Moratorium op boren naar aardwarmte

De Nederlandse toezichthouder op de ondergrondse winning van delfstoffen heeft een moratorium ingesteld op boringen naar aardwarmte, een vorm van duurzame energie.

Het moratorium is ingesteld omdat er onduidelijkheid bestaat over de aansprakelijkheid in het geval er bij een boring naar aardwarmte iets mis zou gaan.

Dat blijkt uit een brief die de overheidsdienst Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) onlangs naar het ministerie van Economische Zaken heeft gestuurd. Het moratorium duurt zeker tot januari 2011.

Het moratorium is ingesteld in navolging van de olieramp dit voorjaar in de Golf van Mexico. Als gevolg van deze grote olieramp gaf SodM de olie- en gasbedrijven die actief zijn in de Noordzee de opdracht om een inventarisatie te maken van hun werkzaamheden en de veiligheid ervan. Dat gold ook voor bedrijven die op land boren naar aardwarmte, een technologie die in populariteit groeit. Hierbij wordt heet water van een diepte van honderden tot duizenden meters opgepompt, om zo kassen of woonwijken te verwarmen.

Een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken, waaronder SodM valt, laat weten dat het moratorium niks te maken heeft met veiligheidsrisico’s van aardwarmte. Het is een juridische kwestie. Een aansprakelijkheidsverzekering voor een aardwarmteboring gaat naar verwachting tussen de 20.000 en 200.000 euro kosten, afhankelijk van de grootte van het project en de risico’s.

Volgens cijfers van het ministerie van EZ zijn in Nederland tot nu toe zeven aardwarmteprojecten uitgevoerd. Onder meer een tomatenteler uit Bleiswijk gebruikt aardwarmte om zijn kassen te verwarmen en bespaart daarmee fors op zijn gasrekening. De gemeente Den Haag legt op het moment ook een systeem aan om met aardwarmte 4.000 huizen en bedrijven te verwarmen.