te weinig middelen, te weinig ondersteuning van het eigen volk (wat doen ze daar nou eigenlijk in Afghanistan?) en de eigen regering, een groot verlies van kennis en een steeds verder dalend moreel van onze militairen is de trieste optelsom. Daarom een oproep aan de regering. Defensie is van ons allemaal, maakt mogelijk dat wij hier veilig kunnen leven en werken, maakt mogelijk dat wij onze handel kunnen blijven drijven met het buitenland zonder problemen en maakt mogelijk dat onze levensstandaard zo hoog is. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen, zoals zij dat ook aan de burger vraagt. Stop met bezuinigen op iets wat ons allemaal écht raakt.

Ruben Pereboom is student geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, met als interessegebied politieke geschiedenis.