'Ik wil dit nieuwe toneelhuis tonen'

Na een verbouwing van drie jaar gaat het DeLaMar Theater in Amsterdam zondag weer open. Peter de Baan doet de eerste regie. „Alsof je een nieuwe voetbal krijgt.”

Amsterdam, 22-11-2010. In- en exterieurs van het nieuwe De La Mar Theater. De grote zaal. Foto Leo van Velzen NrcHb.

De gang naar de kleedkamers is nat van nieuwe verf. Schilders werken er op maandag nog tot laat in de avond door. Het rode tapijt in het trappenhuis ruikt naar kersvers kantoorgebouw. En intussen repeteert regisseur Peter de Baan zijn bewerking van Ontrouw (naar de film Faithless van Ingmar Bergman) in de Mary Dresselhuyszaal van het DeLaMartheater.

De Baan en zijn cast (Linda van Dyck, Tom Jansen en Marc Klein Essink) openen zondag de kleine zaal van het Joop van den Ende-theater, dat is verrezen op de resten van het roemrijke Nieuwe De La Mar.

De Baan vindt het spelen in een nieuw theater een „enorme kick”. „Alsof je een nieuwe voetbal krijgt.” De regisseur werkte een jaar of tien geleden voor het laatst in het Nieuwe De La Mar, dat in 2005 de deuren sloot. „Ik was altijd enorm opgetogen als een voorstelling van mij daar stond. Het had zo’n sfeer, was zo charmant. Het publiek zat natuurlijk wel een beetje krap, met de benen opgetrokken. En technisch kon er niks. Voor decorontwerpers was het een gruwel.”

Dat is nu wel anders, vindt hij. Het toneelhuis – de ruimte achter het podium – heeft dezelfde verhoudingen behouden, waardoor het volgens De Baan vertrouwd aandoet, maar het geheel is een stuk groter. „Het decor van Ontrouw is sober, en we laten veel van het toneelhuis zien. Dat geeft een ruimtelijk effect naar de zaal.” Ook is de toneelopening vergroot van acht naar tien meter. „Bij de repetities heb ik me beperkt, de afmetingen van het oude theater zaten blijkbaar in mijn DNA. Toen we van het repetitielokaal naar deze zaal gingen kon ik alles veel ruimer opzetten.”

In het ontwerp voel je de ervaring in de theaterwereld van Joop van den Ende en architect Arno Meijs, volgens De Baan. „Hier is niet zomaar de gemeente met een architect bezig geweest. Het verschil zit in details als de zichtlijnen in de zaal. Je kan hier vanaf elke plek vrijwel alles zien. Of de kleedkamers: die zijn comfortabel, niet te klein maar ook niet belachelijk groot. En sober – geen artistiek gedoe van een architect dat de acteur afleidt. Die moet daar met zichzelf bezig kunnen zijn.” Dat dat goed geregeld is, is allerminst vanzelfsprekend: „In een nieuw theater in België waren ze de kleedkamers gewoon vergeten.”

De Baan voelt een zeker ontzag bij het werken in de nieuwe zaal. „Wij zijn de eersten die over dit podium lopen.” De moderne technieken en gemakken waarmee de zaal is uitgerust zijn een genot, zegt hij. „De akoestiek is goed, het geluid, het licht. Alles is ontworpen en ingericht met liefde en gevoel voor detail.” Achter het podium hangen schermen met afbeeldingen van de oude zaal.

Ook artistiek is het een eer het theater te mogen openen, zegt De Baan. „In eerste instantie denk je wat kritisch ‘daar zullen wel alleen blijspelen worden geprogrammeerd, ongevaarlijke producties’. Wij staan straks tegenover de musical La Cage aux Folles. Als de teneur van deze opening wordt voortgezet, bestrijkt dit theater een heel breed spectrum. Dat is veelbelovend.”

Zaterdag in het Weekblad: interview met Joop en Janine van den Ende