Klimaatbeleid voldoet niet aan doel

De beloftes die landen vorig jaar op de klimaatconferentie in Kopenhagen hebben gedaan, zijn onvoldoende om de wereldwijde temperatuurstijging in bedwang te houden. Dat is de conclusie van een gisteren verschenen rapport van de UNEP, de milieuorganisatie van de Verenigde Naties.

In Kopenhagen hebben de landen afgesproken dat de temperatuur op aarde niet met meer dan twee graden mag stijgen ten opzichte van het gemiddelde van de afgelopen decennia. Volgens wetenschappers zou daarom in 2020 de jaarlijkse uitstoot van CO2, een van de broeikasgassen die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, niet boven de 44 gigaton moeten uitkomen. Als de landen niets zouden doen, zou de uitstoot kunnen uitkomen op ongeveer 56 gigaton. Met de maatregelen wordt dat 49 gigaton. Dat is nog steeds 5 ton te weinig om onder de twee graden grens te blijven.

Omdat veel landen hun beloftes afhankelijk hebben gemaakt van wat andere landen besluiten, kan de uitstoot in de praktijk aanzienlijk hoger uitvallen.

Vanaf volgende week wordt in Cancún verder gepraat over een internationaal klimaatakkoord. Ook de in Kopenhagen gemaakte beloftes zullen daar opnieuw aan de orde komen.

Volgens VN-chef Ban Ki-moon kan de wereld het zich niet langer permitteren om nog meer tijd te verliezen. „Door het gat tussen de wetenschap en het huidige ambitieniveau te dichten kunnen we een nieuw tijdperk van [...] duurzame ontwikkeling voor iedereen binnengaan.”

De kans dat er in Cancún veel vooruitgang wordt bereikt is echter gering. In Amerika is de nieuwe Republikeinse meerderheid in het Congres tegen een krachtig klimaatbeleid. En zolang de VS niets doen, voelt ook China er weinig voor om zijn economische groei te laten afremmen door maatregelen om de CO2-uitstoot te beperken.

Het UNEP-rapport is te lezen via nrc.nl/klimaat