Nachtmerries van Israëlische soldaten in hitparade

Een lied over het leger is een hit in Israël. Het succes van Pijn van Strijders onderstreept hoe groot de invloed is van het leger op de samenleving.

Een van de grootste nazomerhits in Israël is een ingetogen lied, begeleid door een piano en een akoestische gitaar. Het heet Pijn van strijders en wordt stemmig gezongen door de populaire jonge zanger Idan Amedi: „En jij, jij weet niet hoe vaak ik probeerde/ alle nachtmerries voor je te verbergen/ de schreeuwen en het bloed op het uniform. Ik ben niet die ik was/ de beelden van die nacht komen boven/ tranen, en pijn van strijders.”

Het onderwerp is duidelijk, zeker bij het zien van de bijbehorende videoclip. Jonge mannen – een in een rolstoel, dus vermoedelijk een gewond geraakte veteraan – kijken somber in de camera, de olijfgroene legeruniformen subtiel op de achtergrond in beeld. Nee, Pijn van strijders gaat niet over een verbroken liefde, Idan Amedi zingt over de legertijd, waar joodse Israëliërs vanaf achttienjarige leeftijd twee tot drie jaar mee te maken krijgen.

De 22-jarige zanger, die woont in de nederzetting Pisgat Ze’ev, in bezet Oost-Jeruzalem, is populair geworden met zijn imago van gevoelige soldaat. Hij zit nog altijd in het leger en praatte erover toen hij kandidaat was in de immens populaire talentenjacht A star is born, op de Israëlische televisie. Hij werd finalist in deze show.

Hoe is het mogelijk, vroeg de Israëlische journalist Ami Kaufman zich deze week op zijn weblog af, dat uitgerekend een lied over bloed op een uniform de top van de hitlijst haalt. De melodie is goed, de zanger ziet er goed uit, dat helpt. Maar oorlogsliedjes, schrijft Kaufman, komen meestal uit als het oorlog is.

Goed, Israël is als altijd in staat van oorlog, maar er worden op dit moment geen veldslagen uitgevochten. „Amedi is te jong om in de Tweede Libanonoorlog [2006] te hebben gediend. Misschien diende hij in Operatie Cast Lead [de Gaza-oorlog], maar die was voor Israëliërs niet echt bloedig.”

Op zijn blog merkt iemand op: „De tekst van het lied is gebed in de Israëlische mentaliteit dat wij de slachtoffers zijn van het hele conflict. De nachtmerries van de soldaten tellen, niet de pijn van de mensen aan de andere kant die vaak veel meer lijden dan alleen nachtmerries.”

Het succes van Pijn van strijders doet weer eens beseffen hoe gigantisch de invloed van het leger is op de Israëlische samenleving.

Het Israëlische leger is volledig doorgedrongen in het dagelijks leven. Als je toevallig niet zelf dienstplichtig bent, dient er altijd wel ergens een neef of zus.

Kritiek op het leger komt maar weinig voor. De volwassen Israëliërs die een maand per jaar worden opgeroepen voor dienstplicht in een reservisteneenheid, doen dat doorgaans zonder morren.

„Ik dien graag als reservist”, legde een kennis me eens uit die elk jaar een maand als reservist in een inlichtingeneenheid in Noord-Israël zit. „Het is als het weerzien met een oude vriendengroep. We hebben lol, we zijn emotioneel en we zijn vooral uit de sleur van ons dagelijks bestaan.”

Het afgelopen weekeinde ging ik kijken naar de nieuwste bioscoophit in Israël, Infiltration. De film van Dover Kosashvili kreeg juichende recensies, won enkele prijzen en draait nu voor volle zalen. De film speelt in een Israëlische legereenheid in 1956, en het thema deed me denken aan de Nederlandse film All Stars: een verzameling halve garen en mislukkelingen die ondanks tegenslagen toch bij elkaar blijven.

„Een sleutelfilm in de Israëlische cinema”, schreef recensent Uri Klein in de krant Ha’aretz, omdat de film zo subtiel zinspeelt op het grote aantal legerfilms dat Israël al kent. Ik denk niet dat het de laatste zal zijn.